|
Telkens als ik TRISSERS spreek welke jaren later als wij in
1954 naar Suriname uitgezonden zijn geweest, moet ik denken aan
de totaal andere omstandigheden waaronder wij indertijd aan
boord gingen.
Wij voeren met de Cottica in het voorste vrachtruim waar op
primitieve manier met wat palen en planken een soort
stapelbedden getimmerd waren waarvan er in de eerste de beste
storm al een aantal als lucifers afbraken.
De
sanitaire voorzieningen waren zeer primitief, de toiletten waren
ook weer getimmerde hokjes op het voordek met een rechtstreekse
afvoer langs de scheepswand, de douche gelegenheid was iets
aparts, in zee hing een soort buis tegen de vaarrichting in en
elke keer als er een golf kwam kreeg je een klets zout water op
je kop, er werd een speciaal soort zoutwaterzeep verstrekt want
gewone zeep werkt niet met zeewater, ik meen mij te herinneren
dat wij tijdens de reis ons twee keer mochten douchen met zoet
water bij de passagiers of bemanning.
Het ruim was vanaf het voordek met een steil houten trapje te
bereiken, als wij ons buiten op wilden houden dan konden wij op
de schuin liggende scheepsluiken gaan liggen of zitten, iets van
een dekstoel of iets dergelijks was niet tot onze beschikking
als je jong bent vind je al die primitieve dingen wel
interessant, als het eten maar goed is en dat was prima. Ook
heel apart was de ventilatie, deze werkte via een z.g. broek,
dat is soort slurf van zeildoek welke in de voormast tegen de
wind of vaarrichting in gedraaid gehesen werd en met zijn
smallere uiteinde in het ruim uitkwam, bij windstilte werkte dat
niet echt en naarmate de reis vorderde het werd steeds warmer,
maar al met al hebben wij er niet onder geleden en de stemming
aan boord was altijd opperbest.
In de buurt van de Golf van Biskaje hadden wij dagen lang een
vliegende storm, met vele zeezieken tot gevolg, wat moet dat
gestonken hebben in dat primitieve verblijf van ons.
De ergernis.
Toen wij tekenden voor Suriname werd onze soldij bepaald op F.
530,00 NL, dat leek veel geld want de meeste huisvaders
verdienden toen nog geen 60 gulden in de week. In Suriname
aangekomen werd dat vanwege de geldkoers van 2 op 1. F. 265,00
Surinaams. Niets aan de hand want alles was er veel goedkoper,
wat echter helemaal niet goedkoper was dat was de kost en
inwoning in kazerne c.q. bosbivak dat bedroeg maar liefst SF.
180,00 ( dat was dus. 360,00 NL. guldens) per maand, als je op
oefening of patrouille ging moest je wel zelf je rijst en je vis
koken en daar ook nog heel dik voor betalen, voor zo’n bedrag
kon je indertijd een heel groot Surinaams gezin op de been
houden. Het was oorspronkelijk verplicht om per maand F. 50,00
Surinaams te delegeren naar Nederland dan had je bij thuiskomst
in Nederland F. 1.200,00 gespaard, dat leek wel aardig maar je
had dan nog maar F. 35,00 te verteren, dat was wel wat als je op
een buitenpost zat, maar als je midden in Paramaribo bij de MP
gelegerd was zoals ik, kon je daar niet veel mee, halverwege ons
verblijf kwam er nieuwe order dat we onze was en schoenreparatie
ook nog zelf moesten betalen, dus lieten velen van ons dat z.g.
spaargeld maar weer naar Suriname terug storten. Er ontstond een
levendige geldleen cultuur met alle nare gevolgen van dien,
ondanks dat alles kan ik bijna iedere dag van mijn leven met het
meeste plezier aan mijn diensttijd in Suriname terug denken,
maar ik voel mij na zoveel jaren nog altijd
getild
door het leger.
Telkens als ik weer oude makkers tref, en dat gebeurt sinds ik
tweejaarlijkse bijeenkomsten voor onze Compagnie organiseer nog
als eens, dan kan ik dat verhaal van die soldij niet voor mij
houden en wat hoor je dan
?
Daar heb je hem weer!
Zo maar wat losse herinneringen uit een markante tijd van
mijn leven. (1954)
Bij onze eerste kennismaking met de Surinamecompagnie in
Oorschot werden wij wat onwennig ontvangen en wegwijs gemaakt
door ons nieuwe kader dat er zelf ook nog niet zoveel van wist.
Het kader bestond voor een groot gedeelte uit oorlogsveteranen
welke in Indië gediend hadden als paratrooper en als zodanig een
commando training hadden gehad, die zouden ons wel even
afknijpen.
Na het vullen
van de strozakken en het inruimen van je kast werd er al snel
werk gemaakt van de training welke iedere dag zwaarder werd,
bij sergeant Schell bestond die training uit zogenaamd
roadwork
dat ging als het volgt te werk, midden op het kazerne terrein
was een bouwput voor een nieuw te bouwen kantine complex, om de
paar meter lag daar een bult zand.
Je moest dan
met een maat op je rug door die zandhopen heen ploegen, op het
commando vliegende bom moest je direct plat gaan, ook was er
regelmatig een veldloop om het legerkamp heen, soms denk ik wel
eens dat ik dat ik daar mijn slechte knieën aan over heb
gehouden.
Alles in onze opleiding was even streng met altijd de dreiging
dat als je niet mee kon komen je ook niet mee naar Suriname kon,
dus ploegde je maar verder. In de barakken naast ons waren de
militairen gelegerd die naar Korea zouden gaan, voor deze zouden
inschepen werd echter de wapenstilstand afgekondigd, met ons
vergeleken was dat een ongeregeld zooitje, velen van hen hadden
al een keer in Korea gevochten en de discipline stond daar op
een zeer laag pitje.
De
voortdurende dreiging dat je niet mee kon gold natuurlijk ook
voor Jaap. J. een Amsterdammer in hart en nieren die het plat
Amsterdams uitgevonden leek te hebben, maar op een of ander
manier wist hij zich aan de vele verplichtingen te onttrekken.
 |
|
Jaap was het zout in de pap, een kleurrijke
figuur waar niemand kwaad op kon worden, of hij kwam te laat van
verlof terug of hij had verkeerde kledingstukken aan er was
altijd wel iets en ondanks de vele malen dat hij op rapport
moest komen is hij toch met ons naar Suriname gegaan.
Later werd
verteld dat zulke figuren als Jaap er door de legerleiding
speciaal bij gehouden werden om wat kleur aan het geheel te
geven.
Dat liep anders met Cor van V. deze kon niet mee om dat z’n
gebit niet in orde zou zijn, met de meeste spoed liet hij toen
hij alles saneren, toch is hij niet met ons meegegaan, later
werd er beweerd dat zijn vader ooit bij een verkeerde vakbond of
partij geweest was en dat de BVD dat als bezwaar aangevoerd had,
indertijd werden alle militairen die werden uitgezonden
gescreend.
Onze pelotonscommandant was een KMA ettertje die de hele dag met
zo’n officiers stokje onder z’n arm liep, ikzelf had het
regelmatig met hem aan de stok, maar op Jaap had hij geen vat.
Jaap is in Suriname meen ik twee keer verloofd geweest, die ene
keer met een zekere Loes werd er een dansi gehouden bij Loes
thuis waar bij diverse maten waren uitgenodigd, voor het aflopen
van de avondpermissie moest iedereen weer in het PBK zijn, Jaap
dook echter dagen later weer op en werd door de MP achter de
wacht afgeleverd. De vader van Jaap was varensgezel bij de KNSM
en kwam een keer op één van zijn reizen in Suriname, een goede
reden voor Jaap om er een paar dagen tussen uit te knijpen en
niet meer op het appèl te verschijnen toen had hij het toch echt
verbruid en is hij na een veroordeling richting Nieuwersluis
verscheept.
Bij het opsporen van de adressen van onze toenmalige compagnie
kwam ik in gesprek met de zeer bedroefde echtgenote van Jaap,
Jaap was toen net enige maanden daarvoor overleden, hij is toch
nog een degelijke huisvader geworden dacht ik toen.
Telkens als ik maten spreek op de reünie of bij andere
gelegenheden komt het gesprek altijd wel weer een keer op Jaap
terecht bijna iedereen heeft wel een anekdote.
Dan is er nog het verhaal van de fiets, één van de maten had
eens een vriendinnetje opgedaan waar hij erg wijs mee was het
was zelfs zo vertrouwd dat hij haar fiets mee kreeg naar het
kampement, later bleek dat genoemde fiets al jaren vaker op het
PBK gestald stond als bij genoemde vriendin thuis.
Op een keer was er in Paramaribo een feest voor alle officieren
en onderofficieren, het kampcommando op Zanderij werd
overgelaten aan de aalmoezenier of de dominee, voor ons een
reden om de omgeving van Zanderij eens grondig te verkennen zo
kwamen we terecht bij de KLM bar bij het vliegveld, dat was toen
een soort houten barak waar je toch wel gezellig aan de borrel
kon.
Het idee dat we toch niet gecontroleerd werden zorgde ervoor dat
velen van ons in meer of minder beschonken toestand en
natuurlijk veel te laat in het kampement aankwamen, we liepen
naar de KLM bar via het spoorlijntje waar de glimmende
spoorrails onze gids was, volgens Geerhard Rikkert was ikzelf zo
dronken dat ze mij over de spoorbaan heen moesten slepen en na
aankomst onder de douche gezet hebben om te ontnuchteren het
enige wat ik mij zelf nog altijd herinner is dat ik
verschrikkelijk gestoken werd door de mompieren. De volgende
morgen moesten wij weer terug om de onderweg verloren
kledingstukken bij elkaar te zoeken.
Een geliefde locatie voor ons als we in de stad waren was de
DIXI BAR van mijnheer Gonzales deze bar was altijd afgeladen vol
met militairen. Daar stonden leuke jonge meisjes achter de bar
waar we ook buiten de bar wel eens een praatje mee maakten op
het gouvernementsplein, genoemde jongedames mochten voor thuis
nooit alleen de straat op dus altijd met een jonger zusje of
broertje en soms met een vriendin dit alles in tegenstelling met
wat vaak gedacht wordt.
Tijdens onze vakantie in Suriname in 2000 zagen we dat het pand
mooi gerestaureerd is het is echter geen bar meer, maar een
beschermd historisch pand, bij het zien ervan kwamen alle
herinneringen weer boven.
De betonnen bankjes op het gouvernementsplein staan er nog net
zo bij als vijftig jaar geleden, alleen het standbeeld van de
koningin in het midden van het grasveld is vervangen door dat
van Jopie Pengel.
In Albina was het regiem wat losser als in het PBK en Zanderij,
zowel manschappen als legerleiding zochten wat vertier in het
dorp, een aantal maten zag eens uit een raam een mouw van een
militair overhemd hangen, het plan was snel geboren, voorzichtig
werd het overhemd waar 2 sterren op bleken te zitten, naar
buiten getrokken, vervolgens werd het bij de wacht afgeleverd
met de mededeling dat het door iemand in Albina gevonden was.
De luitenant moest wel wat uitleggen toen hij ‘s avonds het kamp
binnen kwam in zijn interlockje.
|
Herman van Hazendonk, Weidsteeg 53, 4102 AB CULEMBORG.
Tel.: 0345-510945 |
| |
|
1e Suriname Compagnie 1954 |
| |
|
E-mail.:
hag.van.hazendonk@hccnet.nl |
| |
|
vriendelijke groeten.
Herman van Hazendonk ‘’haas” |
|