|
Het is vandaag de dag dat we vertrekken naar Suriname. Voor velen is dit
een reis welke ze ca. veertig jaar terug ook hebben gemaakt. Het
grootste verschil met toen is dat we nu naar Suriname toevliegen, een
vlucht van ca 9.00 uur, dit i.t.t. de jaren 60. Toen gingen de trissers
met de boot, een tocht van ruim 16 dagen. De meeste mensen van het
reisgezelschap zijn vroeg uit de veren, omdat we ons verzamelen om 9.00
uur op Schiphol. Daar aangekomen ontmoeten we elkaar en het is dan leuk
om te zien dat er herkenning is omdat een enkeling in dezelfde compagnie
hebben gediend. Na de douane even wat belastingvrije inkopen doen en
wachten op het sein voor vertrek.
Donderdag 9 november
2006
Om
12.45 uur Nederlandse tijd vertrekken we met een 747 van KLM. We vliegen
via Engeland (onder meer Southampton) naar Suriname en hangen
voornamelijk op 10 km hoogte boven de Atlantische oceaan. Om 21.30 uur
Nederlandse tijd en lokaal 17.30 uur landen we op vliegveld Zanderij. We
stappen uit het vliegtuig zo op het vliegveld en ondanks dat het net
heeft geregend is het uiterst warm en vochtig (ca 30 graden). Door de
vochtigheid weigeren vele camera’s actie te ondernemen. Op het vliegveld
staat onze gids (Venski) ons op te wachten om ons verder te vervoeren
naar Paramaribo waar het hotel is. De duisternis doet snel zijn intrede
en we zien tijdens de anderhalf uur durende busrit nog weinig van
Suriname. Na het inchecken in Eco Resort (een goed en verzorgd hotel)
spreken we af dat we om 21.00 uur even naar het Vat gaan om daar een
djogo (Surinaams voor 1 liter Parbo bier) te kopen en het programma van
de eerste paar dagen door te nemen.
Vrijdag 10 november
2006
Na
een goede nachtrust zitten we om 8.00 uur aan het ontbijt. Het
ontbijtbuffet wordt gepresenteerd in een open
ontbijtzaal en dit kan ook
omdat de temperatuur in Suriname meer dan aangenaam is (’s avonds tussen
de 25 en 30 graden en overdag zo rond de 35 graden). Om 9.00 uur komt de
bus ons halen voor het bezoek aan de Prins Bernard kazerne en voor de
sightseeing tour van Paramaribo. Sinds de onafhankelijkheid van 25
november 1975 is de naam van de kazerne veranderd in Memre Boekoe
Kazerne Noord. Aangekomen
op de kazerne is het eventjes wachten, maar al snel mogen we de kazerne
betreden. De luitenant staat ons al op te wachten om de rondleiding te
verzorgen. Opvallend is dat bij aankomst de oud trissers teleurstellend
reageren op de staat van de gebouwen etc. omdat deze in 40 jaar
behoorlijk zijn verslechterd. Het geheel geeft ook een trieste aanblik
en dat de verpaupering de kazerne niet voorbij is gegaan moge duidelijk
zijn. De rondleiding doet vele herinneringen ophalen. Kreten als: ‘Hier
sliep ik’; ‘Daar heb ik mijn straf uitgezeten’ en ‘Daar moest je zijn in
je vrije tijd’ werden vele malen herhaald. Het deed ons dan ook goed om
te zien hoe onze vader genoot van alle herkenningspunten e tc. Ook vele
andere naaste familieleden zagen dat hun trissers vele herinneringen
ophaalden. Het Surinaamse leger, wat een kleine 800 militairen telt,
krijgt weinig geld om de zaak te onderhouden en mede daarom liggen de
kampementen er zo troosteloos bij. Volgens velen wordt er geen geld
gegeven omdat de regering angstig is dat een goed leger net als in de
begin jaren tachtig (D. Bouterse cs.)een coupe zal plegen. Na het
afscheid, maken we een sightseeing tour door Paramaribo en ook hier zie
en hoor je de trissers hun herinneringen ophalen. Ook in de stad
Paramaribo is de verpaupering toegeslagen, blijkende de staat van
onderhoud van de wegen, gebouwen en huizen. Tevens maken we tijdens deze
sightseeing kennis met de regels van het verkeer, wat vooral een
chaotische indruk achterlaat.
Paramaribo stad heeft vele overdekte markten en wij hebben een groente,
vlees en kleding markt bezocht. De lokalen (ook van buiten de stad)
bieden hier hun waar aan en het is een drukte van belang. We kopen wat
fruit (wat voor ons als Nederlanders goedkoop is) en dat smaakt prima.
Na afscheid genomen te hebben van de markt rijden we verder richting
Ford Zeelandia. Dit
ford, wat stamt uit de 18e eeuw, heeft voor Suriname een
mindere plezierige geschiedenis opgeleverd omdat hier op 8 december 1982
de decembermoorden zijn gepleegd door de militaire militie van Desie
Bouterse. Voor vele Surinamers is dit een zwarte pagina en men praat er
liever ook niet over. Na dit bezoek ronden we de sightseeing tour af met
een rondrit door Noord Paramaribo en dan maken we ook kennis met de
rijkdom. Riante villa’s zijn hier verrezen en op de eerste dag in
Suriname neem je kennis van het contrast tussen arm en rijk.
Zaterdag 11 november
2006
We
staan vroeg op, omdat we om 9.00 uur vertrekken met de bus richting
Leonsberg. We reizen weer door Noord Paramaribo en zien oa de huizen van
Winston Bogarde (Ajax, Nederlands elftal en Barcelona) en Desi Bouterse.
Bij laatst genoemde wappert ieder de dag de paarse vlag, de vlag van de NDP(Nationale Democratische Partij)
In Leonsberg aangekomen nemen we een korjaal (boot die gebouwd is
van een uitgeholde boomstam) naar Nieuw Amsterdam, een dorp wat ligt aan
de Suriname rivier en de Commewijne rivier en met in de verte een
uitzicht op
de monding van de Atlantische Oceaan. In Nieuw Amsterdam
hebben we een ford/oorlogsmuseum (openlucht) bezocht. Venski vertelde
over het ford wat in de tijd van de koloniën en tijdens de tweede wereld
oorlog nog dienst deed. Na deze geschiedenisles zijn we verder gevaren
naar het dorp “Rust en Werk’. We bevinden ons dan in het Commewijne
district wat in de 18e en 19e eeuw bekend stond om
haar vele koffie-, cacao- en suikerplantages. De contouren (bomen e.d.)
zijn hier ook nog goed zichtbaar. Het dorp ‘Rust en Werk’ leeft nu
hoofdzakelijk van de garnalenvisserij en de indringende geur van
gedroogde garnalen doet ons verwelkomen. Het leven doet armoedig aan en
opvallend is dat de mensen hun eigen terrein bevuilen met afval. Dit
geeft een trieste aanblik terwijl de natuur beeldschoon is. Na
een wandeling door dit dorp, waar de plaatselijke jeugd ons kennis laat
maken met een kaaiman (is gevangen en zal dienst doen als avondeten),
gaan we verder met de korjaal naar Frederiksdorp. Dit dorp is van
oorspong een koffieplantage, maar doet nu dienst als hotel/restaurant.
Het geheel wordt gerund door een oud trisser, te weten de heer Ton
Hagemeijer. Met steun van de overheid heeft hij hier een schitterend
onderkomen gebouwd voor de toeristen. Bij de heer Hagemeijer hebben we
prima gegeten en daarna zijn we teruggevaren naar de overkant naar
Mariënburg. Hier hebben we de oude suikerriet fabriek gezien. Er is
weinig van de fabriek over en eigenlijk is het te gevaarlijk om naar
binnen te gaan. We gaan met de gids een rondleiding maken, maar we
kijken zo nu en dan omhoog, bang voor de dakplaten die zo naar beneden
kunnen vallen. Na ruime een uur laten we de fabriek en Mariënburg achter
ons en gaan we weer naar Paramaribo. Om 20.00 uur eten we met de gehele
groep bij de Koreaan, waar menigeen zich waagt aan de Koebi vis. Een vis
die bekend staat om zijn stenen in zijn kop. Die dienen nl. als
evenwichtsorgaan, maar de stenen worden ook verwerkt tot sieraad.
Zondag 12 november 2006
Vandaag hebben we geen programma dus tijd om het thuisfront via internet
op de hoogte te houden Daarna besluiten we een rondleiding te doen bij
ford Zeelandia. In een klein uur vertelt de gids ons over de
geschiedenis van Suriname en de rol van het ford daarin. Ook zien we de
plek waar de decembermoorden zijn gepleegd. De kogelgaten in de muren
(muren zijn van schelpstenen gebouwd) zijn nog zichtbaar. ’s Middags
gaan we zwemmen bij Torarica een hotel wat samen met het Eco Resort een
geheel vormt.
Maandag 13 november
2006
Om
8.00 uur checken we uit omdat we voor drie dagen vertrekken naar
Nickerie. Nikcerie ligt aan de westkant van Suriname en grenst aan Brits
Guyana. We hebben een busrit van ca 41/2 uur voor de boeg. Als eerste
maken we een stop in Groningen (district Saramaca). Hier geen
studentenwoningen en De Mart ini toren. Nee Groningen is een uiterst
kleine plaats en kent veel landbouwers. Venski leidt ons rond en we
maken ook kennis met een penitaire inrichting. Een gebouw met wat
golfplaten, tralies en wat deuren. Volgens de lokale
politie, waar ik een gesprek mee heb, breekt er nooit iemand uit. Dat
moet je dan maar aannemen, hoewel ik hier aan twijfel. We rijden door
naar Totness (district Coroni), een kleine plaats waar we onze lunch
eten. Opvallend is dat in deze plaats vele aanhangers zijn van de partij
(NDP) van Desi Bouterse. Dit zie je omdat vele huizen paars beschildert
zijn, de kleur van de NDP. Om ca 13.00 uur lokale tijd komen we aan in
het district Nickerie wat bekend staat om hun vele rijstvelden. Grootste
rijstboer is de heer Mangli welke beschikt over een uiterst modieuze
rijstfabriek(zie 14/11/2006). Nickerie is vlak en kaal en doet mij
denken aan het zuid Friese landschap. Het enige verschil is dat je in
plaats van weilanden rijstvelden ziet. Om ca 15.00 uur komen we aan in
Nieuw Nickerie, de tweede stad van Suriname. We hebben de rest van de
dag vrij en gaan ‘s middags de stad in, maar zo druk als in Paramaribo,
zo rustig is het in Nickerie.
Dinsdag 14 november
2006
Wederom vroeg opstaan (7.30 uur) omdat we gaan kennismaken met de
kazerne in Nickerie, de rijstfabriek, de markt en de stad. Voordat we
vertrekken
bezoeken we eerst de markt omdat deze schuin tegenover ons hotel is
gelegen. Op deze markt verkoopt men hoofdzakelijk groente fruit en vis.
De vis komt uit de rivier maar ook uit de moerasgebieden. Vooral de
wijze waarop de vis verkocht en verwerkt wordt is een
bezienswaardigheid. De keuringdienst van waren in Nederland zou in onze
optiek de markt sluiten, maar de voor de Surinamers is dit normaal. Na
het bezoek aan de markt nemen we de bus naar de Prinses Irene kazerne nu
genaamd Prof. Dr. Ali kazerne. Hier zijn de oud- trissers een maand op
bivak geweest. Hier waren ook herinneringen.
De
een weer meer dan de ander, maar een ieder wist waar men ’s morgens op
appel moest en waar de vlag dan werd gehesen. Ook hier schreeuwde het
onderkomen om onderhoudt maar het was er verder wel netjes opgeruimd.
Buiten de kazerne zijn gedetineerden bezig met grote kapmessen de berm
te maaien. Dit onder zware bewaking van de politie. Volgens een
afgevaardigde van het leger, welke de rondleiding verzorgt, is het goed
dat de gedetineerden dit doen omdat ze zich anders vervelen en toch
niets doen. Na de kazerne hebben we een rijstfabriek bezocht van de heer
Mangli. In een westerse fabriek met modieuze machines wordt de rijst
hier aangevoerd, verwerkt en tenslotte verpakt. In een uiterst stoffige
omgeving kregen we een rondleiding van ca 1 uur. Het is duidelijk dat de
heer Mangli de zaken goed op orde heeft. In de middag gaan we
met een
klein groepje naar de Rampthal gegaan. Dit is een plaatselijke kroeg
waar voornamelijk alcoholisten hun verdere leven doorbrengen. Opvallend
is dat de bar hier is afgeschermd door tralies, omdat er zo nu en dan
hevige vechtpartijen plaatsvinden. De kroegeigenaar was het na meerdere
malen zat dat zijn verkoopwaar sneuvelde en plaatste daarom een hekwerk
bovenop de bar. Tevens zijn de barkrukken in de vloer verankerd, zodat
ze ook hier niet mee kunnen gooien. Daarnaast zet de kroegeigenaar op
een bord aan de buitenkant de namen van wanbetalers dat volgens hem erg
functioneel is. Na afscheid van deze ‘leuke’ kroeg gaan we in de
namiddag/avond naar de zeedijk. (geen associatie met Amsterdam). Het
doet veel denken
aan de waddenkust bij Friesland. Het verschil is dat men in Suriname nog
slib sleeën heeft voor de vissers. Bij ons is dit in de jaren 60
langzamerhand verdwenen. Bij de zeedijk zie je aan de overkant van de
Courantje rivier Brits Guyana liggen en zo nu en dan vertrekt en komt er
een korjaal met mensen die zo illegaal aan land komen. Op deze dijk is
tevens een Hindoe tempel waaraan een bezoek gebracht kan worden. Een
enkeling maakt hiervan gebruik.
Woensdag 15 november
2006
Deze dag staat in het teken van de terugreis naar Paramaribo. We
vetrekken niet al te vroeg, maar omdat een enkeling de markt nog wil
bezoeken staan we toch vroeg op. Om 10.00 uur rijden we terug. Ik bezoek
niet de markt maar de Fina bank. Gisteren (dinsdag de 14e)
heb ik gevraagd of ik welkom ben en dat mocht. Als bankman ben je toch
geïnteresseerd in de werkwijze e.d. Hiervan heb ik in een kort
tijdbestek een held er beeld gekregen, al moet ik zeggen dat het er vele
handtekeningen geplaatst moeten worden voordat er iets geregeld wordt.
Ook de systemen waar men mee werkt zijn beknopt en het is dan ook veel
handmatig werken. Ik vind het leuk om een uurtje kennis te maken met de
werkwijze bij de Fina bank en heb de directeur ook vriendelijk bedankt
en uitgenodigd mocht hij eens in Nederland zijn. Om 11.30 uur komen we
aan in Wageningen. Een uitgestorven dorp/stad welke in de 60 jaren een
bloeiende stad was met veel bedrijvigheid. Nu staat er een
hele grote rijstfabriek er vervallen bij en is er niets te doen in
Wageningen. De fabriek is failliet gegaan door vooral de onkunde van de
leiding. Omdat het een staatsfabriek was waren het vooral politieke
vriendjes die op deze fabriek de scepter zwaaiden met alle gevolgen van
dien. De stad Wageningen ligt er verloren bij. Om 16.00 uur komen we
weer aan in Eco resort waar onze koffers nog staan en we inchecken voor
een nacht.
Donderdag 16 november
2006
Een vrije dag die we invullen met winkelen en terrasjes pakken in
Paramaribo. We gaan eerst naar een groot winkelcentrum. We zijn echter
te vroeg, vele bedrijven gaan laat ‘los’. De taxichauffeur bellen we
weer op en hij zet ons af in het centrum (ook een taxi is hier
goedkoop). Daar winkelen we wat en we gaan eten bij Mc Donalds. Na een
week rijst, kip en vis is een big mac menu nu wel lekker. Deze dag maken
we ook kennis met de afvoersystemen van de stad. Binnen afzienbare tijd
staan na hevige regenval (stortbuien) de straten blank. Dit maakt de
automobilisten niets uit. Ze rijden met volle vaart er door heen. Op
sommige stukken staat het water wel 30 centimeter hoog (o.a. bij het
gouverneursplein). We gaan na het avondeten vroeg op bed omdat we om
8.00 uur morgenochtend vertrekken naar Albina.
Vrijdag 17 november
2006
Vandaag wachtte ons een lange busrit over 170 km over uiterst slechte
wegen naar Albina,
een
plaats aan de Oostkust van Suriname. Ook hebben we een kokkin mee nl.
Wanna (ook een gids en collega van Venski). Na een half uur krijgen we
te maken met het slechte wegdek en met enige regelmaat komen we los van
de zitting. We maken een tussenstop bij een plek waar in 1986 erg
gevochten is tussen rebel Ronny Brunswijk en toenmalig legerleider Desi
Bouterse. Het is niet verwonderlijk dat de strijd toen hevig was, omdat
het richting Albina redelijk tot zeer dicht bebost is en dan zijn de
lokalen (lees Brunswijk en zijn mannen)in hun voordeel. Na ca 4,5 uur
komen we aan in Albina waar we als eerste een bezoek brengen aan de
kazerne. Ook hier hebben de trissers destijds een maand gebivakkeerd.
Bij de trissers komen herinneringen boven. Bij de een wel wat meer dan
de ander. Het kampement ligt er troosteloos bij. Toch is men hier wat
bezig met onderhoudt, maar het beeld van de
kampementen in Suriname is over het algemeen armlastig. We bedanken voor
de gastvrijheid (en het maken van foto’s) en we gaan verder richting de
rivier om met de pijaka (indiaanse boot) onze reis te vervolgen naar
Galibi. Deze plek kun je alleen bezoeken per boot. Er zijn geen wegen
naar dit uiterst oostelijk deel van Suriname. We lopen vertraging op van
een klein uur(benzine voor de boot was op en niet voorradig in Albina)
maar dan vertrekken we naar Galibi. Een prachtige over de Suriname
rivier met mooie vergezichten. Na ruim 45 minuten naderen we het open
water (de Atlantische Oceaan en het boegwater vliegt met enige regelmaat
in de boot. Het is gelukkig warm, dus je droogt snel op. Na 1 ½ uur
varen komen we aan in het indianendorp. We gaan ons opmaken voor de
avondwandeling en nachtrust in lodges. De indianen die in deze dorpen
wonen en leven uiterst primitief. Men leeft hoofdzakelijk van de
visvangst welke veelal verkocht wordt aan de overkant van de rivier,
Frans Guyana. Ik ga eerst de boel verkennen en ik ga zwemmen in de
monding van de Atlantische Oceaan. Daarna verzorgt Venski een
rondleiding door het dorp met een 1000 tal inwoners welke allemaal in
hutjes leven. Om 23.00 uur gaat de aggregaat in het dorp uit en is het
aarde nacht. Tijd om naar bed te gaan. Er is geen airco en daardoor is
het moeilijk om de slaap te vatten.
Zaterdag 18 november 2006
Om
6.00 uur zijn de meeste mensen al wakker vanwege de warmte. Na een
douche, wat je overigens doet met een tuinslang en/of heel lang wachten
of er ook werkelijk water komt, gaan we om 10.00 uur terug naar Albina
waar ons de terugreis naar Paramaribo weer staat te wachten. Voordat we
terug rijden worden we door de bootsman overgezet naar Frans Guyana.
Hier lopen we 1½ uur rond. Als eerste bezoeken een zware Franse
gevangenis, bekend van onder andere de film Papillon. Het is nu een
soort open museum en de contouren van deze zware gevangenis (gesloten in
1940) zijn nog zichtbaar. Dat bijna niemand wist te ontsnappen was gelet
op de gebouwen welk begrijpelijk. Frans Guyana is uiterst westers en het
is een schril contrast met de overkant (Suriname). Opvallend is dat veel
Surinamers hier hun koopwaar (vooral groente en fruit) verkopen en hier
ook behoorlijk aan verdienen. Dit omdat de prijzen in Frans Guyana
westers zijn. Na 1½ uur gaan we weer terug naar de overkant de bus in en
naar Paramaribo. We stoppen nog wel even in Moengo, de woonplaats van
rebellenleider Brunswijk. Moengo staat nu bekend om zijn bauxiet.
Bauxiet wordt verwerkt tot aluminium. Bauxiet is in 1915 in Suriname
Guyana is uiterst westers en het is een schril contrast met de overkant
(Suriname). Opvallend is dat veel Surinamers hier hun koopwaar (vooral
groente en fruit) verkopen en hier ook behoorlijk aan verdienen. Dit
omdat de prijzen in Frans Guyana westers zijn. Na 1½ uur gaan we weer
terug naar de overkant de bus in en naar Paramaribo. We stoppen nog wel
even in Moengo, de woonplaats van rebellenleider Brunswijk. Moengo staat
nu bekend om zijn bauxiet. Bauxiet wordt verwerkt tot aluminium. Bauxiet
is in 1915 in Suriname ontdekt en nu denkt men ook dat in West Suriname
bauxiet ligt. Het land Suriname profiteert overigens maar weinig van
deze delfstof. Suralco en Billicon (Amerikaanse bedrijven) verwerken
het tot aluminium (aluinaarde). Na deze laatste tussenstop rijden we
door naar ons hotel Eco resort. We blijven nu twee nachten en we gaan de
komende week de binnenlanden bezoeken.
Zondag 19 november 2006
De
zondagen in Suriname zijn familiedagen. Er is weinig te doen in de stad.
Aan de waterkant is het gezellig druk. Een djogo is bij een temperatuur
van 35 graden Celsius de beste oplossing. Ook bezoeken
we de ‘Nickerie’. Deze oude patrouilleboot deed in de jaren zestig
dienst als vervoermiddel voor de trissers. Als we op de boot staan komen
er enkele herinneringen bij onze vader naar boven. De boot verkeert net
als de kampementen in een matige tot slechte staat van onderhoud.
Volgens enkele andere trissers vaart hij nog wel, maar dat hebben wij
nog niet gezien. Bij de aanlegsteiger van deze boot is ook een
souvenirwinkel gevestigd en hier maken we voor het thuisfront van
gebruik (ketting, oorbellen).
Maandag 20 november
2006
We
vertrekken met de groep naar de binnenlanden. De eerste dag bezoeken we
Overbridge, tweede dag Brownsberg en derde en vierde dag Jaw Jaw. De
vijfde dag gaan we weer terug. Het moment is ook aangebroken om de
malariatabletten te slikken. Voor één echtpaar is de reis te zwaar (Dick
en Patty). Patty heeft zich voor de reis geblesseerd aan haar knie.
Lopen gaat nu moeilijk, dus dan maar vliegen. Om 9.00 uur gaan we
vertrekken. Na een half uur rijden hebben we de stad achter ons gelaten
en stoppen we als eerste bij het voetbalstadion
van
Clarence Seedorf. Dit stadion ligt er prima bij en wordt door Seedorf
zelf onderhouden (tenminste ik neem aan dat hij de onderhoudskosten
betaald). Het stadion doet niet wekelijks dienst als voetbalstadion voor
de plaatselijke club, maar is meer gebouwd voor kans arme jongeren die
zo nu en dan hier een partijtje voetbal kunnen afwerken. Na dit stadion
van buiten te hebben aanschouwd gaan we verder naar Overbridge met een
tussenstop in Paranam. Hier is gevestigd de aluminiumfabriek van Suralco.
Vele Surinamers, maar ook vele Amerikanen verdienen hier dagelijks hun
kost. Het is een komen en gaan van vrachtwagens met bauxiet. Hier begint
onze tocht ook over de bauxietwegen (rood/oranje) wat letterlijk veel
stof doet opwaaien. Om 11.00/11.30 uur komen we aan in Overbridge
River Resort. Een paradijselijk
recreatieoord dat doet denken aan een Caribisch beach resort maar dan
omringd door het haast mysterieuze en ondoordringbare Amazone oerwoud
met woudreuzen, lianen, palmen en de alles overschaduwende majestueuze
kankantrie’s. De oorspronkelijke
bewoners van dit continent, de Indianen en de Marrons zijn nog een
toonbeeld van het primitieve leven van eeuwen her. Zij leven hier aan de
oevers van de machtige Suriname rivier met haar zandbanken, eilanden en
rotsen. Kortom een stukje paradijs op aarde. We zwemmen binnen een
afgezet (met stalen netten) gedeelte. Dit omdat er veel piranha’s zich
in dit water schuilhouden. Dat dit geen overbodige luxe is, blijkt later
op de middag. Na een frisse duik gaan we met een soort (vierkante)
catamaran de Suriname rivier op, om een jodensavanne te bezoeken. Op
deze savanna zijn nog delen van de synagoge, de begraafplaats en de
restanten van de plantage hutten nog zichtbaar. Tot 1845 (jaar van
afschaffing van de slavernij) hadden ) vnl. Portugese) joden hier
suikerrietplantages. Met veel historische kennis op zak gaan we terug
naar Overbridge. Weer terug in Overbridge besluiten we om te gaan vissen
op piranha’s. We hebben 6 gevangen. We vissen met steak en kippenvlees.
Een plaatselijke visser leert ons hoe je een piranha van de haak moet
halen. Dat er veel van deze vissoort in het water zit is duidelijk. Het
aas ligt nog niet in het water of de vissen vreten het direct op.
Voordat we gaan slapen gaan we ook nog op jacht naar kaaimannen. We zien
één liggen in het water. Door met de zaklantaarn op het water te
schijnen lichten de ogen van de kaaiman rood op. Het zijn net kralen
Morgenvroeg gaan we om 6.00 uur een ochtendwandeling maken in de bossen
rondom Overbridge.
Dinsdag 21 november
2006
We
vertrekken vandaag naar Brownsberg en laten het paradijselijke oord
Overbridge achter ons. Een rit van
ruim
1 uur. Als eerste stoppen we bij de Prinses Marijke Kazerne. Deze ligt
halverwege de Brownsberg en heeft nu geen naam meer. Er is niets meer
van over, dan alleen een grote funderingsplaat. Wel is men bezig om de
zaak te herbouwen. Opvallend genoeg hebben veel trissers hier nog vele
herinneringen. Vooral het spoor wat nu niet meer functioneert en waarvan
de rails volledig door de natuur is overwoekerd geeft herinneringen. Na
dit korte bezoek vervolgen we onze weg naar de top van de Brownsberg.
Met stijgingspercentages van rond de 20 tot 30 % komen we op het juiste
moment aan. We worden nl. verwelkomd door een grote groep brulapen. Met
zijn
tienen
zijn ze aan het slingeren. Een beter welkom kun je dan ook niet wensen.
Nadat de apen verder het bos intrekken, zoeken wij onze slaapkamer op.
We slapen in één groot huis met de gehele groep. De Brownsberg heeft een
uitzicht op het Brokopondomeer, een stuwmeer wat in de begin jaren
zestig is aangelegd om voornamelijk Suralco van energie te voorzien.
Voor de jaren zestig waren in het dal 27 dorpen gevestigd welke niet
geheel vrijwillig zijn verplaatst. Hoewel dit een triest onderdeel van
de geschiedenis van Suriname is, is uitzicht magnifiek. Vele trissers
zijn vroeger over het Brokopondo meer gevaren, maar toen waren er nog
vele boomtoppen. Nu steken er hoofdzakelijk boomstammen uit het water.
In de middag lopen we naar de Irene waterval. Een looptocht van 2 uur
door het oerwoud, met vele klimmetjes en afdalingen. Voor een enkeling
is het een zware tocht maar gelukkig heeft (op een na)een ieder deze
wandeling volbracht. Bij terugkomst horen we dat de aggregaat is
stukgegaan door de bliksem die een dag eerder heeft toegeslagen. Met
kaarslicht brengen we de avond door.
Woensdag 22 november
2006
Om
7.00 uur worden we gewekt door het brullen van de brulapen, die hun
territorium op deze wijze afbakenen. In het Brokopondo gebied zitten
ongeveer 10 tot 15 groepen, dus het is een enorm lawaai. Na het ontbijt
gaat onze kok de middaglunch klaarmaken. Om 10.00 uur vertrekken we,
maar de accu van de bus is leeg. Hier krijgen wij Nederlanders les in
het aanslepen van een bus. De bus wordt in zijn achteruit aangesleept.
De
rit voor vandaag is naar Atjoni. Vanuit Atjoni
gaan we met een korjaal naar het diepe binnenland, nl. naar het marron
dorp Jaw Jaw. Al deze dorpen aan de boven Suriname rivier zijn enkel en
alleen maar te bereiken met een korjaal. Het is een boottocht van 45
minuten over een rivier vol met rotsen en zandbanken met een
schitterende omgeving (oerwoud). Hoe verder we het binnenland ingaan des
te primitiever het leven is. Aan de oevers van de rivier zie je kinderen
spelen en de vrouwen doen de was en afwas in de rivier. De mannen zie je
nauwelijks en zijn veelal aan het werk in de grotere plaatsen als
Paramaribo etc…. We maken wat foto’s en filmen wat, maar dat wordt niet
enthousiast begroet. We besluiten hier rekening mee te houden. Eenmaal
in Jaw Jaw nemen we onze intrek in een blokhut. De blokhutten zijn
afgescheiden van het dorp. Jaw Jaw is net als vele andere binnenlandse
dorpen getroffen door de overstroming in maart. Het water stond vanaf de
grond tot ca 2 meter hoog. Ten opzichte van de huidige waterstand
betekent dit dus dat het water in de rivier ruim 5 meter hoger heeft
gestaan dan nu het geval is. Jaw Jaw ligt ca 3 meter hoger dan de
rivier. In de middag hebben we wat gezwommen in de rivier wat bij deze
warmte een aangename verkoeling brengt.
Donderdag
23 november 2006
We staan vroeg op. Deels komt dat door we vroeg naar bed gaan, maar
grotendeels door de warmte. Na een goed ontbijt, maken we een
rondwandeling door het dorp. We maken kennis met het uiterst primitieve
bestaan van de mensen. In kleine hutjes leven grote gezinnen. De
kinderen zijn al vroeg onderweg naar school (van 8.00 uur tot 13.0 0
uur gaan de kinderen in schooluniform naar school in Suriname)en de
vrouwen gaan weer de dagelijkse dingen doen. Wassen, afwassen, vissen en
zichzelf baden in de rivier. We komen dan ook vele dames tegen die hun
was e.d. op het hoofd dragen zodat ze de handen ook nog vrij hebben om
hun spullen te vervoeren. De rondwandeling eindigt bij de school. Deze
school heeft een speciale plek bij onze tourbegeleider Pieter Nijdam. Na
zijn bezoek in 2003 heeft Jaw Jaw zijn hart gestolen en nu heeft Pieter
met een aantal andere oud trissers een stichting opgericht om de school
te ondersteunen. Dit is nodig want de overheid doet weinig tot niets.
Dit jaar wou Pieter lesmateriaal (zoals schriften e.d.) kopen, maar
omdat men bezig is om een bibliotheek te bouwen en in te richten wordt
hiervoor geld ter beschikking gesteld. De bibliotheek moet leiden tot
een leescultuur. Dit alles wordt opgezet en aangestuurd door een
Eindhovense die hiervoor onbetaald verlof heeft opgenomen. In de
verzameling boeken zitten zelfs nog Friese boeken welke wellicht vanuit
Friesland zijn geschonken. Deze taal spreekt en leest men niet. Ik ben
dan ook blij dat ik ze mee mag nemen. Je moet het zien als omgekeerde
ontwikkelingshulp. In de middag gaan we met de boot de rivier verder op
en bezoeken een ander dorp. Hier gelooft men veel in geesten.
Het is erg
rustig en het is veel kleiner dan Jaw Jaw. Eenmaal terug in Jaw Jaw
staat ons een heerlijke maaltijd te wachten0. ’s Avonds worden we getrakteerd
op live muziek door de plaatselijke bevolking. Stevige muziek met veel
gevoel voor ritme. Aan het einde van de avond heeft Venski geregeld dat
we op kaaimannen jacht kunnen gaan met de bootsman. De jongere garde van
onze ploeg en Paul durven dit avontuur aan. Het is aarde nacht en we
zien geen hand voor ogen. De bootsman ziet waarschijnlijk veel meer. Met
volle vaart varen wij de rivier op, die vanmiddag nog vol lag met
rotsen en zandbanken. We zingen ons moed in en dat blijkt te helpen
(tekst: ‘we zijn niet bang’ tekstschrijver: Paul Stoelinga) Door met de
zaklantaarn over het wateroppervlak te schijnen zie je de ogen van
kaaimannen rood oplichten. We zien vele kaaimannen in het water liggen
en een enkeling op de kant. Het is een mooie afsluiting van de reis naar
het binnenland. Een boottocht om niet snel te vergeten.
Vrijdag 24
november 2006
We verlaten Jaw Jaw en beginnen ons te realiseren dat de reis bijna ten
einde is. Aangekomen in Atjoni is het weer een drukte van belang. Mensen
die naar het binnenland willen en mensen die er vandaan komen. Vele
goederen waaronder ook aggregaten moeten in een korjaal. Dit zijn
beelden die je alleen van de televisie kent en nu in het echt waarneemt.
De busreis verloopt voorspoedig en na een reis van ruim 6 uur komen we
aan in het Eco Resort waar we ons voor het laatst inchecken.
Zaterdag 25
november 2006
Het officiële programma van de reis zit erop, maar omdat het vandaag
onafhankelijkheidsdag is (te vergelijke met
koninginnedag in Nederland)
is de reis verlengd (dit t.o.v. de trips in 2004 en 2005). In plaats dat
we vandaag met het vliegtuig naar huis vertrekken doen we dit dinsdag
as. We hebben wel met Pieter Nijdam nog een tweetal activiteiten
georganiseerd, te weten; fietsen op zondag en maandag een bezoek aan de
kazerne te Zanderij. Vandaag dus onafhankelijkheidsdag. Iedereen is vrij
en viert feest. Er is ook een soort vrijmarkt. Er wordt hoofdzakelijk
eten en sieraden verkocht. Om 11.00 uur start de militaire parade (een
optocht). Naast het leger
van Suriname doen ook de korpsen van de Nederlandse mariniers (houden
oefening in Suriname) en het Franse leger mee. In de optocht lopen ook
alle politiekorpsen, brandweer en padvinders van Suriname mee. In onze
optiek ontbreken alleen de postbodes nog. Er hang een gezellige sfeer en
we besluiten daar van te gaan genieten.
Zondag 26
november 2006
Wederom er weer vroeg uit, want om 9.00 uur gaan we fietsen. Wij zijn
met zijn zevenen en fietsen eerst door de stad en dan met een korjaal
naar de overkant, naar
Meerzorg.
Aangekomen bij de korjaal zegt de bootsman dat we twee korjalen moeten
hebben omdat de fietsen er niet op passen. Nou dat hebben wij de
bootsman even duidelijk gemaakt. De bootsman wou natuurlijk dat er twee
boten naar de overkant voeren. Er konden wel 15 fietsen en passagiers
op. Vanuit Meerzorg fietsten we verder naar de Peperpot. Dit is een
cacao plantage. We bezoeken hier het voorhuis en de cacaofabriek. De
fabriek wordt in ere hersteld, maar gelet op de te verrichten
werkzaamheden zal dit nog wel een poosje duren. Het landhuis is oud en
vervallen en niet meer te betreden. Vorig jaar is Pieter Nijdam er nog
met een groep in geweest, maar dat was toen al gevaarlijk omdat men op
de verdieping door de vloer zakte. Het landhuis doet denken aan de
landhuizen uit de televisieserie North en South. Vanuit de Peperpot zijn
we verder gefietst over een pad door de oude plantage. Het is nu een bos
geworden, maar de cacaobomen zijn er nog steeds en in overvloed. We
komen een grote groep apen tegen en zien vele (grote) hagedissen. We
fietsen door tot aan Voorbrug (een plaatsje aangrenzend aan Nieuw
Amsterdam). Daar gaan we met de boot de rivier weer over naar Leonsberg.
Vanuit hier is het nog een half uurtje fietsen naar het hotel.Als we
aankomen, nemen we eerst een douche en gaan de rest van de dag wat
rondhangen langs de waterkant.
Maandag 28
november 2006
Op deze
laatste dag bezoeken we het kampement van Zanderij. Hier verbleven
de trissers drie maanden en kregen hier hun opleiding. Vanuit Paramaribo is
Zanderij een
ruim uur rijden. Aangekomen op het kampement staat de sergeant al op ons
te wachten om de rondleiding te verzorgen. Persoonlijk vind ik het
kampement te Zanderij, vroeger genaamd
Prinses Beatrix kazerne
en nu Avoko kazerne, het meest onderhouden kampement. Het kampement ligt
aan de cola kreek, een kleine beek, waarvan het water de kleur van cola
heeft. Vroeger zwommen de trissers in deze beek en nu zwemmen de
Surinaamse soldaten en de lokale bevolking er in. Het bezoek duurt niet
lang. Alle trissers komen nog op de foto. Eenmaal terug in Paramaribo
besluiten we om te gaan zwemmen in het zwembad bij Torarica.
Dinsdag 28 november
2006
De
dag van vertrek, maar voordat we vertrekken snel nog wat spullen kopen
in de stad om mee te nemen naar huis. Om 15.00 uur vertrekt de bus en om
20.00 uur (0.00 Nederlandse tijd)vertrekken/vliegen we richting
Nederland. De reis is nu 45 minuten korter dan de heenreis. Op woensdag
29 november 2006 om 8.15 uur landen we veilig. Er zijn vele strenge
controles en om 11.00 uur kunnen we onze familie begroeten.
Het is een reis die we niet snel zullen vergeten. Suriname is een
schitterend land en nog zeker de moeite waard om nog eens te bezoeken.
Verder was de verzorging uitstekend en was alles prima geregeld. Vooral
goede maar ook leuke gidsen hebben ons de drie weken vermaakt en ze
waren niet te beroerd om buiten werktijden ook activiteiten te
ontplooien. Verder hoop ik dat Pieter Nijdam de organisatie nog
jarenlang mag houden zouden nog vele trissers kunnen genieten van deze
reis. |