|
![]() |
|
Door te klikken op het onderwerp van de inhoudsopgave komt u direct bij het gewenste artikel. |
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Beste Trissers. Tussen de laatste Triskoerier van December 2006 en deze Triskoerier is er weer veel gebeurt. Zoals u heeft kunnen lezen middels de mails en nieuwsbrieven, dat Triskontakten welke voorheen door Bert Meulemans werd beheerd, op 22 september as een landelijke TRIS-reünie-dag organiseert. Dat moment wordt ook aangegrepen om het monument te gaan onthullen. Momenteel wordt er achter de schermen hard gewerkt om het programma geolied te laten verlopen. Zo u gelezen heeft, hebben we een deel van onze website beschikbaar gesteld voor alle informatie over de reünie en ook kan men zich via www.tris.nl opgeven voor de reünie. Dat maakt het opgeven voor de deelnemers een stuk eenvoudiger en een postzegel is ook niet nodig en vooral veel sneller. Na de opgave krijgt u altijd een ontvangst bevestiging terug van ons, zodat u er zeker van kan zijn dat uw opgave in goede orde is ontvangen. Krijgt u binnen 3 weken geen reactie dan even aan de bel trekken, dit geldt alleen voor aanmeldingen via onze site en trisonline.
De website is voor en door ex-trissers opgezet dus iedereen kan er zijn of haar verhaal maar ook oproep in kwijt. Als er reünies georganiseerd worden middels oproepen, kan dit medium aan het slagen van zo'n initiatief bijdragen, zonder dat wij er deelgenoot van uitmaken. Dat er geen samenwerkingverband is, tussen de Triskontakten en Triskoerier of de website berust louter en alleen, omdat we onderling geen afspraken hebben. Dat is begrijpelijk, ook al streven we samen het zelfde doel na, wij bedienen ons van een ander medium. Trouwens zijn we verzot op verhalen van ex-trissers en we nodigen u dan ook uit om uw verhaal, anekdote over uw diensttijd in te zenden.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Door Rob de Leur: Deel 1 Albina, 5 juni 1974 Suriname
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Na zes dagen terug
te zijn van de vaarpatrouille en enigszins bekomen te zijn van de
opgelopen verkoudheid hoop ik een beetje inspiratie te krijgen om een
beetje een redelijk verslag van de vaarpatrouille in elkaar te kunnen
flansen. Het vertrek was natuurlijk enigszins paniekerig omdat de
kapitein ook lid was van de vp en dat schijnt nooit zijn uitwerking te
missen. Hij stond erop om om 0700 uur te vertrekken, iets wat natuurlijk
een nobel streven is maar wat echter bijna nooit gehaald werd om de een
of andere reden. De eerste dag echter deed iedereen natuurlijk zijn
uiterste best om voor dat tijdstip in de boten te zijn en dat ging
redelijk op één man na. Die was zo gehaast dat hij vergat dat de
wallenkant, die nogal glad is, glad was met als gevolg dat hij tussen de
wal en het schip terechtkwam en zodoende het eerste slachtoffer was
geworden van een paar natte voeten, iets wat ons in het begin zorgen
baarde, maar waar we later tijdens de vp dusdanig aan zijn gaan wennen
dat ons dat niet veel meer schelen kon. Afijn, de hob (hoornblazer) vond
toch dat zijn optreden geslaagd kon worden genoemd en als je een beetje
een idee hebt hoe hij is, dan kunnen we het daar wel over eens zijn. Al
met al vertrokken we dus om 07.10 uur onder begeleiding van een nogal
ruwe klankserenade tevoorschijn getoverd uit de hob maar dit kwam wel
overeen met de stemming van het ogenblik. Allemaal waren we natuurlijk
vol verwachting van wat er zou komen en het meest waren we toch wel
bezorgd wat het weer betreft omdat we nu al midden in de regen- tijd,
volgens de kalender dan, zitten en dat is helemaal geen prettig idee. Er
is op zo'n vp toch al zoveel water te zien dat je helemaal geen behoefte
hebt aan enkele hemelse toevoegingen en we zijn wat dat betreft toch wel
erg gelukkig geweest. We vertrokken in ieder geval al met stralend weer
en nauwelijks waren we uit het gezicht van het kampement of de jasjes,
hemden en hoeden werden uitgetrokken c.q. afgezet en na ons behoorlijk
te hebben ingevet met Nivea zonnebrandolie probeerden we het ons zo
gemakkelijk mogelijk te maken op de harde planken die als bankjes
dienstdoen in een korjaal. Over die zonnebrandolie is nog wel het een en
ander te vertellen. Op de avond voor het vertrek werd namelijk de vraag
gesteld of de zonnebrandolie van dienstwege verstrekt zou worden en deze
vraag sloeg in als een bom. Tenminste bij de cdt'n, de gewone sldn
vonden dit een zeer terecht gestelde vraag en we verwachten dan ook een
positief antwoord omdat ons inziens het niet verbranden van de huid
tijdens zo'n vp een gedeeltelijke dienstzaak is, omdat het een dienst vp
en geen privé vp is. Echter deze vraag werd op dusdanige wijze
beantwoord, een wijze die zich op papier moeilijk laat omschrijven, dat
we de indruk kregen dat we toch nog bol zijn wat dienstbegrippen
betreft. Niemand had natuurlijk zonnebrandolie gekocht zodat na de
bespreking wat betreft de vp iedereen naar de dichtstbijzijnde Chinese
winkel stormde om de daar aanwezige voorraad olie op te kopen. We
schenen ontzettend geluk te hebben want deze goede chinees had vier
flesjes van deze “goddelijke" olie zodat we deze alle vier maar hebben
opgekocht en onder de bemanning van de drie korjalen verdeeld. Omdat
onze vraag zo negatief beantwoord werd hebben we stiekem besloten om
géén van de vp-cdt'n mee te laten genieten van dit vocht iets wat echter
niet nodig was omdat ze zich zelf al redelijk hadden voorzien. Genoeg
echter over olie en aanverwante artikelen. Albina ligt ongeveer 40 km
landinwaarts en zelfs hier is de Marowijne al behoorlijk breed. We
kunnen vanuit het kampement de Franse stad Saint-Laurent zien liggen en
als je op de kaart kijkt en ziet dat die afstand reeds 2,1 km bedraagt
dan besef je pas goed wat een enorme hoeveelheid water door deze rivier
wordt afgevoerd. Zoals bekend zijn deze Zuid-Amerikaanse rivieren echter
maar voor een zeer kort gedeelte bevaarbaar voor grotere schepen en
meeste moeten die ook nog wachten op hoog tij. Op de Marowijne is het
verschil tussen eb en vloed tot op zeker 80 km landinwaarts nog zeer
duidelijk te merken en dat duidt dus tevens aan hoe vlak de kuststrook
is en tevens kan men begrijpen dat het meeste hiervan ook nog moerassen
zijn. Looppatrouilles in de omgeving van Albina worden dan ook meestal
door de gewone Jan verafschuwd en gelukkig hebben we er geen enkele hier
moeten maken. Na ongeveer 2 uur varen bemerk je dat er verschil komt in
het landschap. Links oer en rechts woud blijft natuurlijk onveranderlijk
hetzelfde maar je begint toch al vrij duidelijk de golvende lijnen van
een heuvellandschap te onderscheiden. Misschien kunnen we dit soort
terrein het beste vergelijken, als we tenminste alle bomen wegdenken,
met centraal Frankrijk. De korjalen varen uitgerust met een 35 pk motor
en met een snelheid van dicht bij de 15km/hr schoten we dus over het
water. Na ongeveer drie uur zo te hebben gevaren gingen we aan de Franse
kant eventjes aan wal om wat gevoel terug te brengen in de zitvlakken en
meteen een verfrissing te kopen in een kleine Creoolse nederzetting. De
verfrissing viel echter goed tegen want alles was lauw en lauw bier is
vies. We hadden zelf een ijskist meegenomen met een behoorlijke voorraad
ijs, bier en soft maar dat werd voor later op de reis bewaard. Na dus zo
even een weinig te hebben uitgerust stapten
we weer in de korjalen en ging het weer verder stroomopwaarts.
Iets dat ik natuurlijk nog even vermelden moet is dat ik in dat kleine
nederzettinkje nog eventjes iets van mijn talenkennis heb laten blijken
door "Au Revoir" te zeggen toen ik wegging. De man lachte vriendelijk
maar die Creolen lachen meestal dus dat betekent op zich eigenlijk niets
hoewel het voor mij een aanmoediging was om dit te herhalen wat ik dus
meteen ook deed tegen de aan de waterkant zittende vrouw. Weer een lach
en ditmaal kon ik niet nalaten te herinneren dat we voor het
kleine flesje bier 2 Gyanese francs hadden betaald. Net het schone lied
van Willie Alberti, "de glimlach van een kind doet je beseffen dat je
leeft” in gedachten neuriënd stapte ik dus ook in de korjaal. Wel, wat
doe je eigenlijk aan boord van een korjaal waarin elke beweging
noodlottig kan worden, je amper plaats hebt om te zitten en waarin het
liggen nou ook niet zo comfortabel blijkt te zijn als je in het begin
wel had gedacht simpel en alleen door het feit dat de hoogte van het
houten bankje en het plankiertje dat op de bodem van de korjaal ligt
niet te overbruggen is door de driedubbel opgevouwen zwemvesten zodat je
met je rug, hoe je je ook wendt en keert, altijd op de rand van het
bankje komt te rusten. Al spoedig echter leer je te berusten in dit
ongemak omdat je ziet dat andere maten in de andere korjalen er meestal
slechter aan toe zijn dan je zelf. Zoiets geeft je meer moed om het
ongerief "manmoedig" te dragen en zo zijn we verder gevaren tot aan de
eerste soela's. We waren haast ingedommeld toen onze koelaman ons
waarschuwde dat er iets stond te gebeuren. Het is natuurlijk verboden om
in de korjalen te slapen. De legerleiding is namelijk bang, dat je, als
de korjaal door de een of andere reden omslaat, je niet meteen wakker
wordt en vergeet te zwemmen of probeert onder de boot uit te komen.
Zoiets lijkt mij toch echter wel een eerste vereiste om ook het eind van
de vp mee te maken maar in elk geval hebben ze wel ergens een klein
beetje gelijk. Bovendien moet je altijd goed opletten op wat de
koelamannen doen. Het wil namelijk nogal eens voor komen dat een van die
grote koela's (de stokken die de koelamannen dus gebruiken) klem komt te
zitten in een gat tussen de onder water verborgen stenen. De koelaman
probeert in ieder geval natuurlijk z’n stok te redden en trekt er dus
uit alle macht aan. Als we dus even bedenken dat de korjaal nog vaart
heeft is wel na te gaan dat in een onderdeel van een seconde de stok
helemaal krom staat. Komt zo'n stok nou niet los dan moet de koelaman de
stok wel los laten, er bestaat namelijk anders de kans dat hij zelf
overboord geslagen wordt (getrokken is natuurlijk een beter woord); dat
zo'n koela dus met een rotgang terugzwiept is dus wel te begrijpen. Lig
je nu een beetje te doezelen en in het water te koekeloeren of je zoekt
een beetje afkoeling door met je arm overboord te hangen en de pirengs
te pesten dan komt zo'n stok natuurlijk als een donderslag bij heldere
hemel op de onschuld zelf neer en het verleden heeft bewezen dat een
flinke hersenschudding of enkele gebroken ledematen dan ook het gevolg
van zo'n ontmoeting kan zijn. Wakker geworden door de waarschuwing
‘soela’ gingen we dan ook weer dapper rechtop zitten en zagen op enkele
honderden meters afstand de so ela. Dit waren de Wilhelminavallen, een
naam die me door een speciaal voorval is bijgebleven. Normaliter zou ik
de naam vergeten zijn omdat deze soela voor ons, die de korjaaltocht op
de Sarramacca rivier in de korjaaltraining tijdens Loksie Hatti hebben
meegemaakt eigenlijk een lachertje was. Een zeer klein verval met enkele
rotsblokken die nauwelijks boven water uitstaken. De korjaal trok zich
van deze soela, laten we het maar stroomversnelling noemen, niets aan en
ging er soepeltjes overheen. Wij zaten in de eerste korjaal en hadden
altijd een kleine voorsprong op de anderen. Een gepaste voorsprong
natuurlijk want in onze korjaal zat de kapitein (niet de kapitein van de
korjaal maar de kompies kapitein, met de drie xxx). De Wilhelminavallen
bestaan uit drie van deze kleine waterdrempeltjes en toen we de tweede
gehad hadden en de derde al in zicht hadden keek onze hoofdkoelaman om
(we hebben namelijk twee koelamannen aan boord, dit natuurlijk vanwege
de grotere soela's die zich verder stroomopwaarts zullen voordoen) en
schreeuwde iets tegen de motorist. Deze keek op zijn beurt om wat ons
natuurlijk ook nieuwsgierig maakte en ja hoor, iets wat je helemaal niet
verwachtte bij zo'n klein soela’tje gebeurde wel. Een heuse bootramp was
zich aan het voltrekken. We zagen net nog hoe de derde en laatste
korjaal met z'n neus de golven indook, dieper kwam te liggen en door het
voorbij spoedende water nog meer water naar binnen kreeg en weldra aan
het zweven was geslagen. Door de stuurmanskunst van de motorist werd een
grotere ramp voorkomen omdat hij de korjaal meteen achter enkele rotsen
stuurde zodat de stroom geen vat meer had op de boot. Natuurlijk dreven
er meteen hoopjes PSU artikelen over het water en onze boot keerde
onmiddellijk om de wegdrijvende spullen op te pikken terwijl de tweede
boot onmiddellijk langszij de derde ging liggen om assistentie te
verlenen. Wij gingen dus de tweede soela weer "af" en voeren rond,
pikten enkele jerrycans op met benzine, de kookpannen, enkele zwemvesten
(de soela werd namelijk helemaal niet gevaarlijk geacht zodat de
zwemvesten niet aangetrokken behoefde te worden) en nog meer drijvend
spul. Daarna gingen we weer de soela over om assistentie te verlenen aan
de twee korjalen. Een prachtig gezicht voor zolang je er droog bij
blijft een zijdelings bij betrokken bent. De gezichten van de
rampzaligen spraken echter boekdelen en hopelijk zijn de foto's en dia's
die van dit gebeuren gemaakt zijn goed uitgevallen. Het was een erg
zielig gezicht de betrokkenen met de fototoestellen omhoog te zien niet
wetend wat ze nu moeten doen, staan in de boot, zitten of er uit stappen
(bij deze stroomversnelling is het namelijk niet erg diep). Die
smoelwerken waren werkelijk onbetaalbaar. Spoedig echter was de spanning
gebroken en kon er gelachen worden. De fototoestellen werden overgegeven
aan de bemanningen van de andere boten en er werd direct begonnen met
het overladen van de korjaal. Toen het al een flink gedeelte van zijn
last kwijt was kwam de boot net boven het water uit en kon men beginnen
met hozen. Er werd met alles gehoosd. Het voordeligste ging dit
natuurlijk met de grote kookpannen die intussen alweer waren opgepikt en
na tien minuten was de boot alweer klaar om geladen te worden. Alles was
natuurlijk niet even leuk zoals b.v. de radio. Helemaal ingepakt in
plastic, getest op het kampement op waterdichtheid, bleek in een zak vol
water te liggen. Door een of andere oorzaak is de zak kapot gescheurd en
in plaats van een beschermende waterdichte zak werd het een
waterhoudende zak
want ondanks het lek in de zak zal je altijd zien dat het water er
sneller in komt dan het eruit wil en dus konden we de radio wel
afschrijven. Officieel zijn ze natuurlijk wel waterdicht naar dat was
toen ze gemaakt werden, heel heel lang geleden. Zakken met rijst die
tien kilo wogen, volgens de voedingslijst dan, begonnen open te barsten.
De rijst was namelijk een ontzettende hoeveelheid water aan het
opzuigen zodat al spoedig het gewicht van 15 kg te boven werd gekomen.
Vele blikken met groente e.d. liggen nu ergens stroomafwaarts de
ergernis op te wekken van de pirengs en ander zwemend gebroed, iets waar
we voor op moeten passen. Als die beestjes nu eens onverhoeds een
geheugen mochten bezitten en we komen terug, je moet natuurlijk
dezelfde route terug, en ze leggen een hinderlaag dan is het natuurlijk
wel van hap hap kauw slik einde. Gelukkig echter zijn alleen Flippers
met zoiets uitgerust dus dat was al spoedig een hele opluchting. In de
verongelukte boot was ook een reserve buitenboord motor en deze is met
een gedeelte van de andere lading ook op de tweede korjaal neergelegd
tijdens het hozen. Zo'n ding is behoorlijk zwaar en werd toen ook door
de motorist uit het water opgevist. Die koelamannen en motoristen zijn
niet zo'n heel klein beetje gespierd hoor. Als je ze zo bezig ziet ga je
gauw vermoeden dat die gasten in staat zijn water uit een steen te
knijpen. Tja, dat kan ik natuurlijk ook wel naar daarvoor moet ik naar
de Dode Zee.
De motorist in kwestie staat nu dus in de korjaal en vraagt heel gewoon
aan een van mijn maatjes of hij even zo vriendelijk wil zijn om de motor
maar even aan te geven. De natte maat zag dat natuurlijk niet helemaal
zitten maar gesterkt door het vertrouwen van zo'n Jeroentje heeft hij
zich op de motor geworpen en met het gevoel dat St. Christoforus gehad
moet hebben en drie jaar eerder versleten heeft hij de motor drie meter
gedragen. God biddend voor herhalingen gespaard te blijven is hij door
de andere maten z'n korjaal in gehesen en heeft daar de resterende tijd
zich liggen verbazen over het gebeurde met af en toe een vertroebelde
blik werpend op de motorist en met de gedachte aan komende soela's
hebben we hem de hele dag niet meer gehoord. Na dit gebeurde werd de
reis niet onmiddellijk voortgezet want de motor wou na al die nattigheid
natuurlijk niet gelijk aanslaan, tot grote ergernis van de kapitein die
nu ook al zijn vaarschema in het water zag vallen. In de tussentijd werd
er natuurlijk druk in het Takkie Takkie gediscussieerd over de oorzaken
die dit alles hadden veroorzaakt en van wat ik eruit heb kunnen
begrijpen, niet door mijn kennis van Takkie Takkie naar door herhaalde
malen vragen om vertalingen van enkele gedeelten, heeft de motorist van
de derde korjaal niet genoeg afstand gehouden van de tweede zodat de
boeggolf van nr. 2 nr 3 noodlottig is geworden. Nr. 1 was nu de lachende
derde en die positie bevalt me best. Eindelijk kwam er weer wat lawaai
uit de motor en verder ging het waar we omstreeks 1300 uur bij
Langatabbetje aankwamen. Dit dorp is vernoemd naar een eilandje in de
Marowijne (eilandje = tabbetje) dat zoals de prefix al doet vermoeden
nogal lang van vorm is. Dat klopt ook wel. Je vaart minstens 20 minuten
van de ene kant naar de andere kant. In Langatabbetje moesten enkele
ceremoniële plichtplegingen worden verricht zoals het officieel
begroeten van de dorpskapitein. O, deze was niet aanwezig zodat dit de
plaatsvervangend dorpskapitein werd. Er werden enkele geschenken gegeven
zoals flessen rum, wat blikken bier e.d. en na een half uurtje ging het
richting Loka Loka waar we ongeveer 1630 aankwamen. We waren erg blij
dat we er waren want op de zitvlakken had zich reeds pijnlijk gevoel
geopenbaard. Ook krijg je van dat lange en harde zitten de wiebelziekte
zodat we wel kunnen spreken van een swingende aankomst. Moet best wel
een leuk gezicht zijn geweest maar dat hebben we niet kunnen
controleren want als je zelf slachtoffer bent interesseert de ellende
van een ander je naar matig. De stemming bleef echter uitstekend en na
de hangmatten te hebben opgehangen hebben we enkele van de nat geworden
zakken rijst in de zon te drogen gelegd wat echter naar de kwaliteit
van het eten van de volgende dag te merken tevergeefs was geweest.
De hangmatten
hingen niet in de open lucht want de kapitein, als je dat tenminste nog
kapitein kan noemen van zo’n klein dorpje, had ons het
gastenverblijf afgestaan. Zo’n gastenverblijf is niets anders dan enkele
verticale palen met een dak erboven. Aan die palen konden we dus de
hangmatten vastmaken en indien de hangmatten eventueel lek zouden zijn,
zouden we er tenminste vanavond geen last van hebben. De radio was ook
snel gereed zodat we al spoedig helemaal geïnstalleerd waren en we ons
nog bij daglicht in de rivier konden wassen en scheren. Terwijl dit
allemaal gedaan werd zorgde de kok ervoor dat het eten gereed kwam en
vlak nadat de duisternis ingetreden was zaten we al aan een maaltijd die
ons overheerlijk smaakte. Op zo’n patrouille heb je eigenlijk maar één
hoofd maaltijd en dat is het warme eten tegen het eind van de middag.
‘s-Morgens eet je meestal een mok havermoutpap en voor in de boot neem
je een pak cakes mee. Niet de luxe cakes maar meer die keiharde koeken
die toch wel erg voedzaam zijn maar erg vervelend om te eten. Dan krijg
je er een blikje met kaas of een blik vleeswaren bij, enkele
sinaasappelen gevitaminiseerde zuurtjes en dat is het wel zo’n beetje.
Logisch dus dat je na een hele dag op het water behoorlijk honger
gekregen hebt en je laat je dan ook door de kok, die erg goed is geweest
tijdens de hele reis, verwennen. Het moreel was hoog en dat bleek
overduidelijk aan de stemming die er die avond heerste. We probeerden op
allerlei manieren wat bier van de kapitein (xxx) af te troggelen en dat
ging als volgt. We zaten allemaal zo'n beetje bij elkaar en een van de
jongens begon heel zachtjes iets te zeggen. Enkele woorden zei hij iets
harder en die zal ik met hoofdletters typen. "Zeg, heb jij ook zo'n trek
in een BIERTJE?" "Weet je dat we heel wat BLIKJES hebben meegenomen?"
Zo'n BLIKJE zit natuurlijk helemaal vol lekker HEINEKEN". "Nou, PARBO
(bier) is ook lekker hoor en dat zit toch ook in de IJSKIST!". "Ik wil
eigenlijk ook wel iets DRINKEN'” en zo ging dat enige tijd door hoewel
de kap. en de luit. helemaal niet reageerden. Toen hebben we het maar
openlijk gevraagd en als antwoord kregen we dat we iets moesten bewaren
voor onderweg. Wij op onze beurt gingen daarop door, door te menen dat
er onderweg wel weer iets zou kunnen gebeuren, enz. enz. maar dat mocht
niet baten. Daarna werd het gauw een beetje slap en begonnen we allerlei
oude verhalen te vertellen. Zo hebben we een keer enkele sergeanten het
probleem voorgelegd van een Jumbojet met allemaal vogeltjes erin. Als
die vogeltjes nu eens allemaal plotseling gingen vliegen, zou dan het
totaal gewicht van de Jumbojet verminderen? Dit leverde toentertijd
zoveel stof ter discussie op dat we er nu nog de grootste lol om hebben.
De luit. plaatste echter de opmerking dat als die vogeltjes eens
allemaal zouden gaan poepen dat de Jumbo dan neer zou storten. Een
maatje van mij, die vliegtuigmonteur bij de KLM is zei toen dat er dus
een reglement opgesteld diende te worden. Ik haakte daarop in en zei dat
dat dan moest luidden: 'Verboden te poepen voor vogeltjes’
en we heb ben elkaar zou goed aangevoeld dat we 5 minuten met
buikkrampen hebben gesnikt van het lachen. De luit. die echter
tussentijds iets uit z'n commandotijd aan het vertellen was had echter
het laatste niet gehoord en midden in z'n verhaal dus die lachsalvo en
dat vond ie niet zo geslaagd zodat we opnieuw blauw lagen van het
lachen. Afijn, weinig bier dus die avond en om het geheel af te sluiten
maakte de luit bekend dat er van 2200 tot 0600 uur wacht gelopen moest
worden bij de korjalen i.v.m. het risico van afdrijven. Ik reageerde met
de vraag of korjalen alleen maar afdrijven tussen 2200 en 0600 uur en
dat was weer een giller. Echter de koelamannen hielden de wacht tot 2200
uur zodat het installeren van de wacht op dat late tijdstip wel
gefundeerd was maar we hebben toch weer even kunnen lachen en daar ging
het eigenlijk alleen maar om. Iets over Loka Loka. Een voor Europese
ethische begrippen zeer moeilijk dorp. Er woonden nog maar enkele
vrouwen met kinderen en verder waren er nog drie mannen. De rest was
verhuisd of weet ik wat aan het doen ergens ver weg. Op z'n Nederlands
gezegd zou dit dus een hoerendorp zijn, maar als je een beetje gewend
bent aan de manier waarop de Creolen leven dan vind je zoiets al spoedig
heel gewoon. We hebben die avond nog zoiets als een dansi dansi gehad
maar dat was niet zo'n succes alhoewel gezegd moet worden dat de mensen
er wel hun best voor deden. Hun capaciteiten lagen nu eenmaal niet
hoger. Later hebben we betere dansi dansi’s in andere dorpen gehad en
het lijkt me het beste als ik dat dus maar bij de desbetreffende dorpen
beschrijf. Dit dorp was trouwens het eerste Creoolse dorp dat we zagen
waar de voorgevel en deurstijlen fantastisch mooi beschilderd waren met
het oog op de boze geesten. Elke hut is anders en de kleuren combineren
wel mooi. Het is echter verboden om van deze dingen een foto te maken.
We hebben het dus ook maar niet gedaan want wie weet wat voor last je
daar mee kan krijgen daar hadden we die avond nou niet bepaald zin in.
De hoofdkleuren die ze voor deze beschilderingen gebruiken zijn rood,
wit, blauw en zwart. Ondanks alle beschilderingen van en tegen boze
geesten die wij niet boven de hangmatten hadden hebben we toch vrij
ongestoord geslapen behalve dan op die twee uur na dat we wacht moesten
lopen.Wordt vervolgt in de koerier van september.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]()
Ingezonden door een Ex-Trisser |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Misschien dat deze personen de TRISKOERIER ook lezen, laat eens wat van je horen. Groeten, Wim Kloeg |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Hoe is het toch met iedereen gegaan na de dienst(plicht) in Suriname. Is deze periode van je leven van invloed geweest op de jaren erna? Het zou leuk zijn om dit soort verhalen van elkaar te kunnen lezen in een van de volgende koeriers. Stuur je verhalen naar koerier@tris.nl |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Foto: Bertien |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Ex-Trissers maken hun eigen krant, de huidige redactie wacht op nieuwe verslagen of wat u kwijt wil. De komende Tris-Koerier wordt in Oktober 2007 verwacht dus na de reünie. Wij streven er na om een spetterend reünie nummer te maken met foto's en vele reacties van en over de reünie. Dus mannen laat vooral wat van je horen .
Het ligt in de planning om de Tris-Koerier 4 maal per jaar uit te laten komen. Mochten er belangrijke zaken zijn die we u niet willen onthouden, dan informeren we u middels een nieuwsbrief. Wij hebben uiteraard alles zo zorgvuldig mogelijk uitgewerkt en de onderwerpen wat moeten aanpassen. Omdat het een blad is van en voor ex-trissers kunt u er dus van alles in kwijt en schroom dus niet, stuur alles op wat je kwijt wilt. Heeft u nog vragen of opmerkingen dan horen we dat graag. de Redactie:
EINDE
|
||