|
“Jij maakt het reisverslag.”, zei Pieter Nijdam tegen mij en
daarbij miste ik nadruk op het vraagteken. Mijn verslag dat in delen in
de TRISkoerier geplaatst wordt had hij gelezen en hij gebruikte nu de
tactiek van de Chinees vrijwilliger. Ik antwoordde dat dat zijn risico
zou zijn en dat leverde bij hem dan wel de vraagtekens op die ik eerder
zo miste. Toegezegd dat ik het in ieder geval zou proberen.
Het resultaat ziet U hier.
Eenmaal in het vliegtuig overkwam ons nog een vertraging van
een half uur maar dat werd ingevlogen zodat we maar 15 minuten na het
officiële schema om 17:45 uur op Zanderij landden. Daar was het wel lang
wachten op de koffers en dat terwijl we al maar meer benieuwd werden
over wat ons te wachten stond. Ja, één hele Boeing 747 vol mensen en
koffers; dat is wel een hele opgave voor een op toeristen ingesteld
vliegveld. De temperatuur en de vochtigheid voelden ‘vertrouwd’ aan.
Bijna direct nadat we in de ontvangsthal waren aangekomen begon het
donker te worden, te onweren en flink te regenen. Welkom in Suriname.
Maar net zoals in het andere leven en zeker in de diensttijd zouden we
ook hier op onze vakantie erachter komen dat veel tijd opgaat aan
wachten. Tijdens dat wachten konden we gelukkig soms wel wat lopen. De
opleiding ‘wachtlopen’ waren we nog niet vergeten. Met onze koffers
maakten we kennis met de vaste gids tijdens de gehele reis, Vrensky. De
koffers gingen in een apart busje en eindelijk ging het richting
Paramaribo waar we na een uur en een kwartier aankwamen en onze kamers
in het Eco Resort konden bevolken. Stervenskoud was het daar want de
airco stond op 22ºC en werd direct OFF gezet. Vergissing! Na het douchen
om 20:45 uur gezamenlijk de richting ’t Vat gegaan waar de meesten de
eerste Parbo van deze reis genoten met wat sateh en patat of zoiets want
hongerig waren we wel geworden. Terug in het hotel was het al 23:30 uur
en de tegelvloer van de kamer een schaatsbaan. “Bij het uitzetten van de
airco zal er condensatie ontstaan.”, was één van de teksten op de
aanwezige instructiekaarten. Klopt! Er is dan maar één remedie: airco
weer ON. We zijn niet naar hier gekomen om te schaatsen of bij
binnenkomst naar het bed te glijden en daar ongelukken zonder je
kamergenoot te begaan. De vrieskou zal wel wennen maar benieuwd hoelang
het zal duren voordat de neusverkoudheid toeslaat en we verder niezend
door het leven moeten. Klok 4 uur teruggezet en dus 4 uur jonger
geworden door deze simpele handeling.
Dag 2: vrijdag 9
november 2007 Citysightseeingtour.
Na het ontbijt is er
nader kennismaking met de groep en wordt het programma besproken. Daarna
stappen we in de bus voor de Paramaribo Citysightseeingtour. We bezoeken
de Noodmarkt. Hier treft u een overvloed van tropische vruchten aan.
Voor geïnteresseerden brengen we een bezoek aan de Memre Buku Kazerne.
Voor ex-TRISers geeft deze rondleiding het gevoel van ouwe jongens
krentenbrood; even terug in de tijd.
Om 05:30 (is dus zeer laat) wakker geworden. Naar een
betonnen zitje met parasol / paraplu gelopen aan de Suriname-rivier en
genoten van de zonsopkomst en de al overvloedig aanwezige warmte. Het
ontbijt op Eco Resort is zeer goed verzorgd. Voldoende vruchten klein
gesneden in een glazen kom, bruin en wit brood en bolletjes, ei, heel of
geroerd met stukjes groente erin, gehakt of vis, ham en kaas. Keuze
tussen twee gekoelde vruchtendranken, yoghurt, melk, koffie of thee en
een schaal met fruit nog in de originele verpakking. Brood kon naar
believen geroosterd worden; kortom, het lag niet aan het door het Resort
verstrekte aanbod als de inwendige mens tekort kwam.Vandaag dus de
Citytour. Loes en ik hadden kort voordat we aan deze reis begonnen de
boeken van Cynthia McLeod gelezen die over de slaventijd verhalen. Dat
werd door mij in ieder geval als een blokkade ervaren om met de ogen van
nu naar alle gebouwen en mensen te kijken. Ik leek wel 250 jaar jonger.
Zicht op de Wijdenboschbrug bracht me weer terug in het heden.
Allereerst naar het P Bernard K. Onderweg kwamen we langs een
begraafplaats waar men een monument gemaakt had van de motoren van het
SLMvliegtuig ter nagedachtenis aan die ramp. Het was Pieter gelukt
toegang tot het kampement te verkrijgen waar we ons redelijk vrijelijk
onder leiding van lt. Jerry Dijkstiel naar het verleden konden begeven.
De wapenkamer was vanwege ‘strategische overwegingen’ daarvan
uitgesloten. Ze hebben nu Kalasjnikovs en die zijn ons natuurlijk
onbekend. Bovendien mag buiten de kazerne niet bekend worden dat de rest
nog van ons was geweest. In ieder geval hebben ze de strijd met het
verval verloren wat ons zeer benauwde. Zo hadden wij het niet
achtergelaten. In ieder geval, mijn lichting niet. Ik zal niet vertellen
wat wij daar destijds aantroffen. Dat geeft alleen maar scheve ogen van
de eerdere lichtingen en daar moet ik nog twee weken mee op pad. Elke
dag hebben wij eraan gewerkt om het kamp op te knappen. Wat had je
anders te doen?
Tijdens de rondgang bleek dat er gebouwtjes bijgebouwd waren
ondanks dat er gebouwen genoeg waren. Ook deze zijn aan het vervallen en
het geheel maakte een trieste indruk. De lt. meldde dat de regering geen
geld voldoende had om goed voor het leger te zorgen. Enkele
functionarissen die zich namen van vroeger nog konden herinneren
ontmoet. In de voormalige filmzaal was de Militaire Kapel aan het
oefenen voor een optreden van volgende week in verband met het 60-jarig
bestaan ervan. Speciaal voor ons werd een samba ten gehore gegeven.
Helaas, wat vals maar ja, met de warmte is het ook moeilijk om
instrumenten gelijk gestemd te houden. Het enthousiasme was er wel. Van
een ex-TRISser, nu kapitein in het Surinaamse Leger, konden we
vrijkaarten krijgen voor de uitvoering. Jammer genoeg stond in ons
schema dat we dan in Galibi zouden moeten zijn. De meesten van ons
hebben een foto gemaakt van waar eens hun leger was en aan de partners
uitgelegd waar ze toentertijd ook weinig of niets deden; legerorders
uitvoeren derhalve. Dat was soms lastig want het geheugen heeft diverse
herinneringen een andere plaats en met meer bezigheden toebedeeld.
Eenmaal het hele kampement rondgegaan en allen hun bijdrage aan de
herinneringen hadden gedeeld leek het weer als vanouds. Het kampement
bleef echter in de staat waarin we het aantroffen. Het regende ook nog
even flink en we waren bang dat de regentijd zich eerder ging aandienen
dan de weerkundigen in een schema hadden vastgelegd. Ook dat nog.
De citytour werd vervolgd met een bezoek aan de kleine
‘nieuwe markt’ van kleding – groenten – fruit – kruiden en meestal dode
vissen. De markt was redelijk kleurrijk en de krameniers ook, behalve
hun humeur dan. Ze reageerden boos als wij langsliepen terwijl wij nog
wel zo ons best deden om ons als goede Nederlanders te gedragen:
kijken-kijken-niet-kopen. Blijft vreemd volk die kleine zelfstandigen.
Dat ik er dan ook intrapte om de opdracht van Pieter te accepteren. Het
bezorgt mij bijna slapeloze nachten die toch al kort zijn omdat de
avonden zo lang duren. Om bij een volgend bezoek aan de markt toch terug
te mogen komen kocht Vrensky chips van bananen en wat klein fruit
gekocht. Wij hebben dat wel gegeten.
De citytour ging verder door wat mij de gevangenisbuurt van
Paramaribo leek; de duurdere buurt. Grotere huizen met weinig grond maar
wel met dikke hekken voor de ramen, deuren en achter of voor de
omheining. En dan is er nog overal Security aanwezigheid in de vorm van
wachthuisjes, blauwe uniformen, camera’s. Dit dan vanwege de steeds maar
toenemende kleine criminaliteit, zo werd door Vrensky fijntjes
toegelicht. Ja, dat gebeurt overal op de wereld maar de tegenstelling is
hier dus echt Zuid-Amerikaans op z’n best. Er is een nog veel duurdere
buurt, Leonsberg, maar daar mogen we nog niet naartoe; morgen pas.
De citytour kwam bij Fort Zeelandia tot een tijdelijke stop.
Tijdens het bekijken van het monument voor gevallenen tijdens WO.2 op
het Onafhankelijkheidsplein kwam er een demonstratie van studenten langs
die was begonnen bij het werkhuis van de president, dhr. Venetiaan. Ze
protesteerden tegen de situatie waar ze zich in bevinden en die ze
meemaken gedurende hun onderwijstijd. De meeste basiszaken zijn niet
aanwezig. De dag van ons retour naar Nederland waren er acties van de
Bond Van Leraren. Ook de georganiseerde transportsector (bussen en
busdiensten) hielden acties tegen het opgelegde prijsbeleid van de
regering. Ze werkten niet.
Na een bezoek aan Fort Zeelandia, de buitenkant dan, door
Vrensky getrakteerd op ‘zelfgemaakte’ cake en een drankje in de
uitspanning direct grenzend aan het Fort. Weer schuilen voor de regen.
’s Middags was vrij te besteden.
Loes en ik hebben het Onafhankelijkheidsplein, Fort Zeelandia,
het Duplessishuis, het Elisabeth Samsonhuis en de Waterkant bekeken en
in nullen en enen vastgelegd. Dankzij de meegenomen poncho’s in ieder
geval niet nat geworden door de regen, wel door het zweten dat je dan
gaat doen. Voor een land dat zich met nadruk oriënteert op de
toeristenindustrie heeft men toch niet de juiste prioriteiten gelegd.
Het begint al op het vliegveld zoals eerder genoemd maar in de stad is
het een rommeltje. Wat ik daarmee bedoel is dat er voor lopende
toeristen, en dat doen ze toch in een stad met nog zoveel bewaarde
cultuur, niet gemakkelijk kunt verplaatsen. Je kunt niet ongestoord de
gevels en de gebouwen bekijken maar moet constant letten op waar je
loopt. In Nederlandse steden en dorpen vanwege de hondenuitwerpselen,
hier dan voor het ontbreken van een goede ondergrond. Tegels,
stoepranden, putdeksels, zo maar uit het wegdek uitstekende ijzeren
punten en soms hele stukken waar je zou moeten kunnen lopen, ontbreken.
En, is dat er wel dan mag men er blijkbaar auto’s parkeren zodat je weer
op de weg moet gaan lopen waardoor er weer gevaar voor aanrijden
ontstaat. Dat ze links rijden is ook een constante bron van vergissing
en aandacht. Het zou prettig zijn als ze aan het creëren van een veilige
goede loopondergrond prioriteit geven.
’s Avonds met zijn allen gegeten bij de Hindostaan die direct
achter ’t Vat zijn restaurant heeft en dat uitstekend is, volgens
Pieter. Helaas heeft Natascha daar niet van kunnen genieten. Het eten in
het vliegtuig was haar niet goed bevallen dus dat moest eerst zijn werk
nog afmaken. Gelukkig voor haar duurde dat niet al te lang zodat ze zich
de volgende dag weer redelijk voelde. De prijs was in ieder geval goed,
Sr$ 50 per persoon voor eten en de nodige vochtsoorten (Parbo’s,
rum-cola’s, fris). Volgens mij was het voedsel wat minder waard maar dat
is altijd persoonlijk. Honger maakt rauwe bonen zoet; misschien ligt het
aan het tijdstip. Fysiek lijken we aangepast en zijn we jonger geworden
maar de maag loopt nog in een ander ritme.
Dag 3: zaterdag 10
november 2007 Plantagetour.
Commewijne
plantagetour
Vertrek omstreeks
09.00 uur naar de opstapplaats voor de boot naar de Commewijne
plantages. We bezoeken minstens 4 plantages aan de Commewijne-rivier.
Plantages zoals: Marienburg (een voormalige suikerrietplantage), Rust en
Werk (Garnalenkwekerij), Frederiksdorp (herstelde cacaoplantage), Fort
Nieuw Amsterdam (brengen we een bezoek aan het openlucht museum).
Omstreeks 16.00 uur keren we terug van onze boottocht. Bij deze tour
zijn de warme lunch en niet-alcoholische dranken inbegrepen en gaat er
een ervaren Nederlands sprekende gids mee.
De complete groep ging deze avond onder leiding van Pieter
naar een ander restaurant als de vorige dag. Deze keer een Koreaan. Als
specialiteit heeft deze de Koebi-vis. Deze vis laat, om gebalanceerd te
kunnen zwemmen, in twee kopholten een ‘steen’ groeien. Dit groeit zoals
een parel en neemt in gewicht toe naarmate de vis ouder wordt. Wel slim
want als je als klein visje met grote ‘stenen’ geboren wordt lijkt het
me moeilijk horizontaal vooruit te komen. Het schijnt een leuk idee te
zijn de ‘steentjes’ door een juwelier in vrouwelijke opsmuk te laten
vatten. In Nickerie, zo zegt men, zijn veel goudsmeden die dit voor een
schijntje doen. We zien wel of dit idee betaalbaar leuk is. Drie van de
groep hebben een dergelijke vis gegeten en waren op zoek naar de
‘steentjes’. Loes kreeg nog hulp van de ober en Leo leek wel een
steenhouwer maar kon nr. 2 niet vinden. Na veel uitpluizen van de
visresten uiteindelijk wel. Voorlopig moeten ze als juwelen bewaard
worden in de portemonnee tussen de andere waardevolle munten van
Suriname. De Sr$ doet op dit moment 4,03 voor €1; 1 jaar geleden was dit
nog 3,26; poeh. Het eten verder was redelijk en ondanks de vele Parbo’s
niet veel duurder dan de Hindostaan. Voordat we dit Hindostaanse festijn
konden meemaken hebben we een grote omweg gemaakt; we hadden vandaag een
druk programma. Met het busje reden we naar Leonsberg, een wijk van
Paramaribo in het noordoosten, waar nogal wat om te doen is. Er wordt nl.
gesproken over een bouwverbod vanwege de stijging van de zeespiegel door
de opwarming van de aarde. Dit gedeelte loopt nl. bij flinke regen en
soms bij springtij gedeeltelijk onder water en men verwacht dat dit snel
erger zal worden. Uiteraard zijn projectontwikkelaars hiertegen in
opstand gekomen omdat ze vinden dat men onvoldoende alle argumenten bij
het mogelijke bouwverbod heeft afgewogen. Dit zeggen ze natuurlijk om
tijd te rekken zodat ze een ander nog voor een goede prijs met die
projecten kunnen opzadelen nu blijkt dat ze een stuk land gekocht hebben
dat gaat veranderen in een moeras. In Leonsberg zijn we langs de huizen
gekomen van Winston Bogarde en ene Desi B. Ook hier weer overal hekken
voor de vrijwillige gevangenschap. Via Leonsberg in een korjaal met
afdak geklauterd om de oversteek te maken naar Fort Amsterdam. Anke
probeerde nog even of het een stevig afdakje was. Ja dus. Afdakje is er
nog en Anke is langer geworden door een grote bult op haar hoofd.
Vrensky vertelde veel over de verschillende bouwfasen van het fort en de
wisselende betekenis gedurende de historie. Zie hiervoor verder de
pennenvruchten van hiervoor opgeleide schrijvers en historie
onderzoekers. Opvallend was een collectie diverse voertuigen uit het
paard en wagentijdperk met o.a. twee oude brandweerhandpompwagens en
lijkwagens. Vrensky gaf een uitgebreide uitleg over het gebruik van de
suikerpannen; die liggen overal op vrijwel elke plantage, zo ook op Fort
Amsterdam. Vrensky heeft zichzelf ook verder geschoold door allerlei
boeken over de Surinaamse flora en fauna, en dat is heel wat, te
bestuderen en had op al onze al dan niet gestelde vragen een antwoord.
Sommige groepsleden, die veel zelf koken en dan voornamelijk de
Indonesische keuken, konden af en toe bijspringen om de in Nederland
gebruikelijke benaming te geven zoals bv. Sereng voor citroengras, Het
gaat te ver om dit allemaal in deze leidraad voor herinneringen te
vermelden. De beste manier om hier kennis mee te maken is om het zelf te
gaan ervaren. Opmerkelijk verder was dat hier, zoals op vele plaatsen in
Suriname, allerlei kleinschalige projecten gestart en weer gestopt zijn.
Je krijgt al snel het idee dat in dit land niets blijvends van de grond
lijkt te komen en dat terwijl het toch zo’n vruchtbaar land is. Tegen de
middag scheepten we ons in richting plantage Rust en Werk. De boeken
van Cynthia McLeod geven duidelijk aan wie er rustten en wie er werkten.
In de boot werden we door Vrensky getrakteerd op wederom ‘zelf gebakken’
tulbandcake en koffie. Daar waren we wel aan toe want je wilt wel iets
pittigers dan water drinken. Overigens, bij elk vertrek werd er een
grote koelbox meegenomen met flesjes water en diverse vruchtendranken
waaronder voor ons zeer exotische zoals Mope, Zuurzak en zo. Zeer attent
en noodzakelijk want het is hier zo warm dat je van kijken alleen al
gaat zweten. Dat er van koffiedrinken nog wat terecht kwam is zuiver
geluk. Er zijn namelijk teveel mannen aan boord en die hebben te weinig
ervaring met supermarktmandjes met twee hengsels. Het mandje kwam
tijdens het doorgeven dus scheef te hangen met als gevolg dat alles
eruit viel. Tot grote ontsteltenis van Vrensky. Gelukkig bleef de
thermoskan met heet water heel, de tulbandcake was al met een gat erin
gebakken. We genoten dan ook extra van de koffie. Het varen verzorgde
tevens voor enige verkoeling en verkwikt kwamen we aan bij de plantage.
We waren allen zeer warm geworden dus verkoeling was wel zeer
noodzakelijk. Ook waren er die te weinig bedekkende kleding droegen of
te weinig zonnebrandcrème hadden gebruikt. Nou, dat zou snel anders
worden want een aantal hadden de volgende dag toch last van zonnebrand
tot bijna blaren. Hollanders, ze leren het nooit! Het meest opvallende
aan Rust en Werk, een plantage aan de Commewijne, is het polderachtige
landschap inclusief de gegraven kanalen. Alleen de bomen op de
achtergrond zijn tropisch in plaats van populieren. De kanalen werden
gebruikt voor de bevloeiing en voor de aan en afvoer. Elke plantage had
dan ook zijn eigen sluis om de waterstand te regelen. Over de centrale
weg liepen we van de sluis naar de sluis van een andere, niet meer
bestaande, plantage Maasstroom. We kwamen langs garnalendrogerijen en de
lucht laat zich raden. De garnalen worden eerst gekookt met veel zout en
dan op bakken met een gazen bodem in de open lucht gedroogd. De mensen
die dit deden zijn hoofdzakelijk van het voormalige Nederlands Indië
afkomstig; Javanen. Zeer opvallend was de armoedige staat van de meeste
van de woningen. Bovendien ligt zelfs het eigen erf en de aangrenzende
sloot vol afval en met een voor ons nieuw fenomeen. Ze zijn overal onder
ons, de plastic flessen: in Paramaribo en eigenlijk overal waar we
kwamen, daar waren de plastic flessen ook. Je kon ze niet ontlopen. Als
de regering hier een statiegeld op zou zetten van bv. 1 ct per fles
hadden ze binnen één dag zoveel plastic tot hun beschikking dat je daar
jaren nieuwe flessen van zou kunnen maken. Maar zo te zien maakt, op een
enkel individu na, niemand zich daar druk over. Het is, naast de
verpaupering van vele van de gebouwen, de stoepen en de kampementen, het
grootste verschil met de ‘onze’ tijd. Met de korjaal verder naar de
plantage Frederiksdorp; voormalig eigenaar was een Duitser, Knoffel.
Zijn naam wordt nog geëerd met een straat in Paramaribo: Knuffelsgracht.
Dat instappen ging nogal lastig want we moesten over diverse korjalen
klauteren. Het was laag tij zodat we goed de Mangrovebossen in konden
kijken. De rand wordt bevolkt door duizenden rode krabbetjes en er
zwemmen of kruipen heel wat slijkspringers. Van de slijkspringers zie je
meestal alleen, als een soort periscoop van een duikboot, de ogen boven
water uitkomen en dat ziet er grappig uit. Ze hebben duidelijk een soort
een militaire opleiding gehad want ze bewegen zich in groepen op de
scheiding van het water en bos eerst heen en dan plotseling weer, alsof
er orders en tegenorders werden uitgevoerd. Kwam op mij volstrekt
doelloos over en het herinnerde mij aan de vele uren wachtlopen. Altijd
maar heen en weer. Via een kreekje ging het richting Commewijne maar dat
ging, net als het instappen, niet simpel. De schroef van de
buitenboordmotor liep vast door plastic. Geen flessen maar grote vellen
deze keer. Na de schroef te hebben losgemaakt werden de vellen weer
uitgezet, voor een volgend slachtoffer lijkt mij. Vlak daarop hetzelfde
euvel met dezelfde oplossing. Schiet wel op zo. Op de plantage
Frederiksdorp aangekomen wachtte ons een verrassing. De plantage was
voor $1, misschien wel Sr$1, of zo door de huidige Nederlandse eigenaar
van de staat Suriname overgenomen en, de gebouwen in ieder geval,
volledig gerestaureerd. De in originele staat gerestaureerde gebouwen
gaven een goed beeld van de grandeur van weleer. Suriname kan toch heel
erg mooi worden als ze de corruptie weten te bestrijden en de juiste
prioriteiten weten te leggen. De plantage heeft nu ten behoeve van het
toerisme kamers te huur en dat moet wel een unieke ervaring zijn. Op de
plantage had men een warme rijstmaaltijd met allerhande toebehoren voor
ons bereid en de begeleidende drank was vers geperst sinaasappelsap. We
lieten het ons goed smaken en dat deed het ook. Een heerlijk eerlijke
maaltijd. Na een korte wandeling langs de gebouwen (bij een daarvan was
nog zichtbaar gemaakt een stuk originele koffiedroogvloer), de
Commewijne overgestoken naar Mariënburg, de plantage en rumfabriek
(Black en White Cat). Vrensky had ons al gewaarschuwd: horror. Nou, daar
is niets teveel meegezegd. De fabriek ligt al enkele jaren plat en
recentelijk zijn de koperen distilleerketels en rectificatiekolom
weggehaald; pensioenen zijn al eerder “weggedragen”, zoals de Surinamers
zeggen als er zaken illegaal verdwijnen. Wat achterbeef zijn de enorm
zware suikerrietstengelpletmachine en de totale ellende. Niet alleen
zoals de gebouwen en terreinen er nu uitzien maar ook de gevolgen voor
de bevolking. Duizenden mensen hadden hun inkomsten aan deze fabriek
door er te werken of door er suikerriet voor te verbouwen of te
transporteren. Er is nog steeds Black Cat Rum te koop maar dat wordt nu
in licentie door een ander gemaakt. Zou met een gerichte investering dit
bedrijf met zijn infrastructuur (ook sociaaleconomisch) niet te redden
zijn geweest? Nu steekt er alleen een werkelijk dramatisch staketsel van
restanten omhoog waarin het oerwoud zijn plaats weer terugneemt en de
bevolking kan maar ten dele werk vinden op de plantage Rust en Werk. Bij
lange na niet genoeg om iedereen een reden van bestaan te geven.
Criminaliteit is in deze omgeving dan ook schrikbarend hoog wat niemand
hoeft te verbazen. Een boek over de opstand in deze fabriek aan het
begin van de vorige eeuw en de recente geschiedenis is geschreven door
Cynthia McLeod: Tweemaal Mariënburg (1902: eigenaar verkracht vrouw,
eigenaar wordt in mootjes gehakt; 24 opstandelingen gedood en begraven
onder ongebluste kalk).
Nogal gedeprimeerd kwamen we terug in het hotel waar we door
te douchen probeerden bij te komen van deze interessante maar
vermoeiende dag. Hiermee zijn we aan het begin van het verhaal van deze
dag aangekomen.
Dag 4: zondag 11
november 2007 Vrije dag.
Volgens schema een vrije dag en een ieder heeft individueel
dan wel in wisselende groepjes de stad Paramaribo verkend met of zonder
vooropgezette doelen. Onderweg naar Fort Zeelandia werd ik nog getroffen
door verloren ballast van een Grietjebie, een overal aanwezige vogel die
volgens mij de Surinaamse mus is.
http://webserv.nhl.nl/~ribot/wav/pisu2.mp3
Om 10:30 uur was er echter een gratis rondleiding door Fort
Zeelandia en niet verbazend mag het zijn dat vrijwel de gehele groep,
echte Hollanders dus, daar aanwezig waren. De rondleiding was
interessant met een klein museumpje over klederdracht en wat over de
slavernij. De rondleider deed het wel goed maar bleef heel vaag over het
bastion met kogelgaten waar de decembermoorden zouden zijn gepleegd. Dat
gedeelte was met een hek voor toegang afgesloten wegens forensisch
onderzoek. In het daar aanwezige eetcafeetje wat gebruikt en de regen
uitgezeten. Nog kennis gemaakt met Ronald Snijder, zoon van een bekende
Surinaamse musicus. Veel van zijn muziek is redelijk bekend in Suriname.
Vandaag is tevens het Hindostaanse feest van het Licht; Divali. Het
standbeeld van de eerste man en vrouw uit die bevolkingsgroep was
behangen met bloemenslingers en op het Onafhankelijkheidsplein stond een
grote tent met in een grote schaal een vlam die brandend gehouden werd
door continu ritueel ingieten van plantaardige oliën. Terug in het hotel
de handbagage ingepakt voor de reis naar Nickerie waar we twee dagen en
nachten zouden blijven. De koffer kon in het hotel in bewaring worden
gegeven. Dat was een prettige regeling.
’s Avonds kwamen we elkaar tegen bij ’t Vat waar gerelaxt,
gegeten en Parbo gedronken werd.
Dag 5: maandag 12 november 2007 Westen en Districtentour.
Na het ontbijt,
checken we uit en reizen naar de grens van Suriname met Guyana, het
rijstdistrict Nickerie. Onze tocht gaat door het district Saramacca
(waar de eerste groep Nederlanders zich heeft gevestigd) en langs het
district Coronie (bekend om haar wuivende palmen en waar de Engelsen
toentertijd als eerste aan wal zijn gegaan). Vervolgens komen we in de
namiddag aan op onze eindbestemming, het rijstdistrict Nickerie.
Inchecken in ons hotel.
Om 08:00 uur vertrokken naar Nickerie. De eerste stop was in
de Groningen, de plaats waar in de 19e eeuw door boeren uit
Nederland getracht werd iets op te bouwen. De komende afschaffing van de
slavernij maakte dat noodzakelijk want men vreesde voedseltekorten. Toch
was men in de kolonie de boeren niet goed gezind en vanuit de planters
werd er weinig of geen medewerking verleend. Wat ook meetelde was dat de
boeren zelf met de zwarte bevolking meewerkten en dat was ‘not done’ in
die tijd. Na 8 jaar waren er door sterfte wegens tropische ziekten en
het eten van op peren gelijkende giftige vruchten bijna geen mensen meer
over. Het project werd als mislukt opgegeven en van het oorspronkelijke
aantal van ruim 400 gingen er 56 terug naar Nederland. En handjevol
achterblijvers kreeg wel betere bouwgrond toegewezen maar niet in de
buurt van de stad; afstammelingen daarvan zijn nu bekend als boeroe’s.
Verder op weg naar Nickerie een boropasi genomen omdat daar veel
papagaaienbloemen, palulu’s, groeien. Iedereen heeft er wel een paar
gevonden om te fotograferen. Direct valt de enorme warmte als een deken
over je heen als je de airconditioned bus uitkomt. Ik ben niet echt een
fervente voorstander van airco maar op een reis zoals deze is het wel
uitermate noodzakelijk. Het maakt de reis dragelijker want de weg zelf
draagt niet bij aan een comfortabele reis. Erg slecht wegdek en daar
waar het wegdek goed of beter is hebben ze drempels gelegd waar je maar
stapvoets overheen kan. Op het centrale plein in Groningen langs de
Saramacca-rivier gestopt om koffie te drinken en de plaatselijke
gebouwen en monumenten (boeroe’s, binnenlandse oorlog) te bekijken. Op
het monument van de binnenlandse oorlog stond een boot afgebeeld, de
S402 van waaraf, zonder de commandant aan boord, tijdens de oorlog het
politiebureau in Paramaribo in brand is geschoten. Jan Westenbrink heeft
de bemanningen van de S401 t/m S404 helpen opleiden. Hij heeft mij hier
veel over verhaald en de vermelding op het monument was aanleiding voor
hem om de komende dagen uit te zoeken of er nog bemanning van die boten
in leven zijn. De plaatselijke gevangenis zat vol boefjes. De echte
boeven zitten natuurlijk nog ergens in de buurt van Leonsberg. Via de
brug over de Saramacca en later de Coppename, hier was vroeger een pont
zoals velen zich herinnerden, verder naar Totness in Coronie. Vrensky
had een echt Surinaamse broodmaaltijd geregeld bij mevrouw Wijntuin in
de achtertuin. Dat was ons goed bevallen en ook hier weer diverse
inheemse vruchtendranken genuttigd. Ook hebben we hier kennis gemaakt
met Kwi-kwi, DE vis die je meeneemt als je ergens op visite gaat in
Suriname. Verder via Wageningen met diverse korte stops bij een lokaal
kokosnotenolieproducentje, een grote Kankantree en om een grote drukke
groep doodshoofdaapjes te spotten. Even voorbij het beeld van Alida, de
door Susanne Duplessis verminkte slavin (In het museum in Fort Zeelandia
wordt dit verhaal echter als propaganda afgedaan.) naar een gesloten
rijstverwerkingsfabriek waar we even de benen gestrekt hebben. Hier een
identiek verhaal als bij de suikerrietverwerkingsfabriek te Mariënburg.
We hobbelden en schokten in de bus door een nog Hollandser landschap dan
bij plantage Rust en Werk verder naar Nickerie waar we omstreeks 16:00
uur bij het hotel konden inchecken. We hadden het wel gehad zo op die
slechte weg. Vrensky maakte ons echter blij met de opmerking dat deze
weg veel beter was dan de wegen naar Albina en Brownsweg. Wij geloofden
hem toen niet. Merkbaar is dat het een gebied is met meer stilstaand
water want er waren meer muskieten en andere prikbeesten dan we tot nu
toe in Suriname hadden meegemaakt. Ja, muskieten want zo noemen ze hier
in Suriname de muggen. Deeten dus. ‘s-Avonds voortreffelijk gegeten in
een Indonesisch restaurant op loopafstand. Er moest door enkelen geld
gepind worden maar dat werd een fiasco. Waarschijnlijk waren er geen
ambtenaren achter de gleuf aanwezig op dit late uur. Afijn, morgen nog
een kans. Op het terras nog lang nagesproken en nagenoten van deze dag
en het aantal soldaat gemaakte Parbo’s steeg al flink.
Dag 6: dinsdag 13
november 2007.
We brengen een
bezoek aan de Kazerne in Nickerie, we bezoeken de populaire Zeedijk
(verwacht geen rode lampjes) en de vismarkt. U zult wel merken dat
Nickerie de een na grootste stad is in Suriname.
Vroeg op en naar de markt in Nickerie. Veel meer kleuren en
vriendelijker mensen dan op de markt in Paramaribo. De groente en fruit
en zeker de kruiden worden leuk uitgestald. Sommige stalletjes maken er
echte kunstwerkjes van. Daarbij is de vismarkt indrukwekkend. Niet omdat
het daar nou zo extreem uitgebreid is of prettig ruikt. Wel omdat alles
supervers is. De vissen liggen nog naar lucht te happen en we zijn
getuigen geweest van de moeilijke operatie om een meerval panklaar te
maken. Met een kapmes en een flink stuk hout moet meerdere malen
geslagen worden om de vis in tweeën te krijgen. In Galibi hebben we een
uitstalling gezien van het ‘geraamte’ van diverse maten meervallen, ook
wel de Christusvis genoemd. Als je het ‘geraamte’ ziet begrijp je
waarom. Het lijkt net op een kruisbeeld met de hangende Christus.
Meervallen in diverse maten, van 30 cm tot zeker een meter liggen op de
operatie te wachten. Ook zijn hier de zo bejubelde goudsmeden die voor
een vriendenprijsje de Koebi-vis-stenen in vrouwelijke opsmuk zouden
kunnen veranderen. Ik heb het maar gelaten bij een paar echt gouden
oorknopjes met robijnen voor een schappelijke prijs waarop we niet meer
af konden dingen. Jan had een paar gekocht met aquamarijntjes. We hebben
besloten de prijs geheim te houden om huwelijkse problemen te vermijden.
Ik heb wel gemeld dat mijn vrouw ze eventueel mag verliezen zonder dat
ik daar wakker van kom te liggen.
Op de weg terug naar het hotel is het gelukt om te pinnen. De
bank was nu in vol bedrijf dus zal de geldgleuf ook wel bemand zijn.
Overigens is het knap te noemen dat de bankbiljetten goed geteld uit de
machine komen. In Nederland zouden zulke groezelige biljetten uit de
handel genomen worden. Wellicht is het dan niet bij te houden met het
drukken van geld. Wie weet?
Om 09:30 uur zijn we met de bus naar het P Irene K. Daar
ontstond nogal wat verwarring ondanks dat Pieter had geregeld dat het
bezocht kon worden. Na de verwarring compleet te hebben gemaakt kregen
we toestemming mits we de strategisch gevoelige plekken maar niet zouden
fotograferen. We hebben erg ons best gedaan ons daaraan te houden maar
konden met geen mogelijkheid vaststellen wat men daar nou mee zou hebben
kunnen bedoelen. Verder was het kampement in betere staat dan het PBK te
Paramaribo met ook hier duidelijk verval. Men meldde wel opgelucht te
zijn dat er uitbreiding van het kamp aan zat te komen omdat dit een
grensplaats is. Nou, succes dan maar. Iedereen herkende zijn eigen
plekjes weer en de verhalen daarover konden worden gedeeld. Iedereen was
het er wel over eens dat dit van alle detacheringen de slechtste was
geweest. Bij de Zeedijk zijn we gestopt bij de illegale oversteek alwaar
een Hindostaans gebedshuis was opgericht voor de Hindostaanse reizigers.
Zag er netjes en vooral kleurig uit want de goden zaten strak in de verf
en, het was er koel binnen. Wel moest iedereen natuurlijk de schoenen
uit. Na dit bezoek terug naar het hotel voor de lunch. Plotseling
moesten we stoppen want Kees had een oude DAF- legertruck bij iemand in
een tuin ontdekt en die moest natuurlijk bezocht worden. Dit is wel
bijzonder want meestal zie je dat men gele Amerikaanse schoolbussen
spaart. Hel opmerkelijk wel. De lunch was om 13:00 uur en sommigen
hadden nog de tijd gevonden om naar een uit die tijd bekend bordeel in
de buurt te lopen. Het maakt wel deel uit van de belevenissen van toen
maar het is maar waar je naar zoekt.
Om 15:00 uur zijn we naar het rijstverwerkingsbedrijf van
Manglie gegaan waar we werden rondgeleid door het hoofd van de afdeling
magazijnen. In Nederland een figuur met pak en stropdas, hier niet
anders gekleed (en betaald?) dan de fabrieksarbeiders zelf. De
rondleiding was zeer uitgebreid en we liepen het hele proces langs. In
Nederland is dit absoluut niet mogelijk in verband met de veiligheid.
Niet afgeschutte, schuddende, draaiende machines waar je gemakkelijk
door gegrepen kon worden lagen op ons pad en overal werd veel van het
productieproces verteld. Helaas was er zoveel herrie dat alleen diegenen
die aan de lippen van de rondleider hingen er iets van hebben kunnen
horen. Het proces verder is niet ingewikkeld maar leuk om van dichtbij
te bezien. Waar Pieter ons voor waarschuwde was waar. Neem geen
fototoestel of filmcamera mee want de rijststof dringt overal in door en
het zetmeel in samenwerking met de luchtvochtigheid brengt alles tot
stilstand. Zo ook de werking van onze poriën. Je voelde je steeds
kleveriger worden en wrijven over de armen resulteerde in een plakkerig
gevoel. Het bedrijf ziet er overal keurig uit en wordt duidelijk zeer
strak geleid. De rondleider was er terecht ook trots op dat er niets
wordt weggegooid. Alles, maar dan ook echt alles, wordt keurig in bakken
bewaard om hergebruikt te worden. Het bedrijf is volledig selfsupporting
en er werken ongeveer 150 vaste krachten en het periodieke meerwerk
wordt door dagloners uitgevoerd. In de garage waren ze nu bezig met de
grote, van rupsbanden voorziene tractoren voor het ploegen van de
rijstvelden, voor het komende seizoen gereed te maken. De rijstvelden
zijn zeer groot en liggen, zoals het hoort bij rijstvelden, onder
ongeveer 30 cm water. Wij kunnen niet begrijpen hoe de chauffeurs van de
tractoren de voren goed kunnen vinden. De eerste is geen probleem maar
als je halverwege bent heb nergens houvast aan want aan de horizon zijn
geen echte richtpunten. Toch kunnen ze het feilloos verzekerde men ons.
Dhr. Manglie is momenteel met de Surinaamse regering aan het
onderhandelen over het in gebruik nemen van meerdere velden. Op deze
manier wordt na het vertrek van de Nederlanders de bijna volledig
verloren gegane rijstcultuur wellicht weer hersteld.
Na deze interessante langdurige rondleiding hebben we
gezamenlijk Chinees gegeten na ons eerst te hebben opgefrist en dat was
geen overbodige luxe. Als we in de zon bleven lopen en in aanraking
kwamen met iets vettigs hadden we vast een krokant laagje gekregen.
Ook nu weer op het terras lang genoten van de avond en het
aantal Parbo’s weer opgeschroefd. Niet dat we dat als doel hebben
gesteld maar het gebeurde toch. Bijna een hele cirkel van 10 flessen. De
avond voor de ‘vrijgezellen’ onder ons liep ietwat droevig af nadat Loes
de tekst voorlas uit het boekje Wereldwegwijzer Suriname: “In het
Regency hotel”, ons hotel dus, “tevens een casino/bordeel, kan men na
het gokken, vergezeld van een gastvrouw, goed uitrusten.”
Dag 7: woensdag 14
november 2007.
Vóór onze terugreis
bezoeken we nog een van de grootste rijstfabrieken en krijgen we een
interessante rondleiding. We bezoeken Wageningen In de namiddag bent u
weer terug in Paramaribo.
Om 10:30 uur de terugweg naar Paramaribo begonnen. Iedereen
is daarvoor toch nog even Nickerie ingegaan om op de markt of in diverse
kledingwinkels nog wat aan te schaffen. Het is er niet duur dus van die
gelegenheid moet je gebruikmaken. Iedereen heeft zo’n beetje een eigen
plek in de bus. Dat gaat zo. In Europa is dat geen enkel probleem maar
in Suriname dus wel. De toestand van de wegen is buiten Paramaribo
slecht en helemaal achterin wordt je soms gelanceerd. Bovendien was alle
handbagage op twee zitplaatsen van de achterbank opgestapeld en dat
moest regelmatig op z’n plek teruggeduwd worden. Boven de achterwielen
is geen ruimte om de benen te strekken. Je zit dan in elkaar gevouwen
waardoor de maag klem komt te zitten en dat is met de dreunen die je van
onderen krijgt niet lang prettig. De oplossing is dan de ‘pijn’ te
verdelen en veel van plaats te wisselen. Diversen hebben al een ‘claim’
gelegd op diverse plaatsen wegens lichamelijke ongemakken zoals
beenoperaties, lange benen, wagenziek. Een ‘claim’ is niet het juiste
woord. Buiten wagenziek is het nooit zo gezegd en bedoeld maar hoe maak
je dat in de groep bespreekbaar zonder dat er woorden verkeerd begrepen
worden? Hopelijk blijft de onderlinge sfeer in de groep wel goed als we
het aankaarten. Vrensky heeft er tijdens de rit wel iets over gezegd
maar er kwam geen enkele actie uit voort. Pieter moet hier m.i. een
dwingender rol in spelen en het niet aan zelfregulering van de groep
overlaten. Als je gevoelig bent voor wagenziekte moet je maatregelen
nemen of pillen. Je kunt niet door de mededeling alleen verwachten dat
de groep zich aan jou aanpast. In overleg had het wel gebeurd natuurlijk
maar dan is er wel sprake van een ‘overeenkomst’ i.p.v. ‘gedogen’.
Bij de basculebrug over de Nickerie-rivier zijn we uitgestapt
en met de benenwagen de brug overgestoken. Valentino, onze vaste
chauffeur moest ook nog even Kwi-kwi’s kopen. In één ruk doorgereden
naar Totness waar we even gestopt zijn bij het standbeeld van Tata Colin,
de slaaf die in het district Coronie een belangrijke rol heeft gespeeld
bij de bevrijding van de slavernij. In het dorp zijn we een zandweg naar
de zee ingeslagen omdat aan de kust veel rode ibissen te zien moeten
zijn. Helaas was het eb en de zee was erg ver weg. Toch hebben we er nog
eentje kunnen vastleggen. Ook is er nog een visarend geschoten, met het
fototoestel dan. Na deze fotosessie gestopt bij mevrouw Wijntuin die een
uitgebreide warme maaltijd voor ons had bereid. Het was werkelijk
uitstekend en iedereen heeft daar zeer van genoten. We hebben de
Kwi-kwi’s hier nog eens goed kunnen bekijken. Zien er onooglijk uit met
zijn pantser en diepzwarte kleur. Surinamers zijn er echter gek op. Kees
had nog wat speelgoed gekocht voor de jongentjes en daar waren ze zeer
blij mee. Ook hier had Vrensky heel wat werk om alle vruchten en
boomsoorten toe te lichten. Op de terugweg bij een café/winkel gestopt
voor een benenstrekkertje en plaspauze. Helaas kon de winkelbeheerder,
die tevens toiletgebouwtoezichthoudersleuteltbeheerder was, de sleutel
van het toiletgebouw niet vinden en moest er dus wildgeplast worden. De
meeste mannen vonden wel een rustig plekje maar voor de vrouwen was het
toch niet al te prettig. Aan de horizon tekende zich een vreselijk
donkere lucht af en op de rest van de reis naar Paramaribo heeft het dan
ook tropisch geregend. Het nadeel van de regen was dat de chauffeur de
diepte van de kuilen in de weg niet meer kon zien wat te dikwijls
resulteerde in een onverwacht harde klappen. Ook hebben we diverse keren
aquaplaning meegemaakt.
In Suriname houdt het verkeer links. Valentino heeft echter
hele stukken aan de rechterkant gereden en af en toe zwalkten we over de
weg alsof hij niet kon beslissen of hij nou rechts of links wilde
rijden. Natuurlijk is dat geen dronkenschap maar heeft alles met kennis
van de toestand van de weg te maken. Wederom meldde Vrensky dat deze weg
vele malen beter is dat de wegen naar Albina of Brownsweg. Vooral de
bezitters van de achterkant (ook de bezitters van de voorkant tot en met
boven de wielen) van de bus begonnen een beetje meer geloof aan dit
verhaal te hechten en er zou dus wel degelijk gerouleerd moeten worden.
Via de Kwattaweg kwamen we Paramaribo binnen waar een nog zwaardere
regenbui zich over ons uitstortte. Zou de regentijd nu al begonnen zijn?
We hoopten van niet. Na inchecken en het ophalen van de koffers, we
kregen bijna allemaal een andere kamer hoewel we allen om dezelfde kamer
gevraagd hadden, om 19:30 uur naar een Chinees in de stad gegaan waar we
voor Sr$ 36 p.p. goed gegeten hebben waarbij alles in ruime mate werd
doorgespoeld met drankjes vrolijk door kleur of alcohol. Het restant van
de avond in gesplitste groepjes doorgebracht op of het Eco Toucanterras,
in ’t Vat of op de kamer.
Dag 8: donderdag 15
november 2007 Vrij te besteden.
Een vrije dag die gebruikt werd om opnieuw de stad bezoeken,
te winkelen. Ook van het zwembad in het Toraricahotel kon gebruik
gemaakt worden. Als toegangsbewijs moest je dan wel je inschrijfkaart
van het Eco Resort meenemen. Ook is er wat aan de was gedaan want twee
keer verschonen per dag was geen uitzondering. De was werd aan een voor
de airco gespannen touwtje gedroogd want op het balkon te drogen hangen
was verboden. Een andere slimmere methode is de was op de warme vloer
van het balkon te leggen. Je kon de was ook aan het kamermeisje meegeven
om te laten drogen in Torarica. Gratis service overigens. Deze avond
moeten we onze dagbepakking weer in orde maken want morgen gaan we via
Albina naar Galibi (Eilanti, de Warana lodge).
Dag 9: vrijdag 16
november 2007 Oosten en Galibi.
We vertrekken om
08.00 uur en rijden met de bus in ongeveer 2½ uur naar Albina de
grensplaats in het oosten van Paramaribo. Daar aangekomen brengen we
eerst een bezoek aan de Kazerne en stappen vervolgens in de pijaka
(indiaanse boot) en varen 55 minuten stroomafwaarts tot we de
Atlantische Oceaan bereiken. Galibi is beroemd door de diverse soorten
schildpadden die hier tussen februari en juli hun eieren op het strand
leggen.
Na uitgecheckt te hebben en te koffers weer in bewaring
hebben gegeven om 08:00 uur vertrokken zonder handbagage. Deze ging mee
in een andere bus waar ook Thea onze kokkin voor de komende dagen
aanwezig was met allerlei potten, pannen en voedsel. Deze oplossing voor
het vervoer van de handbagage creëerde meer mogelijke wissel-zitplaatsen
in de bus. Degenen die tijdens de rit naar Nickerie vv achterin hadden
gezeten gingen nu in het midden van de bus zitten en dat veroorzaakte
wel iets van verwarring bij degenen die daar voorheen zaten. Gelukkig
leidde het niet tot wrijving dus de groep pakte dat goed op. Naderhand
zou er ook meer op initiatief van anderen gewisseld worden. Vrensky had
gelijk. De weg was slechter dan naar Nickerie en we waren nog niet veel
verder dan Tamanredjo. Hier moest de koelbox met flessen water voor
onderweg en andere vloeibare proviand voor twee dagen worden ingeslagen.
Verder ging het naar Stolkertsijver (in de 18e eeuw al een
plantage), aan de overkant van de Commewijne waar halt gehouden werd
voor een plaspauze, genieten van weer ‘zelfgebakken’ cake van Vrensky
(erg lekker, roze van kleur met kersensmaak) en wat rondgelopen. Het is
een soort marktplaats waar veel fruit verhandeld wordt. Ook zat er een
aapje aan een touw en op een weegschaal lag een poot van een Tapir.
Kortom, het werd allemaal wat ruiger. Aan de overkant van de weg is een
gebouwtje waar alle met bomen geladen vrachtwagens moeten stoppen om de
lading te registreren en belasting te betalen. De belasting is
afhankelijk van de houtsoort. Hiermee probeert men illegale houtkap,
tegen te gaan. Volgens Vrensky begon nu de horror. De wegen worden
namelijk door de vrachtwagens volledig aan gort gereden. Dat betekende,
zoals we zouden merken, veel kuilen, wasborden van diverse grootte
variërend van ribbels tot elkaar kort opvolgende uithollingen van
allerlei afmetingen. In de bus kregen we het gevoel in een Lunapark
opgesloten te zijn. En dat op onze leeftijd en nog vrijwillig ook.
Vrensky was nog zo vriendelijk ons uit te leggen dat de terugweg nog
erger was omdat we dan aan de kant van de weg zouden rijden waar de
vrachtwagens geladen ook reden. Valentino deed zijn best om zowel op te
schieten als het ergste te vermijden maar dat ervoeren wij anders.
Steeds weer sterk afremmen, slingeren, hobbelen, hotsen en weer
optrekken. In de bus werd het steeds stiller maar gelukkig moest er
niemand over z’n nek. Wel kregen diverse mensen nek- en schouderpijn en
de dames meldden dat het verstandig zou zijn als aangeraden was een
sport bh. te dragen. Dat belooft wat voor de terugweg. In de buurt van
Moengo aangekomen was er een nieuw fenomeen op de weg te ervaren. Hele
strekken van het wegdek waren tijdens de binnenlandse oorlog door de
mannen van Ronnie Brunswijk met een shovel verwijderd. Dit dan om een
snelle troepenverplaatsing van de tegenstander belemmeren. Wat ik heb
begrepen is dat dit niet echt gelukt was. Men ging niet over de weg
blijkbaar. De brug over de bovenloop van de Cottica was getracht op te
blazen maar deze bleek van te dik beton. De gaten zijn er nog wel, in
tegenstelling tot de weggefreesde stukken in de weg die met beton weer
zo goed mogelijk waren opgevuld. Langs het huis van Ronnie Brunswijk en
Moengotapu, geboorteplaats van voornoemde en door hem gesponsord in de
wederopbouw, is het nog een klein stukje naar Albina. Geheel plotseling
waren we daar en ook direct bij de ingang van de kazerne. Velen hadden
een andere herinnering aan dat stukje weg. De kazerne kon zonder
problemen geheel bezocht worden en alles was nog goed herkenbaar en in
redelijke staat. Helaas waren de schilderingen vervangen of
overgeschilderd met witte verf. De Surinaamse varianten zijn absoluut
van mindere kwaliteit. Ondanks dat het kampement er in z’n geheel beter
uitzag dan het PBK of PIK, lagen overal bladeren, waren de trenches
vuil. Uit alle verhalen bleek dat vrijwel iedereen dit als de prettigste
detachering heeft ervaren. Via het hek nog langs de Marowijne gelopen en
van de aanlegplaats van de TRISkorjalen een foto gemaakt. Ook kon
iedereen zich nog de visverhalen herinneren. Ja, een prettige plaats met
veel leuke herinneringen. Dit gaf een goed gevoel en voldeed ook het
beste aan de verwachtingen die we vooraf van een bezoek aan de
kampementen hadden.
Bij een soort van parkje in de buurt lag de pijaka, de
korjaalversie van de kust-Indianen, al op ons te wachten. Daar werd de
handbagage in plastic zakken gedaan om tegen water te beschermen en in
de verte kwam een flinke regenbui ons snel tegemoet. We moesten nog eten
en dat hebben dan ook gedaan, tegelijkertijd de bui over en langs ons
heen laten gaan. We waren al blij genoeg dat we op dat moment niet aan
het varen waren. Kijk, je weet dat het kan gebeuren, hebt allemaal een
poncho meegenomen maar het echt noodzakelijk ervaren hoefde van ons
niet. Thea, blijkt een uitstekende kokkin. Haar aardappelsalade was
werkelijk voortreffelijk.
Iedereen kreeg een life-jacket om en we waren op weg naar
Galibi. Het was bijna dood tij en er waren weinig golven en geen of
weinig buiswater. Als snel werd iedereen behoorlijk warm onder het
life-jacket en degenen die alvast een poncho hadden om- of aangedaan
zaten in hun eigen zweet behoorlijk te garen. Naarmate we verder de
monding verlieten en het water al brakker werd kwamen ook de golven.
Geen hoge golven maar wel kort op elkaar en dat veroorzaakte sproei- en
buiswater. Als je aan de windzijde gezeten was dan werd je daar
behoorlijk nat van en al gauw had iedereen de poncho in gebruik. Mijn
pet waaide nog af tijdens het omdoen van de poncho, verdorie, maar de
crew was zo goed om te keren en Kees kreeg hem te pakken. Al gauw bleek
dat niet alleen aan de loef- maar ook aan lijzijde van de boot iedereen
nat werd. Gelukkig maar anders heb je de verkeerde kant gekozen, denk je
dan. Ook de billen werden nat want het water droop al snel langs het
boord op de zitplanken. Galibi lieten we links liggen en na een toch wel
lange tijd varen, de lange tijd wordt vooral veroorzaakt door de wens
uit de nattigheid te geraken, kwam de Warana Lodge in zicht en kon het
ontschepen plaatsvinden. Op ongeveer 30 meter voor de kust werd het
anker gedropt en liet men de boot achterwaarts naar het strand drijven.
Een transportlijn van mensen gemaakt en in een wip was de boot leeg.
Alles uitpakken en Pieter had een kamerindeling verzonnen waartegen
niemand protesteerde. De naast de lodge gelegen drooglijnen konden
gebruikt worden om de natte zooi te drogen; er stond wind genoeg, maar
wie had er aan knijpers gedacht? Met veel vindingrijkheid werd alles
opgehangen en werd de handbagage uitgepakt om iets droogs of een badpak
aan te trekken. De zee was warm, ergens in de richting van 25ºC’;
sommigen maakten daar gebruik van en gingen zwemmen. De watervoorziening
was natuurlijk minimaal. Dat verliep via een opvangreservoir van
regenwater en het had recent wel wat geregend maar onvoldoende om op de
Europese manier met water om te gaan. De volgende dag merkte iedereen
dat het water op was. Er was elektriciteit maar de meeste verlichting
werd verzorgd door accu’s die door zonnecellen werden opgeladen. De
dames hebben de kokkin Thea geholpen met de laatste loodjes voor de
avondmaaltijd en de tafel werd snel gedekt. Alle dames zaten op een
gegeven moment op een bankje bij elkaar taugé te ontwortelen. Anderen
zijn een stuk langs het strand gelopen of zaten op de banken bij de
lodge te genieten van alleen zand, zee, wind, de relatieve stilte en de
overblijvenden hielpen Vrensky met hout sprokkelen voor het geplande
kampvuur. De maaltijd was voortreffelijk en alles wat bij een Surinaamse
maaltijd hoort, was er ook. Een groep mannen verzorgde het afruimen,
schoonmaken en de afwas en hierna gingen we met Vrensky mee op zoek naar
sporen van gelande schildpadden. We liepen ongeveer een uur in
zuidelijke richting langs het strand en vonden enkel spookkrabben,
sporen van vogels en leguanen, een aantal lege schildpadeierschalen en
schildpadnest en wat ander strandspul. Er waren flinke wolkenpartijen
waardoor er weinig zicht was op de sterren. Jammer. Op deze breedtegraad
ziet de maan er anders uit als wij gewend zijn; niet schuin als een
‘gezichtje’ maar op de rug liggend, als een wiegje. Bij terugkomst werd
het kampvuur ontstoken en direct bleek dat Vrensky nou niet de handigste
plek had uitgekozen. Er stond een straf windje en de rook ging
regelrecht door het muskietengaas de lodge binnen. Het zou nog lang
duren voordat de nachtwind de rook verdreven had; de warmte bleef. In
ieder geval, als er al muskieten binnen waren, dan waren ze echt
uitgerookt; de eersten die naar bed ging ook trouwens. Onder genot van
de meegnomen Parbo’s hebben we het tot 23:00 uur uitgehouden. Velen
wilden de volgende morgen wel vroeger op dan op andere dagen om hier de
zon te zien op komen.
Dag 10: zaterdag 17
november 2007
Na het ontbijt varen
we naar twee Indiaanse plaatsjes, Christiaankondre en Langamankondre.
We zien hoe de
bewoners hun dagelijkse activiteiten uit oefenen. Omstreeks 18:00 uur
zijn we terug in Paramaribo Eco Resort.
Zoals gezegd waren de meesten vroeg (zo rond 05:40 uur)
opgestaan om de zon te zien opgaan: zo rond 06:10 uur zou het schouwspel
beginnen. Helaas waren er te veel wolken op de verkeerde plaats om het
ook echt een heel mooie zonsopgang te laten zijn. Uiteraard kon je er
ook zo van genieten. De meesten deden dit vanachter hun fototoestel. Na
een ontbijt van brood, kaassoorten (zoals pinda), jam, vis, fruit,
frisse drankjes, thee of koffie zo goed mogelijk opgefrist (water was
bijna geheel opgemaakt), de bagage ingepakt, de kamer opgeruimd, de
lodge aangeveegd en om 09:30 uur weer ingescheept. In Christiaankondre
zouden we stoppen om in het daar aanwezige vrouwencentrum de typisch
Indiaanse artefacts te kunnen bekijken en aan te schaffen. Bij het
afzetten (letterlijk dan) van een meeliftende Indiaanse bewoner hoorden
we dat het vrouwencentrum was gesloten; de vrouwen waren naar de stad.
Het had dan ook geen zin om een moeilijke ontschepingsprocedure uit te
voeren en werd de tocht voortgezet, richting Albina maar nog niet naar
Albina zelf. We zouden eerst nog een bezoek brengen aan St. Laurent du
Maroni, aan de Franse kant van de Marowijne gelegen en bekend vanwege de
kleurrijke markt en het gevangenen-doorvoerkamp dat vooral bekend werd
door het verblijf aldaar van Henri Charrière.
Er stond weinig wind, veel minder dan gisteren in ieder geval en het
water in de monding van de rivier en de rivier zelf was nog niet wakker.
Er waren vrijwel geen golven en ook de sproei was dus minimaal. Dit werd
echt een plezierreisje en langs een bijna volledig met bomen begroeid
wrak ter hoogte van de aanlegplaats gingen we aan land. Vrensky bleef in
de boot, die wel direct doorging naar Albina, om mee te helpen de bagage
uit te laden en ook omdat de Fransen het niet echt hebben voorzien op
Surinamers. Zonder goede papieren maken ze je het zeer lastig.
Resultaat: vrijwel geen gedonder meer met illegalen, zo heb ik begrepen.
“Welkom in Europa.”, schamperde Vrensky. Even later wisten we wat hij
daar precies mee bedoelde. Na een wandeling over deze overvloedige, maar
vooral ook zeer kleurrijke, markt konden we op een terrasje bij de markt
een stokbroodje gezond en koffie of fris gebruiken. De getallen van de
menukaart komen overeen met die op een menukaart in Suriname; het
muntteken ervoor is echter anders; een verviervoudiging van de kosten
dus. Opmerkelijk is dat St. Laurent ook een echt Zuid-Franse uitstraling
heeft. Huizen, straten, stoepen, winkels, alles ademt Zuid-Frankrijk
uit. Ook zijn hier veel Vietnamezen. Deze Aziaten zie je in Suriname
nauwelijks. Na de inwendige mens tevreden te hebben gesteld gingen we
terug naar de steiger waar we rond 14:00 uur opgepikt werden voor de
overtocht naar Albina. Vrijwel direct aan de rivier staat het beruchte
doorvoerkamp: Camp de la Transportation. Voor het bezoek hoefde niet
betaald te worden; de poort stond zeer uitnodigend open. Je kon hier
rondkijken en je proberen, slechts 50 jaar, in de geschiedenis te
verplaatsen in de situatie die je zou mee kunnen maken als je daar als
gevangene aankwam. Bloedheet, op het plein geen wind vanwege de hoge
muren en de barakken zagen er ook niet uitnodigend uit. Men is bezig
enkele barakken van de aftakeling en ondergang te redden omdat het, met
Duivelseiland als hoogtepunt, een toeristische trekpleister is. De haken
en ogen voor de kettingen zitten nog in de muur en er schijnt ergens een
opschrift of tekening te zijn van Henri Charrière, de papillon. Voor
degenen die de film niet hebben gezien kan het zien ervan een leuke
herinnering opleveren aan deze tour door Suriname. De hitte is voelbaar
gefilmd.
Aan de overkant aangekomen de bus in en op een
andere plaats gezeten dan op de heenweg op weg naar Paramaribo. Nu
stopten we bij Moiwana. De inwoners van dit dorp zijn tijdens de
binnenlandse oorlog uitgemoord en men heeft ter plaatse een
indrukwekkend monument gemaakt. Mooi en simpel weergegeven. De terugweg
naar Moengo is niet eens meer dramatisch te noemen. Iedereen was toch
wel moe en de toestand van de weg had daar geen positieve invloed op. In
een wijk van Moengo nog Lin en Anke de gelegenheid gegeven een huis te
filmen voor een kennis in Nederland. Daarna gestopt bij het zwembad in
de wijk Casablanca. De eigenaren van dit zwembad, Suralco, gaven
toestemming dat we onder een afdak daar van een wederom door Thea
uitstekend bereidde Surinaamse maaltijd konden genieten. Daarna in één
stuk doorgereden naar Paramaribo en de eerder geplande stop in
Stolkertsijver overgeslagen. Even voorbij Tamanredjo nam Valentino een
boropasi. Dat was een hele opluchting want aan die weg heeft een
voormalige minister gewoond. Deze heeft blijkbaar voldoende invloed
uitgeoefend op de Wegen Autoriteit en daardoor lag er nu een strakke
asfaltweg. Wat een verschil. Op de Wijdenboschbrug kwamen we in een
heuse file terecht want de marathon van Paramaribo was zojuist gestart.
Na omleiding na omleiding gereden te hebben kwamen we vlak bij Eco maar
vanwege nog meer door politie bewaakte afzettingen konden we die niet
bereiken. Na enig aandringen van Valentino kregen we gelukkig wel
toestemming om de laatst afgezette weg toch in te slaan en konden we
toch op het terrein van het hotel uitstappen. We leken wel zeelui.
Normaal lopen ging moeizaam, zo was het gehobbel ons gestel
binnengedrongen. Vlug inchecken, weer een andere kamer toegewezen
gekregen en op naar een warme douche. Jammer. Alleen koud water bleek
beschikbaar, tenminste dat dachten we. Reden: de leidingen waren daar
andersom aangesloten dan in de andere kamers die we gehad hadden maar de
aanduiding op de kraan was hetzelfde gebleven. Grapje. Het merendeel van
de groep heeft zich vervolgens om 20:15 uur verzameld en zijn naar een
Braziliaans restaurant gelopen, vlak naast en boven ’t Vat. Wellicht een
van de beste plaatsen om te eten in Paramaribo. Vanaf de balustrade
konden we finishende lopers nog be-applaudiseren. Zeker in deze warmte
is iedereen een winnaar. Snelste tijd: 2 uur 32 minuten waarbij een
Surinaamse loper nog een Surinaams record scheen te hebben gelopen. Rond
23:00 uur splitste de groep zich. Enkelen gingen retour hotel om daar
als een blok in slaap te vallen, zeer vermoeid maar voldaan. Of kwam dat
door de twee Braziliaanse cairpirinha’s? De rest ging nog naar het
Onafhankelijkheidsplein om de evenementen te bezien die daar rond het
marathongebeuren waren georganiseerd.
Dag 11: zondag 18
november 2007 Vrij te besteden.
De vrije zondag waarop we de zangvogeltjeswedstrijd konden zien.
Elk zich respecterende inwoner van Suriname heeft er een en de prijzen
zijn niet mals als je een goede fluiter hebt. Paramaribo opnieuw verder
verkent en gezwommen in het Torarica zwembad. Uiteraard moest er ook nog
het nodige gewassen en droog gekregen zien te worden. En dan: de
handbagage opnieuw inpakken, nu voor vier nachten want morgen zouden we
weer uitchecken, koffers stallen en via een overnachting in Overbridge
naar Jaw Jaw vertrekken.
Dag 12: maandag 19
november 2007.
Tegen 9:00 uur
vertrekt de (mini)bus in zuidoostelijke richting. We rijden naar de
cabana’s op Overbridge aan de rivier. Een toeristisch gebied aan de
oever van de Suriname-rivier. Hier zijn een fraai strand en bar
aangelegd. Op deze plek overnachten we. In een mooie lodge met keuken
douche bestemd voor twee echtparen. We genieten van het strand, maken
een vaartocht naar een oude Joodse nederzetting (Jodensavanne).
We vetrokken om 08:00 uur en op weg naar de
bauxietweg, die overigens stukken beter was dan de ‘Albina asfaltweg’
richting Overbridge kwamen langs het Clarence Seedorfstadion. Met de
smelters van het aluminiumerts van Suralco in zicht hebben we de benen
even gebruikt. Overbridge ligt op de plaats waar de eigenlijke hoofdstad
van Suriname had moeten liggen, althans, volgens de pioniers van toen,
en is verrassend mooi. De bagage werd tijdelijk achter slot en grendel
geplaatst want we konden nog niet inchecken en kregen wederom een
‘zelfgebakken’ Vrensky-cake met koffie. Daarna scheepten we ons in op
een catamaran-tentboot voor een bezoek aan de Jodensavanne. De zware
zakken moesten achterin van de schipper anders was het moeilijk laveren.
We kwamen langs twee, langs de oever van de rivier, gedumpte schepen en
passeerden twee dekschuiten/duwbakken waarvan op een een
grondwerkmachine bezig was zand uit de rivier te scheppen en in de
duwbak te deponeren. Net zoals in Nickerie bij het onderwaterploegen
hier weer de vraag: hoe weet je waar je gebleven bent? De andere
dekschuit zat gevangen onder een ingestort brugdeel. Deze was op 9
oktober 2007 door een dronken kapitein tegen een van de peilers van de
Carolinabrug aangezet. De brug kon daar niet tegen en een compleet
wegvak viel op de schuit. Jammer, want de brug is essentieel voor de
vooruitgang van Suriname en zou op Onafhankelijkheidsdag officieel
geopend worden. Men was zelfs zover klaar dat al het werkmaterieel en
-materiaal was opgeruimd. De veerdienst was ook al opgeheven. Wat er
gemeld wordt is dat herstel wel 4x de bouwprijs gaat kosten en wanneer
het klaar zal zijn is niet te voorspellen. Het leek onze schipper veilig
om langs het wrak te varen en omdat wij slechts opvarenden zijn hebben
we daar geen zegje in. Zou anders muiterij kunnen worden. Langs de
plantage Esther’s Rust, eigenaar Clarence Seedorf, kwamen we niet lang
daarna bij de Joden-savanne aan. De plaats ligt beduidend hoger boven de
rivier dan alle omringende plaatsen en dat is ook de reden dat men daar
de nederzetting heeft gesticht. Een te bouwen synagoge moet de omgeving
kunnen overzien. Als je daar zo loopt is het nauwelijks te beseffen dat
er mensen zijn geweest die de durf hadden om hieraan te beginnen. Overal
oerwoud en je moet alles weghalen, huizen bouwen, voor eten zorgen etc.
Het is ze echter goed gelukt want de Joden-savanne is heel welvarend
geworden. Alleen al het feit dat de fundering van de synagoge geheel uit
bakstenen bestond is hiervoor een bewijs. Al deze bakstenen moesten uit
Nederland worden aangevoerd omdat de klei in Suriname teveel zout bevat
om stenen van te kunnen bakken. De echt rijke planters hadden dan ook
een huis in Paramaribo MET stenen trap, op zijn Hollands (Amsterdam en
Delft bv.). Vrensky gaf uitleg over de synagoge, de begraafplaats met
grafstenen met nog herkenbare coderingen (gebroken bomen, handen, Joods
jaartal van bv 5555 = 1798) en diverse daar groeiende bomen en struiken.
Een daarvan was het anijsblad, vroeger gebruikt als deodorant. Even
verder een groot opengewerkt stuk bos bezocht waar men ananassen heeft
aangeplant. Vrensky noemde het een kostgrondje maar daar was het toch
wel te groot voor. Verder naar een medicinale bron en velen hebben daar
hun waterflesje aangevuld en het water over de op dit moment minder
gezonde plaatsen gesmeerd. Prikplekken op de benen, zonnebrand op de
borst of zo maar, om te verjongen. We zijn allen erg benieuwd naar het
effect. Ook het Cordonpad was vlakbij en op het pad ben je weer in de
zon en op het witte zand. Het is er dus bloedheet en dat was je bijna
vergeten want daarvoor liepen we volledig in de schaduw van de bomen. De
hele plaats is indrukwekkend en goed is het te weten dat de TRIS heeft
meegeholpen dit erfgoed van overwoekering vrij te maken en uit de
vergetelheid te halen.
www.suriname.nu/201cult/joodsgem01.html
Op de steiger hebben we gewacht met inschepen
omdat een regenbui zich aan het lossen was. De tijd gedood met het eten
van bananenchips en wat fruit van Frederiksdorp. We hadden ons net
ingescheept toen we opnieuw een regenbui hoorden en zagen aankomen.
Ondanks dat we in een catamaran- tentboot zaten was de schipper toch zo
vriendelijk direct bij een dorpje aan te leggen waar wij onder een wat
groter dak konden schuilen. De bui duurde ongeveer 20 minuten en we
gingen snel door, terug naar Overbridge. Onderweg kregen we zelfs bij
30ºC kippenvel. Wennen we dan nu al aan de Surinaamse temperatuur? Weer
moesten we onder de Carolinabrug door. Enkele dagen later hoorden we op
het nieuws dat de rest van de brug toch niet zo stabiel was gebleven als
men had aangenomen en dat het gedeelte, waar wij onderdoor zijn gevaren,
ook ingestort was. Gelukkig dat wij dat bericht dus konden horen of
lezen en nu kunnen vertellen. Dat zou wel een ervaring geweest zijn die
ik had kunnen missen als meer dan kiespijn, denk ik zo.
Op Overbridge aangekomen kregen we het nummer van
ons onderkomen voor één nacht. De huisjes die we toebedeeld kregen waren
groot genoeg en ook uitgerust voor minstens 4 enkele personen of twee
echtparen. We kregen er per koppel echter één toegewezen en dat is een
hele luxe. Voor en na het avondeten gingen we dan ook gauw naar de
cabana’s om op de veranda te genieten van de rust en het
‘plantage-eigenaargevoel’, al dan niet met een Parbo’tje maar wel met
een uniek uitzicht op de jungle, de kreek er voor en in de verte de
Suriname-rivier. Natascha en Henk en Vrensky gingen vissen en Natascha
heeft gewonnen. Zij ving de meeste vis; pirengs. Je kon wel in de rivier
zwemmen maar alleen veilig vanaf de kant van het resort; tegen
onaangename contacten had men er namelijk een pireng-barricade
aangebracht. ’s-Middags nog een regenbui van een uur. ‘s-Avonds hebben
we, ons verstoppend achter de zaklantaarn van Vrensky, naar kaaimannen
gezocht. We hebben één paar ogen zien oplichten en wel in de poel
vlakbij de cabana’s. Nog even wat Parbo’s en babbelen en dan na een
lekkere douche slapen. Morgen gaan we naar Jaw Jaw. Vandaag
zijn we begonnen met de
anti-malariapillen in te nemen.
Dag 13: dinsdag 20
november 2007.
Na het ontbijt
reizen we verder naar het zuiden. U maakt een reis mee vol belevenissen.
We komen aan in het dorpje Jaw Jaw aan de Boven-Suriname-rivier, waar de
lodge aan een indrukwekkende stroomversnelling ligt. Hier nemen we onze
intrek. Ook hier beschikken de lodges over 2 en meerdere bedden. Nadat
we kennis hebben gemaakt met de plaatselijke bevolking komen we bij van
de ervaringen van de dag.
We wilden graag zo vroeg mogelijk vertrekken maar de keuken
werkte daar niet aan mee. Het ontbijt is normaal gepland vanaf 09:00 uur
en dat bleef zo ondanks pogingen van Pieter het te vervroegen. Om niet
te veel tijd te verliezen moesten wij zorgen dat de bagage in de
foeragewagen was ingeladen; Thea de kokkin ging weer mee en dat gaf
opnieuw meer ruimte in de bus om te kunnen wisselen van zitplaats. Om
09:00 uur dus eten en direct daarna op weg via Pokigron naar Atjoni, de
haven aan de Boven-Suriname-rivier, want verder gaan de wegen niet.
Vrijwel iedereen nam een andere zitplaats en over de bauxietweg ging het
naar onze eerste stop voor vandaag: P Marijke K te Brownsweg. Vooral
voor de oudste stompen onder ons was de aankomst verrassend omdat de weg
op de top eindigde en niet aan de onderkant bij de toiletten; in mijn
diensttijd was de huidige aankomstplek al wel zo. Voor mij was
verrassend dat vroeger de keuken en kantine geheel buiten en naast het
kampcomplex op de top lagen. De bewijzen zijn er nog: betonnen pad en
wat stukken oud roest. Het kampement is verder geheel ontmanteld omdat
het veel te lijden heeft gehad van de binnenlandse oorlog; het betonnen
grondplan is er nog. Zo konden de meesten toch nog wel hun eigen
kampement indelen. Waar eens de kantine/keuken annex bar was stond nu
een bijna alweer verwaarloosd houten gebouw. Voor mij was belangrijk aan
Loes de plaats te laten zien vanwaar ik de eerste brief aan haar heb
geschreven. Nostalgie en romantiek op de bouwvallen. Zo oud zijn we dus
al geworden. De metalen rand van het kampementsbord was er nog en het
kanon ook. Iemand heeft echter de zeer grote moeite genomen de loop
halverwege af te zagen en dat moet een klus van weken zijn geweest. Het
afgezaagde stuk ligt nog halverwege de heuvel. Een voorbeeld van geheel
nutteloos bezig zijn. Wie heeft het bord meegenomen?
Bij het tankstation en bushalte voor de Jumbo’s bier en water
in de foeragewagen geladen. Na een korte stop bij de Poederberg
(magnesium), om de benen te strekken en even van het gehobbel af te
zijn, ging het verder en de bauxietweg werd nu toch wel steeds echt veel
slechter. De meeste last hadden we van de door de regen parallel aan en
in de weg getrokken geulen; hierdoor is het voor de chauffeur soms
moeilijk kiezen hoe je precies moet rijden en heb je af en toe het
gevoel dat de bus gaat kapseizen. Alle bewondering dus voor Valentino
die het toch maar flikte ook al vonden wij het soms erg onprettig.
Totale reistijd vanaf Brownsweg was 2½ uur en in Atjoni
aangekomen werd er direct begonnen met het inladen van de korjalen. De
foeragewagen werd overgeladen in een korjaal en die ging met Pieter,
Thea en Vrensky direct richting Jaw Jaw. Wij waren ook snel ‘ingeladen’
en vertrokken vrijwel gelijktijdig. Wat een prettig gevoel zo’n harde
plank en rustig water. We kwamen, ook door de omgeving, geheel tot rust.
Wel misten we ons eten want dat hadden we toch afgesproken: lunchpauze
in Atjoni? In Atjoni is het een en al bedrijvigheid. Alles wat verder
het binnenland in- of uitkomt, gaat via deze plaats. Het is er een
drukte van belang. Het in- en uitladen van de korjalen gaat echter nog
steeds zoals altijd maar men is druk bezig met beton iets te maken en
dat kan haast niet anders zijn dan een handigere oplossing om korjalen
te laden dan met handkracht. Wel eens een drum van 220lr geprobeerd in
een korjaal te krijgen? We hebben een korjaal zien liggen met wel 10 van
die vaten dus men doet het. Ik ambieer een dergelijke topbaan niet.
Links oer en rechts woud of andersom met hier en daar een
aantal huizen of zelfs een dorp. Het was, behalve het geluid van de
buitenboordmotor een oase van rust. Omdat het einde droge tijd is was de
waterstand extreem laag en dat was te merken aan de vaarrichting.
Herhaaldelijk moesten we van oever wisselen en soms ook voelde je dat de
boot lichtjes over een zandbank schuurde of moest, vanwege rotsen of
takken, de buitenboordmotor gelift. Zo over het water scherend kwamen er
weer allerlei herinneringen aan de vaarpatrouille terug die ik 33 jaar
geleden naar Apetina heb gemaakt. We passeerden Abenaston en na ¾ uur,
te snel naar onze zin, kwamen we in Jaw Jaw aan. Waar waren Pieter en
Vrensky; belangrijker, Thea en onze bagage? De bagageboot lag niet bij
de aanlegplaats en we hebben onderweg ook geen bewijzen van eventueel
schipbreuk gezien. De koelaman geleide ons de walkant op het dorp door
naar de voor ons geselecteerde hutten. En daar zagen we net Pieter en
consorten aankomen. Ze waren de soela op- en het tegenover Jaw Jaw
liggende eiland omgevaren. Onze korjaal kon dat niet vanwege het gewicht
van ons allen bij de huidige waterstand. Ze meerden onder de hutten af
en met een transportlijntje van mensen werd de korjaal snel uitgeladen.
De keuze en indeling van de hutten was niet geregeld. Als vanzelf kwam
dezelfde indeling tot stand als op Galibi en in no-time was de bagage op
zijn plaats, het bed opgemaakt en de klamboe uitgehangen. Ergens hadden
we gehoopt dat er hangmatten zouden zijn maar misschien is dit te
gevaarlijk. Als je nog nooit in een hangmat gehangen hebt kan een eerste
keer best tot ongewenste resultaten leiden. De bedden waren zo simpel
mogelijk, IKEA-achtig zal ik maar zeggen. De matrassen waren dun maar
goed stevig en schoon. De lakens waren erg dun maar gezien de
temperaturen (zie Galibi) leek mij dit wel te voldoen. In sommige bedden
was de lattenbodem niet overal gelijkmatig zoals we van de andere
reizigers later begrepen. Thea was ondertussen al begonnen met de nu
verlate lunch gereed te maken en om 15:30 uur konden we onze ‘honger’
stillen. De reden van de late lunch was dat de leiding had gekozen voor
direct vertrek vanaf Atjoni vanwege een dreigende regenwolk. Die is
gelukkig ergens anders gevallen.
Pieter had ons verzocht het ‘kampement’ niet te verlaten en
op eigen houtje door het dorp te gaan struinen. Dit om de privacy van de
bewoners te bewaren. Ook steldt men het niet overal op prijs om
gefotografeerd te worden. Hoewel vrijwel het gehele binnenland
gekerstend is hechten sommigen nog steeds geloof aan het feit dat een
genomen foto iets van de eigen identiteit meeneemt. Ook bij het
langsvaren bij de lager aan de rivier gelegen nederzettingen waar men
aan/in de rivier bezig was draaide men zich om of werd er boos onze kant
op gegesticuleerd. Dus, eerst vragen of men er geen bezwaar tegen heeft,
wel zo netjes. De meesten maakten echter gebruik van de
inzoomcapaciteiten van hun camera of filmtoestel. Is dat dan wel netjes?
Na de lunch was er tijd genoeg om in de rivier te zwemmen.
Hierbij moest je wel uitkijken voor de rotsen onder water. Door de lage
waterstand was het mogelijk vanaf de kant naar de soela in het midden
van de rivier te lopen. Verder gewoon aan de oever zitten en genieten
van het uitzicht of de bezigheden van de dorpelingen. De was en de vaat
wassen, zwemmen en gewoon spelen in het water. Af en toe kwam er aan de
overkant een korjaal langs, meestal met vracht voor het binnenland of
voor Atjoni. Soms ook een korjaal met andere toeristen die hoger op de
rivier een onderkomen hadden. Diverse vliegtuigen in de lucht bewezen
dat het vliegveld van Laduani druk bezocht werd. Voor het merendeel
wordt dit vliegveld voor toeristenvervoer gebruikt. Vliegtuigen van
Russische oorsprong. Anke, de enige niet blonde dame in het gezelschap,
zat aan de waterkant en kreeg bezoek van meisjes van tussen de 4 en 7
jaar. Haar zwarte haar werd onderhanden genomen en er werden kleine
vlechtjes ingevlochten. De Creoolse vrouwen zijn hier creatief in en ze
hebben allerlei patronen. Dat vlechten ging vergezeld met zingen van:
volkslied, sinterklaas-, kerst-, kleuter- en voor ons onverstaanbare
eigen liedjes. Een heel aandoenlijk tafereel. Helaas voor Anke is het
Europese haar zo sluik dat het niet blijft zitten. Na het
voortreffelijke avondeten gingen we met enkel het licht van de bijna
volle maan de korjaal weer in. Vreemd genoeg hoefden we nu de
life-jackets niet om. We vertrouwden dan maar op de kennis en de ogen
van de motorist dat dit niet nodig is. Wij dachten juist dat het nu
belangrijker zou zijn dan overdag. Met betrekking tot korjalen zijn we
dus gewoon weer bollen. In sluipgang, zover als dat gaat met een
buitenboordmotor, voeren we naar de plaatsen waarvan men weet dat ze er
zijn, de kaaimannen. Met veel heen en weer manoeuvreren lukte het
Vrensky met zijn zaklantaarn er 1½ aan te wijzen. Een echte wakkere en
een knipogende kaaiman. De rest liet zich niet in de ogen kijken. Leuke
ervaring. Terug in Jaw Jaw nog lang wakker gebleven en er waren veel
gesprekken gaande. Henk heeft eindelijk iemand gevonden die net zoveel
of meer weet van zijn interesse: Worlds in Collision, Maya kalender met
de datum 21-12-2012, piramides etc. etc. De toiletten konden niet op de
normale wijze worden doorgespoeld omdat de generator, die de
watervoorraad aanvult, om 22:00 uur werd uitgezet om het dorp in rust te
laten genieten van alleen de geluiden van het bos en de rivier. Even een
emmer water halen in de rivier dus. Goed geslapen ondanks de warmte EN,
niet bezocht door creepy crawlers of prikkers.
Dag 14: woensdag 21
november 2007.
Activiteiten in de
komende dagen zijn: kostgrondjes bezoeken waar we zien hoe op
traditionele wijze de grond bewerkt wordt en wat er allemaal te bieden
is. We bezoeken omliggende dorpen zoals: Tutubuka, Laduani (dit zijn
typisch Saramaccaanse dorpen). Ook hebben we een culturele avond met
zang en dans, varen door de stroomversnellingen, komen dicht bij de
machtige Ferulassi- stroomversnelling.
Vroeg opgestaan om getuige te worden van de zonsopgang hier.
Velen waren al wakker en hadden hetzelfde plan opgevat. De zonsopgang
was erg mooi maar moeilijk op de gevoelige plaat vast te leggen. Na dit
spektakel gingen sommigen zich in de rivier baden waar anderen niet van
de gewoonte af konden dat onder de douche te doen. Broodmaaltijd met
jam, pindakaas etc., gebruikt en daarna de boeken tevoorschijn gehaald
die we hadden meegenomen om aan de bibliothecaresse af te geven. Ondanks
dat Jaw Jaw ongeveer 4 à 5 meter boven het huidige waterniveau ligt is
het behoorlijk overstroomd in voorgaande jaren. Op diverse plaatsen
heeft men dat gemarkeerd en ver voorbij onze hutten, iets hoger dus nog
staan markeringen die de meter overstijgen. Dat is dus een heel drama
geweest want als je ziet wat er nu langs de kant van de rivier allemaal
aan boomstammen etc. ligt dan moet je je eens voorstellen als het water
zo hoog komt en de gehele omgeving gaat schoonspoelen. Stroomafwaarts is
het dan niet alleen gevaarlijk in verband met het hoge water maar zeker
ook door alles wat meegesleurd wordt. Het dorp was en is nog steeds druk
bezig met herstellen en de bibliotheek was net helemaal nieuw en
ingericht. De boeken werden enthousiast ontvangen en al spoedig werden
er allerlei afspraken gemaakt over zaken die ze nog konden gebruiken en
die mensen van onze groep zouden kunnen regelen: computers, printers,
omvormers, boeken, papier, potloden, tafels etc. Alles is welkom. Aan
het eind van dit verhaal staat hoe dat gedaan moet worden.
Na het bezoek aan de bibliotheek hebben we een rondleiding
langs de schoollokalen gemaakt. De school is zoals alle scholen in
Suriname, simpel van constructie met open ramen vanwege de ventilatie.
We troffen drie personen buiten de klas aan: straf. Jongens natuurlijk.
Eentje had zelfs verzwaard straf want die stond met z’n rugzak om.
Vandaag was straf niet zo heel erg want ze hadden nu goed zicht op die
toeristen die naar de school kwamen kijken. Toen we terugliepen waren ze
verdwenen. Moesten voor straf weer het lokaal in. Dat is dus dubbel
straffen, of niet? De kleuters brachten ons drie liedjes ten gehore
waaronder het Vader Jacob, nog niet in canonvorm, waarschijnlijk zodat
wij het konden verstaan. Anders had ik het echt niet geweten. Het blijft
toch anders klinken dan uit Nederlandse kinderkeeltjes.
Onder leiding van de zeer spraakzame Vrensky ging de tocht
verder naar de kostgrondjes. Qua bebouwing was er nog niet veel op te
zien omdat men met inzaaien moet wachten op de regentijd. De enkele
regenbui die nu af en toe valt is onvoldoende om het gewas aan de gang
te krijgen. We kregen overal uitleg over en het is werkelijk allemaal
niet te onthouden. Dat ze in staat zijn met deze landbouwmethoden 700
mensen te voeden verbaasd mij echter wel. Het zijn overigens wel de
vrouwen die dat allemaal doen, de mannen doen het zwaardere werk, werd
gemeld. Is dat er dan, zo vraag ik me af. Naar mijn idee is het
vrijmaken van bos, het inzaaien etc. in deze temperaturen wel het
zwaarste werk dat er is. Met alleen er heen lopen, kijken en luisteren
naar de uitleg van Vrensky had ik het al warm genoeg gekregen. Ik had
ook geen kind op mijn rug hangen. En, het moet op bepaalde tijden
gebeuren en gereed zijn anders komt er niets.
Na deze verbreding van ons begrip gingen we terug naar ons
kampement. In de warmte vond ik dat we toch nog een hele afstand hadden
afgelegd maar onderweg wel een goede indruk van het dorp gekregen. Voor
het merendeel ziet het er voor Surinaamse begrippen opgeruimd en schoon
uit. Wat ik wel miste waren die plastic flessen. In de rivier waren er
nog enkelen. Hier niet. Ook waren hier en daar mensen druk met diverse
bezigheden. Duidelijk is dat ze alle tijd hebben. Waarom denk ik dan
altijd dat het sneller en efficiënter moet kunnen. Dat is zeker een
echte Europese afwijking? Ik denk nu even terug aan de ellende die de
Nederlandse werknemers meestal overkomt als bedrijven fuseren. Hetzelfde
gedoe met managers die denken alles te weten.
Intussen was het al weer lunchtijd geworden en Thea had BB
met R gemaakt. Tjonge, dat was lekker. Recept volgt aan het eind van het
verslag of wordt door Pieter toegezonden.
Zoals beloofd in het programma gingen we na deze lunch de
korjalen in om de eerstvolgende soela bovenstrooms, de Ferulassy, te
gaan nemen. Altijd spectaculair, niet van gevaar gevrijwaard en dus
ondanks de warmte, life-jackets aan. De motorist was met dit deel van de
rivier niet heel goed bekend en dat verraadde hij door bij een splitsing
aan de koelaman op de plecht te vragen aan welke kant een eiland moest
worden gepasseerd. Net als met de tocht vanaf Atjoni, veel zigzaggen,
schuren over zandbanken en af en toe een lichte botsing met takken of
onder water liggende obstakels zoals rotsen of bomen. Dikwijls ging de
snelheid eruit omdat de motor gelift moest worden om beschadiging aan de
schroef te voorkomen. Duidelijk was dat de combinatie lage waterstand en
een dergelijk lange korjaal als wij hadden nu niet de beste combinatie
was. Bij de Ferulassy aangekomen was er nog maar één kant als vaarweg
bruikbaar. Recent is hier een hele woudreus overheen gevallen. Deze
superboom was in stuken gezaagd om een doorgang te behouden. Onder- en
bovenkant liggen nog over de rotsen heen en zullen bij stijgend water
ongetwijfeld aan een stroomafwaartse reis gaan beginnen en zo voor
gevaar zorgen. Zouden wij dat opgeruimd hebben? Nu begon het spannende
gedeelte. De doorgangen werden steeds smaller en de korjaal moest
behoorlijk zigzaggen, soms steken en een beetje keren. In een doorgang,
waar het ook maar net zou passen, kon onvoldoende snelheid gemaakt
worden zodat de stroom ons tegen een kant aandrukte waar we niet moesten
zijn. Een vastloper. De koelaman moest er uit en door de boot af te
duwen, waar je trouwens wel een soort Jerommeke voor moet zijn, lukte
het om de korjaal in de vaargeul terug te krijgen. Vol gas, en weer
vast; zelfde plek. Nogmaals en dat ging flink wat wilder. De mensen aan
stuurboord (rechts in de vaarrichting voor de landrotten onder ons)
dachten dat we omsloegen maar water het bleef allemaal buiten boord. De
motorist kreeg greep op het gebeuren en we schoten weg van de kant,
verder de soela in, op en erover. Fantastisch ondanks het lage water,
voldoende spatten en spetteren en beweging. Aan de bovenkant van de
soela aangekomen werd er gekeerd en ging het over de soela terug, nu
eraf. Dit is gevaarlijker dan erop want de stroomrichting en snelheid
van het water maakt corrigeren moeilijker maar er gebeurde geen
spannende dingen. Sommige dames maakten nog geluiden als van de bekende
Sirene maar de motorist was met dit verhaal niet bekend dus voeren we
niet op de klippen. De tocht werd door iedereen zeer gewaardeerd en voor
de meesten van ons was dat een eerste ervaring met ‘wildwateren’ zonder
daar zelf de controle over te hebben en in de handen van een ander. Er
was wel sprake van opluchting en een beetje teleurstelling toen we weer
in rustiger vaarwater waren en dit deel van de tocht achter de rug was.
Aan de onderkant van de soela aangemeerd en uitgestapt om het meer
‘traditionele’ dorp Gunsi te bezoeken. Ook hier weer: geen foto’s met
mensen erop a.u.b. Geen echt andere zaken gezien dan in Jaw Jaw. Wel
vond ik het er wat minder opgeruimd uitzien, maar dat kan een
momentopname geweest zijn. Als bij ons de vuilnis is opgehaald uit de
verzamelcontainers denk je ook vaak dat er iets vreselijk fout is gegaan
met de overheveling daarvan. En dan, de vooruitgang in beeld en wel 30
meter hoog ook nog. Een zendmast die drie weken geleden in
gebruikgenomen was die het voor Jaw Jaw en directe omgeving mogelijk
maakte mobiel te bellen. Dat dat mogelijk was merkten we gisteravond al.
Iedereen die een mobiele telefoon had was gelukkig weer bereikbaar. Een
aantal uren op de reis waren ze dat niet en dan wordt men wel meteen
nerveus. Want waar ben je als je niet bereikbaar bent. Ik probeer dat
altijd niet te zijn dus ik mis het niet. Ik heb zo mijn twijfels of het
binnenland van Suriname op bereikbaar zijn zit te wachten. LET WEL, ik
misgun ze deze ‘vooruitgang’ niet maar vraag me wel af hoeveel van hun
inkomen ze nu aan ‘bereikbaar zijn’ besteden. Voor mij haalt het tevens
een stukje van de ongereptheid weg die toch al onder druk staat en lang
niet meer is zoals vroeger. Mijn ideeën mogen natuurlijk niet gelden
voor de richting van de toekomst van een land, maar toch. Bij ons is het
ook niet meer zoals 30 of meer jaar geleden. Beter geworden? Ik weet het
niet.
Weer beneden aangekomen bij de soela hebben we ons allemaal
lekker laten jacuzziën tussen de rotsen. Op sommige plekken ging het
ondanks de lage waterstand wel erg snel. Ik had begrepen dat bij een
hogere waterstand het zonder life-jacket te gevaarlijk is. Zo zie je
maar, een lage waterstand heeft ook voordelen. Na een uur weer kind
geweest te zijn en voldoende zonlicht op de natte huid te hebben
gekregen om mogelijk weer te verbranden de korjaal weer in en terug naar
Jaw Jaw, langs de kaaimanslaapplaatsen. Niets gezien. In de late
middagzon lekker genoten met kijken, zwemmen en nietsdoen. Voordat we
gingen eten werden we getrakteerd op een aubade van een zestal 4 tot 7
jarigen, meesten meisjes. Ze hadden diverse zelfgemaakte vaasjes met
allerlei prachtige bloemen erin meegenomen en zongen o.a. sinterklaas-,
kerst-, kleuter- en voor ons onverstaanbare eigen liedjes. Ook kenden ze
het liedje uit de film “Kon esi baka” toen wij dat vroegen.
Faja siton no bron mi so, no bron mi so: vuursteen
brandt mij niet, brand mij niet zo
Adyen masra Jantje kiri suma pikin, 2x alweer
vermoordt meester Jantje kinderen
Zie
www.suriname.nu/201cult/muziek04.html voor de hele tekst en uitleg
hierover.
Dat duurde een dikke 3 kwartier. Fenny had nog individueel
verpakte Haagse Hopjes en gaf ze dat als beloning. Dat werd gewaardeerd
al wisten zie niet direct wat het was en waar het naar zou smaken. Al
snel kwamen anderen ook een beloning vragen. Helaas, de voorraad strekte
niet meer. Het avondeten was zo Surinaams als maar kon. Thea had Tajer
gemaakt, naar de gelijknamige knollen. Wij vonden de knollen in de soep
wat groot, ze hadden wat kleiner gesneden mogen worden. Kleiner maken
met een lepel ging vrij moeilijk. Ik vermoed dat met het zetmeel uit één
knol je een heel huis kan behangen. Goeiedag, wat een plakkerig gedoe.
Wel goed te eten overigens. Vanavond staat er dansi-dansi met
apintiespel op het menu. We zijn benieuwd.
De dansi liet op zich wachten en dat wachten doden we met in
het dorp gekochte Parbo. Vrensky had korting bedongen bij de
plaatselijke handelaar dus dat was extra lekker innemen. En wachten en
wachten maar. Het apintiespelen ging uiteindelijk niet door want een
vorige groep had de sleutel van de opslag niet ingeleverd en men kon
niet bij de apinties. Jammer. De dames van de dansi waren niet
opgesloten en die kwamen nu aan om de voorstelling te geven. Uitgebeeld
werden enkele dansen uit de slaventijd met elk een andere betekenis. De
dansen die hoofdzakelijk in de slaventijd ontstonden waren erg
indrukwekkend. Er is één danseres die begint met een tekstregel te
zingen. De vijf anderen buigen vanuit de heupen 90º naar voren en
klappen een maat, 200 per minuut, en herhalen een gedeelte van het
gezongene. De danseres maakte kleine schuifelende bewegingen met de
voeten en subtiele romp en armbewegingen. Het mocht allemaal niet te
duidelijk zijn omdat destijds communicatie onderling, vooral tijdens het
werk op het land, niet was toegestaan. Toch wisten ze er op deze manier
onderuit te komen. Nogmaals, je moet het meemaken om er over te
oordelen. Indrukwekkend en ook wel emotioneel. Wat ook indruk maakte is
de eenvoud van de kleding, zeer passend in het geheel. Iedereen die uit
de groep werd geplukt en meegedaan had kon weer een bad nemen, zo nat
werd je er wel van. Ze werden beloond met een hartelijk en welgemeend
applaus. En dat is op zich ook weer vreemd. En applaus is hierbij
eigenlijk niet passend. De avond verder afgemaakt met nog wat beppen en
leegmaken van de resterende djogo’s. Wat een belevenissen op deze
vakantie.
Dag 15: donderdag 22
november 2007.
In ieder geval doet
u tijdens deze tocht veel bijzondere ervaringen opgedaan. In de ochtend
na het ontbijt vertrekken wij en gaan verder met de bus naar het
Brownsberg Natuurpark. We maken een tocht door het tropische regenwoud
naar de watervallen en beleven de geluiden van de brulapen; met een
beetje geluk kunnen we dieren zien. ’s Avonds gaan we weer verder naar
Overbridge waar we weer de nacht doorbrengen.
Vroeg opgestaan, het wordt een gewoonte, want vandaag wilden
we getuigen zijn van het begin van een schooldag. Om 7:40 uur op
speedmarstempo naar de school en daar waren we net op tijd om de
vlagceremonie te zien. Alle klassen stellen zich bij de vlaggenmast bij
de school op, gerangschikt naar klas, jongens en meisjes in een eigen
rij. Iedereen was nu op tijd, wat op andere dagen niet altijd zo is,
begrepen wij. De rondlopende meesters en juffrouwen gedroegen zich als
echte sergeants. Alles moet recht en correct staan. Toen iedereen naar
tevredenheid in het gareel stond werd onder het zingen van het volkslied
de vlag gehesen. Daarna, afmarcheren per klas, de rij meisjes eerst en
dan de jongens. Wat ik me heb laten vertellen is dit het meest
gedisciplineerde gedeelte van de dag. Maar ook in de klas is er weinig
ruimte voor vrije expressie naar inzicht van de jeugd. Daar buiten kan
het zijn eigen gang gaan. We hebben echter geen hangjongeren of
rariteiten meegemaakt dus met de discipline buiten de school lijkt het
mij ook wel mee te vallen. Het leek mij in Jaw Jaw behoorlijk wat
rustiger te gaan dan in een willekeurige Europees dorp of stad. Na
ontbeten te hebben de kamer van kant gemaakt (Surinaams voor opruimen),
bagage inpakken en inschepen. De bagage ging weer in de andere korjaal
tezamen met Pieter en Thea. Wederom sneller dan gewenst kwamen we aan in
Atjoni en konden onmiddellijk de bus is die net aangekomen was.
Valentino was daarom al om 03:30 uur uit Paramaribo vertrokken en met de
toestand van de weg in gedachten is dat een hele prestatie. Kregen we
later nog wat last van overigens. Verschillende posities in het rijdende
lunapark werden ingenomen en al snel waren we weer bezig aan het nooit
wennende gehots en gebots op de bauxietweg richting Brownsberg
Natuurpark. Bij de Poederberg weer gestopt om bij te komen. Diverse
dames die meer achterin zaten begonnen misselijk te worden dus even halt
houden was geen overbodige luxe. Nog een uurtje en dan is dat ook weer
achter de rug. Zo naar de Poederberg kijkend herinnerde ik me het
verhaal van Vrensky over wat er hier gebeurde tijdens de binnenlandse
oorlog. Hier had een treffen plaats tussen troepen van Desi B. en Ronnie
R. Het lijkt hier zo op Apache Canyon uit de strip van Lucky Luke dat je
niet begrijpt dat het vertelde heeft kunnen plaatsvinden. In ieder geval
heeft één van de partijen deze Lucky Luke nooit gelezen. De in
hinderlaag liggende troepen werden niet vanaf de weg maar vanuit het bos
aangevallen en de berg afgeduwd. Vervelend genoeg zijn er ook doden bij
gevallen. Dat maakt het gebeuren dus wel weer ernstiger en minder
grappig. Toch, je vraagt je af.
Naar ons gevoel na eeuwen, kwamen we aan bij het
benzinestation annex Jumbo bushalte waar we wat rondliepen, water
kochten terwijl we op de foeragewagen wachtten. Deze zou namelijk
meegaan naar de Brownsberg om onze lunch te verzorgen en bovendien
hadden we Pieter al een hele tijd in onze bus gemist. Het wachten duurde
niet al te lang en spoedig vertrokken we naar het Brownsweg Natuurpark.
De weg naar de ingang van het park op de top is naast ongeplaveid,
gevaarlijk smal, met veel watergleuven overdwars, schuin en in de
lengterichting. Aan de afgrondzijde is geen vangrail, alleen enkele
bomen of al naar gelang de afgrond steiler was, boomtoppen. Er is zelfs
een verplichting om te toeteren bij de bochten zodat er misschien op
tijd maatregelen ter voorkoming van botsingen kunnen worden getroffen.
Gelukkig kwamen we geen dalend verkeer tegen; het was zo al link genoeg.
De bus moest af en toe echt wel een ‘aanloop’ nemen om sommige steile
stukken met bochten te kunnen nemen en omdat de motor extra hard moest
werken werd de airco uitgezet. Valentino reed zo snel dat we een 4x4
dreigden in te halen. Maar ja, die kan wat langzamer vanwege de
gunstigere overbrenging en had geen snelheid nodig om de hele steile
stukken te halen. De ondergrond hielp ook niet mee. Bauxietblubber.
Boven aangekomen eerst allemaal wat langer de benen gestrekt
om het gebibber kwijt te raken en daarna genoten van de nasi van Thea
met watermeloen als toetje Wat een prima kokkin. Alle hulde. Na het
maken van de groepsfoto op weg gegaan naar doel nr. 1 van het bezoek aan
dit Natuurpark, de Leo-val. Onderweg kwamen we allerlei mensen tegen die
daar al geweest waren en die ons allen sterkte toewensten. Het zou dus
zwaar worden. De weg vernauwde zich en er kwamen steeds meer hellingen
naar beneden in het traject voor. Steeds vaker werd ons ook sterkte
gewenst en sommigen van ons kregen het daar al benauwd van. Op weg naar
beneden, want daar is de Leo-val, kwamen we ook een hele groep
scholieren (14-17 jarigen) tegen die dus naar boven gingen, er al
geweest waren, waarvan in het bijzonder enkele jongens nodig in dienst
zouden moeten. Jeetje, als je daar voor de landsveiligheid van
afhankelijk wordt. Hun gezichtsuitdrukking was het perfecte voorbeeld
van het eeuwige lijden. Zij zullen na hun scholing vast wel
leidinggevende functies krijgen. Over het algemeen droegen de meiden hun
lot beter. Onderweg gaf Vrensky weer de nodige uitleg en eindelijk weet
ik hoe de vogel heet die ons bij onze bostochten vergezelde. De
bospolitievogel of groenhartvogel.
http://webserv.nhl.nl/~ribot/wav/livo.mp3
Dat beest fluit alleen als je in beweging bent, als je kamp
maakt is hij/zij stil. De functie is duidelijk. Hoor je de vogel, dan
wordt er bewogen. Kan dus ook de vijand zijn. Surinamers noemen deze
vogel ook wel nekkrampvogel. Je ziet hem niet ook al zoek je nog zo
goed. De waterval was wel wat teleurstellend; een klein miezerig
stroompje met soms vallend water. Wat hadden we dan verwacht aan het
eind van de droge tijd? Niagara of zo? In ieder geval was het zo weinig
dat Pieter besloot niet verder te gaan naar de Irene-val. Dat zou er nu
ook zo uitzien en is dan niet de moeite van de moeite waard. Terug naar
boven over de moeilijke trappen en paden. Niemand was fris gebleven
tijdens de busrit en sommigen hadden meer moeite met naar boven komen
dan ze zelf hadden verwacht. Jenny had zoveel hoofdpijn dat ze het
liefst was gaan en blijven liggen. Ze is op sleeptouw genomen en
gelukkig liet ze zich ook slepen. Henk kreeg een spasme in zijn kuit en
Natascha zat achter haar eigen adem aan. Met minder tegenzin dan de
scholieren, we zijn toch nog ergens TRISsers, ook de aanhang, kwamen we
toch weer vrij snel boven terug op het grotere pad en zagen daar dat het
behoorlijk donker begon te worden. Plotseling leek het alsof er een
storm opstak, zo ging de wind in de boomtoppen tekeer. Het was echter
niet de wind maar een groep brulapen die dat geluid veroorzaakte; zoals
in het programma van Sun & Forest beloofd was. We probeerden wat
dichterbij te komen om ze te zien maar dat ging niet. De donkere lucht
konden we al snel niet meer zien want het zicht werd ons belemmerd door
de neerstortende regen. Nog wel geen tropische bui maar hard genoeg. Bij
een restaurantje vlakbij de bus hebben we geschuild gelijk ook anderen
voor ons al aan het doen waren. Druk, druk, druk dus. De regen hield een
dik uur aan en begon toen wat minder te worden. Allerlei bussen kwamen
mensen ophalen en zo ook onze bus. Vlug erin en op weg naar Overbridge.
We waren nu nat van het zweet EN de regen en we snakten naar een warme
douche. We worden echt oud hoor. De weg naar beneden is gelijk de route
over een soela gevaarlijker dan omhoog. De bus is geen 4x4 en soms
gleden we gevaarlijk dicht naar de afgrond toe. In de bus was het echt
stil en niet alleen van vermoeidheid. Alle ramen besloegen omdat we
allemaal zaten te stomen en de airco nog niet aankon. Eenmaal beneden
aangekomen werden we wat minder gespannen en al snel waren we weer op de
bredere bauxietweg. De regen maakte er een glijbaan van en omdat
Valentino al zeer vroeg op weg was gegaan naar Atjoni om ons op te halen
zakte de concentratie bij hem wat weg en gleden we de kant in. De
bauxietweg aan de kant is door de regen flink verzadigd geraakt en de
wielen hadden dan ook minder grip. Gelukkig geen ongelukken. Even
gestopt in een bushokje bij Berg en Dal (van de Hernnhutters) en dan het
laatste stukje. Om 17:50 uur arriveerden we in Overbridge en konden we
inchecken. De kamernummers waren al bekend. We hadden nu nieuwere
huisjes die nog groter waren dan de vorige keer. Het eten was al op de
kamers gebracht zoals afgesproken. We zouden pas om 19:00 uur aankomen
dus het was nog warm. Op de kamer is een magnetron dus warmer maken kon
altijd. De bagage werd op de veranda uitgepakt. Waarom? Wel, enkelen
hadden gemerkt dat zij niet de enige bewoners van de hut in Jaw Jaw
waren en een aantal van die bewoners was nu als verstekeling meegekomen.
Kakkerlakken, de creepy crawlers. Nou, die wil je zeker niet meenemen
naar Nederland dus werd alles grondig nageplozen en uitgeklopt. Jan
besloot maar zijn hele toilettas weg te doen. Gebruikt Jan een bepaald
merk of geur waar kakkerklakken dan ook gek op zijn? Snel even een Parbo
gehaald en na het heerlijke douchen goed gegeten. Na het bijkomen van
deze dag nog even naar de eetzaal/bar gegaan waar voor ons nog speciaal
de bar geopend bleef.
Dag 16: vrijdag 23
november 2007.
Omstreeks 09.00
uur ’s morgens vertrekken wij en gaan verder
met de bus terug naar Paramaribo en checken in hotel Eco Resort.
Ondanks de vermoeidheid hebben Loes, Jan en Jenny, Dick en
Roy zich toch aangemeld om met Vrensky op vogeltoer te gaan. Het was,
waarschijnlijk door de regen van gisteren –de regentijd komt er nu echt
aan– erg mistig en de vogels hadden ATV of zo. Zelfs de twee groepen
apen die in de buurt veelvuldig te zien zijn hielden zich schuil en
‘muis’stil. Wel kon Vrensky allerlei bloemen en planten toelichten. Op
de weg terug lieten enkele vogels zich wel weer horen; onmiddellijk
werden ze door Vrensky geïdentificeerd. Het huisje van Loes en Rob was
het nieuwste. Aangrenzend was men nog met de bouw van een nog nieuwere
bezig. Voor wat de gebruikte ‘zwevende’ steigers en trappen en zo
betreft zou dit in Nederland direct door de Arbeids Inspectie afgekeurd
worden. Slappe, losse en bewegende loopplanken als steiger en nog meer
voor ons gevaarlijke toestanden mogen hier wel. Surinamers vallen dus
niet of misschien net zo snel als ze werken waardoor ze zich niet
bezeren? Na het ontbijt nog op de aanlegsteiger genoten van alles en nog
wat. De eigen zorgen zijn ver weg en lijken hier minder ernstig te
zijn. Voor ons lijkt dit nu in ieder geval een wat minder problematische
wereld omdat we van begin tot einde dag geregeerd worden door het
programma van Sun & Forest en dus eigenlijk nergens echt zelf voor
hoefden te zorgen. Maar, dit is voor ons een schaduwwereld en onze eigen
echte wereld is volgende week weer actief.
Om 15:30 terug in het Eco Resort waar we nog lang moesten
wachten op onze kamers. ‘s-Avonds met zijn allen pannenkoeken gaan eten
en dat beviel iedereen goed. Groep gesplitst de avond verder
doorgebracht in de stad, in ’t Vat of op de kamer. ‘t Is mooi geweest
zo.
Dag 17: zaterdag 24 november 2007 Vrij te besteden.
Iedereen ging zijns weegs en men heeft zich ongetwijfeld de
gehele dag zonder de anderen van de groep kunnen vermaken. Jan werd
opgehaald door dhr. Zandgrond vanwege hun gezamenlijk verleden met de
boten (S401 t/m S404). Jenny en Loes zijn de stad ingegaan om
Indianensouvenirs te kopen die ze te Christiaankondre zijn misgelopen.
Rob liep achteraan als drager. Ook moest er nog een toilettas voor Jan
worden gekocht en dat bleek de moeilijkste opdracht van de ochtend te
worden. Sommige winkels konden zich van een toilettas voor mannen
helemaal geen enkele voorstelling van maken. Na lang zoeken bleken er in
heel Paramaribo maar twee te zijn. Snel eentje gekocht en nu is er nog
maar een over. Jan, Jenny, Loes en Rob zijn weer bij de Braziliaan gaan
eten wegens succes van de vorige keer. Daar kwamen we ook Pieter, Arend
en Fenny tegen.
Dag 18: zondag 25 november 2007 Onafhankelijkheidsdag Vrij te
besteden.
Srefidensi ofwel onafhankelijkheidsdag (staatkundig dan).
Om 08:30 uur waren we op het plein aanwezig om een goede
plaats te vinden om een en ander te kunnen zien. Het was nog helemaal
niet druk en dat vonden we wel een beetje vreemd. Om 09:00 uur kwamen de
eerste militairen, begeleidt door de muziek van de Surinaamse Militaire
Kapel het terrein opmarcheren en al snel stond het helemaal vol. Wij
stonden om 08:45 uur nog ruim in de schaduw maar toen de president
eindelijk de troepen ging inspecteren was het officiële gedeelte ook
direct over en stonden we al ruim 1½ uur in de zon te bakken. Het was nu
al 11:00 uur geworden. De militairen hoefden niet zoals wij vroeger met
Koninginnedag vanaf het PBK te lopen en weer terug. Ergens aan de
zijkant bij het presidentiële paleis (vroeger dus gouvernementsgebouw)
konden ze in een bus en wegwezen. Slappe hap of niet? Persoonlijk denk
ik wel dat als het officiële gedeelte pas om 10:30 uur begint de
militairen niet vanaf 09:00 uur in de zon hoeven te staan. Tijdens het
wachten werden onder de militairen plastic flesjes (ja, ze zijn er weer)
doorgegeven en daar zal het natuurlijk aan liggen. Die hadden we ‘onze’
tijd niet. Al met al, lang wachten voor weinig show. Duidelijk werd ons
wel dat acclimatiseren niet voor niets nodig is. Het aanwezige Franse
detachement deed het beter dan onze mariniers en die deden het op hun
beurt weer beter dan de jongens van de Lucht Mobiele Brigade. De
laatsten waren koud een week in het warme Suriname.
Met beter doen bedoel ik: het volhoudenmetstilstaanparadespel
van de organisatie. Van de LMB werden aan de achterzijde van de
presentatie nog wat jongens vervangen die dreigden door de hitte te
worden bevangen. In de optocht was het detachement fietsende politie ook
aanwezig. Hiervan hebben we pas nog een documentaire over de opleiding
in Nederland gezien.
Na dit gedoe hebben we nog een uurtje of zo door de
Palmentuin gewandeld en daar alle kraampjes en stalletjes bekeken.
Daarna langs de Waterkant geflaneerd en ons vergaapt aan alle soorten
klederdracht die we zagen. Helaas hebben we niet de echte kotomisi’s
gezien, wel iets wat er op leek. Bijna uitgeput terug in het hotel een
uurtje siësta gehouden en daarna lekker gezwommen bij Torarica.
‘s-Avonds via het pannenkoekenrestaurant bij ’t Vat aangekomen en het
daar nog even volgehouden. Veel praten kon niet want de herrie was te
veel. Vooral een Braziliaanse band maakte het erg gortig. Het zette
echter de omstanders niet aan tot dansen en dat is bijna onbegrijpelijk.
De muziek ging helmaal je botten in en was opzwepend genoeg. Misschien
moeten nog voldoende vrolijke drankjes ingenomen worden. Wij hebben daar
niet meer op gewacht en zijn tegen 22:00 uur gaan slapen.
Dag 19: maandag 26 november 2007 Vrij te besteden.
Suggesties: Lekker nagenieten bij ’t Vat onder het genot van een
Parbobiertje, shoppen in downtown, handycrafttour. ’s Avonds wordt u een
gezellige avond met zang en dans inclusief diner aangeboden door Sun &
Forest Tours Suriname.
Deze dag was op de avond na niet vol gepland. Toch was het
Pieter gelukt geregeld te krijgen dat we het P Beatrix K te Zanderij
mochten bezoeken. Wie wilde nu Sr$ 30 p.p. besparen en Zanderij niet
zien? Niemand en dus om 09:00 uur waren we dan ook al op weg. Het
kampement is niets veranderd en ziet er nog vrij goed uit ook. Niet zo
ontstellend verlopen als zijn afkortingsgenoot in Paramaribo het P
Bernard K. Eigenlijk werd er bij ons nooit gesproken over Beatrix of
Bernard. Gewoon Zanderij en PBK, dat was duidelijk genoeg. Ja, dat je
hier 3 maanden van je leven hebt doorgebracht. Het lijkt dan ook
onwerkelijk ver weg en alleen de heel speciale dingen die je uitgehaald
had waren eigenlijk nog een herinnering aan die tijd. De rest is
weggezakt. Het schijnt echter wel zo te zijn dat als je dementer wordt
het weer bovenkomt. Ik hoop voor de luisteraars van dan dat het
interessant of leuk genoeg is. Mijn beste herinneringen gaan naar de
vlaggenmast met een kat in top en het door 60 Surinaamse
dienstplichtigen laten missen van een ochtendappél. Dan heb je nog de OP
savanne, het VPTLdorp en natuurlijk de Colakreek. De omgeving van de
Colakreek is wel iets aangepast aan niet militair bezoek. Er staan nu
toilethuisjes en een tweetal overkappingen waar je kunt schuilen tegen
de regen of de zon. Verder is er nogal wat wit zand gedumpt om strandjes
te maken. De spoorbrug is er nog en het water nog even bruin. Sommige
dingen veranderen niet.
Op de terugweg naar Paramaribo zijn we gestopt bij een klein
houtsnijdertje. Daar kon de traditionele klapstoeltjes, dito tafeltjes
en allerlei ander houtwerk gekocht worden. Van deze gelegenheid werd wel
gebruik gemaakt. Ook was er een toilet en dat schijnt voor de dames die
er gebruik van gemaakt hebben een niet te vergeten gebeurtenis geweest
te zijn. Ik weet het niet. Je moet het ze zelf vragen. In Onverwacht het
oude station bezocht vanwaar enkelen van ons naar Brownsweg zijn
vertrokken. De treintjes staan er nog maar hebben niet meer de blauwe
kleur. Verder lijken alle oude treintjes en wagons van weleer er nog te
staan, of in de buurt of wat verder weg maar dan al helemaal overgroeid
met struiken. Deze manier van transport is dus definitief niet meer in
gebruik. Iemand die treintjesgek is weet misschien niet dat dit er nog
allemaal is. Misschien kan de Surinaamse regering hier nog wat aan
verdienen door er wat meer publiciteit aan te geven. Geen idee.
Misschien is het niet speciaal genoeg en komen alleen ex-TRISsers hier
nog naar kijken?
De rest van de dag hadden we weer vrij en konden we bijkomen
van de gehele reis of weer lekker zwemmen. Bij ’t Lekkerbekje vis
gegeten en maar even een siësta gehouden. Went wel snel dat slapen
’s-middags. De regentijd lijkt nu echt begonnen want de hele dag zijn er
wel dreigende wolken die elk moment hun lasten kunnen laten vallen. Het
heeft vandaag echter maar alleen in de ochtend even geregend. Verder nog
niet. Om 19:00 uur worden we opgehaald voor het afscheidsfeest dat door
Sun & Forest voor ons is geregeld.
Het bleek op een
privé-adres te zijn en de eigenaar, of feestregelaar, had gekookt en de
schalen met eten stonden klaar. We konden meteen aanvallen en daartoe
werden we ook uitgenodigd. We lieten ons dan ook niet tegenhouden. Er
lag een bak met rijst en dito bami voor twee pelotons; alles zag er
prima uit en smaakte uitstekend. Best pittig ook wel. Vooral die
gesneden plakjes tomaat zagen er heerlijk uit. Er lagen er niet veel dus
Jenny nam er maar een paar van. Oei, Madame Jeanettes. Ze kon even een
uurtje of zo niets zeggen maar daarna liet ze met dansen een voetenwerk
zien waar iedereen jaloers op werd; wij wisten niet dat ze dat in zich
had en zij ook niet. Na het eten kwam er ook wat Parbo tevoorschijn. Wat
kunnen we nu nog anders drinken en hoe moet dat als we terug zijn in
Nederland? Nadat het eten de tijd had gekregen om te zakken en de
overgebleven holtes in de maag langzaam volliepen met Parbo, we diverse
keren gestoken waren door muskieten (de eerste keer dat dit op deze reis
op grote schaal gebeurde), kwam de dansgroep. Deze kregen ook eten
aangeboden en niet lang daarna begonnen de twee jongens van de apinties
met het opwarmen van de trommenvellen. De dansgroep stond onder leiding
van een ca. 30jarige dame en verder uit een 12- 20- en 25-jarige. Dat
zijn allen mijn schattingen.
Vrensky legde uit wat er ging gebeuren en wat de dames gingen
uitbeelden. Ook zou als laatste een dans komen met wat Franse invloed.
Alle dansen gingen over vrouwen die alleen zijn, het zware werk moeten
doen en wachten op hun man. Interessant was de verschillen in expressie
te zien die, ondanks dat alle vier de vrouwen dezelfde bewegingen
maakten, m.i. door de leeftijd (en dus ervaring op dat gebied) wordt
veroorzaakt. De
dans met de Franse invloed was meer seksueel getint dan de andere
dansen. Wel werd hier ook op een manier met de bilspieren omgegaan als
je voor onmogelijk houdt en ook voor ons niet uit te voeren is. Hier
gaat veel training aan vooraf. De meesten werden om beurten uit de groep
toeschouwers geplukt om een stukje mee te doen. We probeerden zo goed
mogelijk de billen ook die bewegingen te laten maken maar dat proberen
alleen al had de volgende dag rare spierpijn tot gevolg. Alleen al de
gedachte dat een vrouw met deze bewegingen je benadert doet je de adem
benemen. En nog meer denk ik als het er nog van komen kan. Maar ja,
praatjes vullen geen gaatjes, hè Leo. Jenny had dus niet aan de dansi
weten te ontkomen ondanks dat zij zich (en zij heus niet alleen hoor)
een beetje achter een tafel had opgesteld. Maar ja, als snel kwam
vrijwel iedereen aan de beurt en de dansi werd afgesloten door de groep
met iedereen. De apintiespelers waren eigenlijk met zijn drieën en om de
20 minuten werd er afgelost, helemaal drijf van het zweten. Zwaar werk
hoor.
Een heel geslaagde
afscheidsavond. Bij de leidster van de groep nog een CD gekocht waarvan
iets op de herinnerings-CD, door Pieter gemaakt, zal worden gezet.
Dag 20: dinsdag 27 november 2007 Vertrek.
Omstreeks 15.00 uur wordt u opgehaald bij uw hotel voor uw terugreis
naar Nederland.
De een
na laatste dag van de tour maar de laatste dag in Suriname. Dit wordt
een dag van inpakken, wachten, slenteren, de tijd doden, wachten, naar
Zanderij, weer wachten, langs de balie om de koffers in te leveren,
wachten, door de douane, wachten, door de controle en wachten tot we aan
boord mogen. Dan 8 uur vliegen en het hiervoor beschreven protocol
andersom helemaal opnieuw want we zijn een top risico groep. In
Nederland is het 7ºC, met regen en veel wind. We verheugen ons er niet
op en dat is ergens een goed teken. Het ons hier dus uistekend bevallen.
Dag 21: woensdag 28 november 2007 Aankomst in Nederland.
De
stoelen in de “Lima” waren dezelfde als op de heenreis en toch waren we
gebroken toen we aankwamen. Slapen of wegdommelen lukte niet en iedereen
had dezelfde ervaring. De heenweg hadden we die ervaring niet dus het
zal wel een teken zijn van algehele vermoeidheid van de hele reis. Toch
zou ik het zo overdoen als er zulke 20 dagen aan vooraf zouden gaan.
Dankwoord
Dit is
mijn bijdrage aan deze fantastische reis.
Dit
verslag is maar een gedeelte van wat we meegemaakt hebben en natuurlijk
kan dit niet verhalen wat ieder in de groep heeft meegemaakt. Ik hoop
wel dat het een leidraad voor herinneringen voor iedereen kan zijn en zo
heb ik het ook bedoeld. Persoonlijk heb ik de “vakantie” van mijn leven
meegemaakt want wanneer maak je mee dat je met mensen die je niet kent
dezelfde herinneringen kunt ophalen en deze dan vervolgens delen met je
vrouw. Mijn vrouw heeft minstens zo genoten van deze reis als ik. Het
weer was goed en de hotels, verplaatsingen, excursies, de gids, de
kokkin enz. waren uitstekend verzorgd.
De
groep mensen ging uitstekend en soepel met elkaar om en dat heeft zeker
bijgedragen tot een prettig terugkijken.
Rob de
Leur
Op 1
december is een groep ex-TRISsers bij Moengo overvallen en dat is één
week nadat wij daar waren. De reis is dus niet zo ongevaarlijk als uit
bovenstaand verslag lijkt.
|