|
Tris Special Reis

Heenreis: dinsdag 15
november 2005, Vluchtnummer: KL713, met de “City of Atlanta” ,
Terugreis: donderdag/vrijdag 01/02 december 2005, Vluchtnummer KL714,
met de “Lima”.
Deelnemers:
Ben
Boogmans, John Bravenboer, Jan en Bertien van Breenen, Huib en Helen
Derissen, Geert en Doetie Dijkstra, Ton en Els van Gent, Atze en Elly
Glas, Lei en Annemie Janssen, Huib Jeurninck, Harm Kamstra, Ton en
Josephien Mooij, Ruud en Wilma Nachtegaal, Hans Ozinga, Kees en Annet
van Praat, Aad en Merion Roelevelt, Henk van der Scheer, Hans en Karin
Schoemaker, Peter Schreijer, Cees en Ton Somer, Herman en Tineke
Tieltjes, Rob Vennik, Gerard Wessels. Coördinator voor- en
na-traject en deelnemer: Pieter Nijdam. Een gezelschap van 36
personen, waarvan 23 Ex-Trissers en 13 partners.

15 november 2005
Eindelijk was het
zover. Voor de meeste Ex-Trissers was het een eerste bezoek na de
diensttijd in Suriname. Pieter Nijdam verwachtte ons om 09.45 uur bij de
TUI-balie in hal 2 op Schiphol om de e-tickets in ontvangst te nemen.
Ondanks de vele files tijdens de ochtendspits was bijna iedereen op tijd
aanwezig en kon het inchecken vlot worden afgewerkt. Met enige
vertraging werd de start om 13.00 uur gemaakt. De vertraging werd echter
als gevolg van wind-mee ingelopen, waarna omstreeks 18.00 uur de landing
plaats vond op J.A. Pengel International. We werden ontvangen door een
regenbuitje en een hoge temperatuur. De immigratieformaliteiten werden
vlot afgehandeld (N.B. 60 plussers hebben voorrang bij een afzonderlijke
balie) evenals het in ontvangst nemen van de bagage. Vervolgens werden
om 20.30 uur de kamers betrokken bij het Eco Resort en werd om 21.00 uur
de dag bij ’t Vat afgesloten.
16 november 2005
Na het ontbijt begon
de dag om 08.30 uur met een informatiebijeenkomst van Sun & Forest door
Nesta, Peter en Lionel. Na de bijeenkomst werd afgereisd naar de Memre
Boekoe kazerne (het voormalige Prins Benard kampement) aan de
Verlengde Gemenelandsweg. Bij aankomst was men nog niet gereed om ons te
ontvangen, waardoor er tijd beschikbaar was om op de begraafplaats
Rusthof aan de Coppenamestraat het monument te bezoeken ter
nagedachtenis aan de vliegramp met de Anthony Nesty, het SLM-toestel,
dat op 17 juni 1989 verongelukte. Bij deze ramp verloren ruim 180
inzittenden het leven. Het monument bestaat uit vier maal twee zuilen,
waarop 4 kapotte straalmotoren zijn aangebracht, die het neergestorte
vliegtuig symboliseren. Nadien waren we welkom op de Memre Boekoe
kazerne, waar we koel, doch correct werden ontvangen. Fotograferen was
in beperkte mate mogelijk, echter voor ieder te fotograferen object
moest afzonderlijk toestemming worden gevraagd. Veel werd herkend en
zelfs de kapper zat nog op z’n oude stek. Het kapelletje was echter
verdwenen, doch volgens onze begeleider zou het weer opgebouwd worden.
Opvallend was dat er veel achterstallig onderhoud was. Nadat we er ruim
een uur hadden doorgebracht in een vriendelijke en ontspannen sfeer was
het tijd om afscheid te nemen. Op de terugweg werd nog een kort bezoek
gebracht aan de Markt Zuid, beter bekend als de Noodmarkt, waar wij,
Europeaan, zich konden vergapen aan het heerlijke, verse, tropische
fruit, waar Suriname toch wel zeer rijk mee is. Tenslotte werd het
ochtendprogramma afgesloten met een bezoek rond Fort Zeelandia. Dit
voormalige Nederlandse fort is ontstaan aan het begin van de 17e
eeuw aan de linkeroever van de Surinamerivier. Het lag destijds bij het
Indianendorp Paramaribo, waar Paramaribo uit is ontstaan. Fort Zeelandia
was achtereenvolgend kazerne, gevangenis, museum, hoofdkwartier van de
militairen rond Desi Bouterse en thans weer museum. Op 08 december 1982
werden 15 vooraanstaanden en tegenstanders van het regime-Bouterse op de
binnenplaats om het leven gebracht. Naast het museum staat het
standbeeld van Wilhelmina. Voorheen stond dit standbeeld op het plein
voor het paleis van de gouverneur, het paleis dat thans het
presidentieel paleis is. Na het ochtendprogramma waren de middag en
avond vrij te besteden. Hiervan werd gebruik gemaakt om de stad te
bezoeken en/of in het zwembad van Torarica wat verkoeling te zoeken.
17 november 2005
Om 09.00 uur
vertrokken we bij ’t Vat voor een plantagetoer. Bij Leonsberg werd per
korjaal over de Surinamerivier naar Fort Nieuw Amsterdam in het district
Commewijne vertrokken. Fort Nieuw Amsterdam ligt op de plaats waar de
Surinamerivier en de Commewijnerivier samenvloeien. In het begin van de
17e eeuw werden in deze omgeving de eerste plantages
gevestigd. Aan het einde van de jaren zestig werd het fort als museum
ingericht. Er was nog een wagen aanwezig die wij vanuit onze Tris-tijd
kenden. Er waren er destijds twee die gebruikt werden bij het oefenen
van “Beteugelen van woelingen”. Hier liet Lionel ons kennis maken met de
meest verschrikkelijke mishandelingen, die de plantagebezitters de slaven
aandeden. Een goede indruk over deze mishandelingen kan je opdoen als je
de boeken leest van Cynthia Mc Leod. Haar eerste historische roman “Hoe
duur was de suiker?” is een bestseller. Na Fort Nieuw Amsterdam werd een
bezoek gebracht aan de plantage “Rust en Werk” op de rechteroever van de
Beneden-Commewijnerivier. In deze omgeving tref je veeteelt aan en zijn
viskweekvijvers aangelegd door de familie Van Alen. De plantage wordt
uitsluitend door Javanen bewoond, die vooral van de visvangst leven. We
waren dan ook getuige van het pellen en drogen van garnalen. Na deze
plantage vertrokken we naar de plantage “Frederiksdorp” aan de
rechteroever van de Commewijnerivier. Deze plantage herbergt prachtige
historische huizen uit de tweede helft van de 18e eeuw. De
plantage is opgeknapt en in eigendom van de heer Hagemeijer, een
ex-Trisser. Op plantage Frederiksdorp werd oorspronkelijk koffie en
cacao verbouwd. De droogvloer is in z’n geheel intact. Hier genoten we
van een heerlijke lunch die door mevr. Hagemeijer en haar medewerkster
was bereid. Op de plantage kan men tevens in een klein, exclusief hotel
overnachten. Opvallend veel sluisjes, naar Nederlands model, zagen we
aan de oever van de rivier om het water richting de plantages door te
laten en vast te houden. Na weer een stukje varen zochten we de busjes
op en reisden we af naar plantage “Mariënburg” om daar de voormalige
suikerfabriek te bezoeken. Deze suikerfabriek in 1882 geopend, was één
der modernste ter wereld. Nadien werd omstreeks 1974 de fabriek voor een
symbolisch bedrag overgedaan aan de Surinaamse regering. Helaas moest de
fabriek omstreeks 1985 haar poorten sluiten. Wie de fabriek operationeel
heeft gezien kan tranen in z’n ogen krijgen van het beeld dat je er nu
ziet. Verdere info over Mariënburg, zie o.a. de website van de
“Stichting Vrienden van Mariënburg. Ook
het boek ”Tweemaal Mariënburg” van Cynthia Mc Leod geeft een goed beeld
van het leven op en om de fabriek. Omstreeks 17.30 uur waren we weer
terug in het Eco Resort.
18 november 2005
Om 08.00 uur
vertrokken we richting Nieuw-Nickerie in twee busjes met onze vertrouwde
chauffeurs. Het zou een lange rit worden van ruim 240 kilometer. Aan de
rand van de stad kregen we enig oponthoud doordat Lionel zijn mobile was
vergeten. De mobile werd na kwartiertje nagebracht waarna we onze reis
konden vervolgen. Omstreeks 10.00 uur hadden we onze eerste stop in
Groningen, waar een kleine versterking voor de maag werd voorgeschoteld.
In Groningen vestigden zich omstreeks 1845 zo’n 400 Hollandse boeren uit
Groningen en Gelderland, die zich gingen toeleggen op de landbouw en
veeteelt, hetgeen volkomen mislukte. De boeren, die gewend waren de
handen uit de mouwen te steken, werden tegengewerkt door de
plantagehouders, daar zij werkende blanken een slecht voorbeeld vonden
voor hun slaven. Op het dorpsplein werd stil gestaan bij de monumenten
voor de Hindostaanse immigratie, de Nederlandse boeren, de Surinaamse
onafhankelijkheid en de revolutie van 1980. Na een korte stop reden we
door tot aan het Coppenamepunt, waar kort werd gepauzeerd, om de benen
te strekken en een plasje te plegen. De weg werd vervolgd naar Totness,
de hoofdplaats van de provincie Coronie. Daar de lunch nog niet gereed
was (we lagen voor op de planning), werd eerst een bezoek gebracht aan
de Coroniebank aan de Atlantische Oceaan. Omstreeks 13.30 uur was de
lunch gereed, die we gebruikten in het Staats Logeergebouw. Kennelijk
was men daar niet berekend op gezelschappen zo groot als de onze. Er was
een tekort aan zowel tafels als stoelen, doch dit werd door de groep op
een soepele wijze opgelost. Na een uitstekende lunch met kip en vis werd
de reis voorgezet naar Nieuw-Nickerie, waar we omstreeks 15.30 uur
aankwamen en kwartier maakten in Hotel Ameerali in het centrum van
Nickerie. Helaas waren niet alle kamers proper, doch het was slechts
voor twee nachten. Een aantal gingen het stadje verkennen en/of het
zwembad van het hotel in met z’n merkwaardige melkachtige kleur water.
Omstreeks 1820 werden er de eerste woningen gebouwd aan de rechteroever
van de Nickerierivier met de naam Nieuw-Rotterdam. De woningen verdwenen
echter in de golven evenals na een tweede poging, waarbij het dorp de
naam kreeg De Nieuwe Wijk. Uiteindelijk werd aan de linkeroever van de
Nickerierivier achter de Zeedijk het dorp Nieuw-Nickerie gebouwd. Nadat
we om 20.00 uur nog voor een gezamenlijk diner naar een plaatselijke
Chinees gingen, werd om 22.30 uur het hotel weer opgezocht, waarna de
meesten vlot daarop de bedden opzochten.
19 november 2005
De verjaardag van
Ruud. Om 09.30 uur werd vertrokken naar rijstfabriek van de heer Manglie,
waar we omstreeks 10.00 uur arriveerden. Deze fabriek draait continue.
De paddi (ongepelde rijst) wordt nagenoeg volledig geautomatiseerd
verwerkt tot de rijst in 4 kwaliteiten t.w. hele korrels, ¾ korrels,
halve korrels en de rest. Het proces betreft drogen (van 20% naar 12,5%
vocht), pellen, polijsten, sorteren naar kwaliteit en verpakken
(bulkverpakking). Het systeem van de fabriek levert 15.000 kg per uur
af. In Nederland, Zaandam, wordt de rijst bij Manglie N.V. in kleine
verpakkingen verwerkt. Het geheel is een voorbeeld van geslaagd
particulier initiatief. Vele overheidsprojecten staan hier tegenover in
schril kontrast. Twee keer per jaar wordt de rijst ingezaaid en geoogst.
Na een bezoek van ongeveer één uur werd vertrokken naar de Prof. Dr. Ali
kazerne (het voormalige Prinses Irene kampement) in Nieuw-Nickerie, waar
we omstreeks 11.30 uur arriveerden. In deze kazerne werden we zeer
vriendelijk ontvangen en in een ontspannen sfeer in twee groepen
rondgeleid. Veel was goed herkenbaar, ondanks dat er ook hier sprake was
van groot achterstallig onderhoud. Nadat we het kampement gedurende een
uur hadden bezocht en er naar hartelust foto’s waren genomen, moesten we
afscheid nemen. Een hartelijk afscheid waarbij de dienstdoende
commandant werd verrast met de inhoud van de pet, die in de busjes nog
even snel was rond gegaan. Een klein gebaar dat zeer gewaardeerd werd.
Om 13.00 uur arriveerden we in de dierentuin van Nieuw-Nickerie voor een
lunch. Een prima rijstmaaltijd die van start ging met een rondje van
Ruud ter gelegenheid van zijn verjaardag. De dierentuin was klein doch
best interessant, daar er uitsluitend dieren waren die in Suriname
voorkomen. Na afloop van de lunch brachten de busjes ons weer naar het
hotel waar ieder zijn gang kon gaan tot 18.00 uur voor het volgende
programmapunt. Om 16.00 uur kregen we nog bezoek van een dame, die we
ontmoet hadden op de markt en die voor een aantal van ons Kubi stenen in
de verkoop had. Kubi stenen komen uit de kop van de Kubi vis, een
zalmachtige en zeer gewilde vis in Suriname. De Kubi stenen kunnen
verwerkt worden in sierraden. Om 18.00 uur vertrokken we naar de
Zeedijk. De dijk die Nieuw-Nickerie behoedt voor overstromingen uit de
Atlantische Oceaan. Het plan was om foto’s te nemen van de ondergaande
zon, echter moeder natuur schoof wat wolken voor de zon en zo ging dat
feest niet door. Uiteindelijk zijn we naar het meest westelijke punt
gereden. Inmiddels was het gezelschap uitgebreid met drie dames en één
heer als lifters. Zij liepen stage in het Diaconessenziekenhuis aan de
Johan Bodegravenlaan / Ziniastraat, dat destijds met geld dat Johan
Bodegraven via TV verzamelde, was gebouwd. Op het meest westelijke punt
stond een nagenoeg nieuwe Hindu Tempel, die door een aantal van ons,
barrevoets, werd bezocht. Niet vegetariërs mochten binnen tot de gele
paal, voor vegetariërs was de gehele tempel toegankelijk. Omstreeks
20.00 uur werd afgereisd naar Nieuw-Nickerie (inclusief onze lifters,
die in het centrum werden afgezet), waarna wij de dag besloten met een
barbecue in de Dierentuin. Een aantal namen nadien nog één of meerdere
djogo’s en anderen zochten meteen de koffer op.
20 november 2005
Els is die dag de
tweede jarige in ons gezelschap. Om omstreeks 10.00 uur werden de busjes
betrokken voor de terugreis naar Paramaribo. Omstreeks 11.00 uur werd
een korte stop gemaakt in Wageningen, Waar dankzij het verjaren van Els
op cake werd getrakteerd. Wageningen is destijds opgebouwd voor de
werknemers van de SML (Stichting Machinale Landbouw). De SML is één van
de mislukte overheidsprojecten. Internet staat vol van de discussies met
o.a. de heer Manglie. Volgens zeggen zou hij de fabriek in een aantal
jaren weer operationeel willen krijgen. Hier werd tevens nog even stil
gestaan bij het monument van de slavin Alida. Alida, een prachtige
slavin, werd door de slavenhoudster Susanna de Plessis een borst
afgehakt en deze werd vervolgens geserveerd aan de echtgenoot van de
slavenhoudster. Hiermee wilde zij hem straffen voor zijn gedrag. In
1973, ter ere van 110 jaar afschaffing slavernij, werd het beeld
opgericht. Jaarlijks vindt op 1 juli de miss Alida-verkiezing plaats en
krijgt het beeld een nieuwe lendendoek om. Om 13.00 uur kwamen we weer
in Totness aan, waar in het Staats Logeergebouw van de lunch kan worden
genoten. Niet eerder echter nadat Lionel met één van de busjes,
voldoende stoelen op de kop had getimmerd, opdat deze keer iedereen een
stoel had. Na ruim een uur werd vetrokken, een tussenstop aan het
Coppenamepunt, waarna om 16.30 uur Paramaribo, het Eco Resort, werd
bereikt. De kamers werden betrokken, de koffers werden gedeeltelijk
uitgepakt en iedereen was vrij te gaan.
21 november 2005
Een vrije dag, die
door de meesten gebruikt werd om de stad te bezoeken en/of de tuin en
het zwembad van Torarica op te zoeken
22 november 2005
Na het ontbijt en
het stallen van de koffers werd om 08.00 uur vertrokken richting Albina,
een rit van ruim 140 km. De eerste stop was om 10.00 uur bij
Stolkertsijver na de brug over de Commowijnerivier. Hier viel het Jungle
Commando van Ronnie Brunswijk de politiepost aan op 21 juli 1986. Op de
zelfde dag werd ook de militaire post van Albina aangevallen. Enige
dagen later werden er veel Marrons door leden van het nationale leger
gedood. Het bekendste is het verhaal over Moi Wana, in de buurt van
Moengo, waar bijna alle aanwezige ouderen, vrouwen en kinderen (men
spreekt over wel 50 personen) werden vermoord. Richting Albina staan aan
de linker kant van de weg enige gedenktekens. Om 11.30 uur arriveren we
in de Akontoe Velantie kazerne, het voormalige Prinses Margriet
kampement. Akantoe Velantie is de naam van een voormalig schip, waarvan
het anker bij de kazerne ligt. Evenals in Nickerie, werden we ook hier
hartelijk ontvangen en mocht er gefotografeerd worden. Ook hier viel het
achterstallige onderhoud bijzonder op. Na een bezoek van ruim een uur en
nadat we de pet weer hadden laten rond gaan en de inhoud was
overhandigd, werd vertrokken naar het Marimbo park aan de rand van
Albina, waar werd genoten van een voortreffelijke lunch. Om 15.00 uur
werd vanuit Albina de overtocht begonnen met de Franse veerboot. Het
duurde even voordat we van de autoriteiten naar het veer mochten, doch
een krachtig zeemanslied van de gehele groep en onder leiding van Harm,
zette de ambtenaren in actie en misten wij de boot niet. De overtocht
naar Saint-Laurent-du-Maronie verliep vlot en probleemloos. Opvallend
was dat velen de oversteek met een korjaal maakten en daarmee de
plaatselijke autoriteiten negeerden. In Saint-Laurent hadden we niet
veel tijd om onze kamers te betrokken van het Star hotel, daar om 16.30
uur de bus gereed stond om ons naar Camp de la Transportation te
brengen. Van hieruit werden de Franse delinquenten over de Franse
kolonie verspreid en moest men keihard werken om dit overzeese
departement tot ontwikkeling te brengen. De bekendste gevangenen waren
de voormalig legerofficier Dreyfus en Henri Charrié (Papillon). Tussen
1852 en 1953 zaten er ongeveer 70.000 veroordeelden in de strafkampen.
Tijdens de rondleiding, die zeer traag verliep doordat de Franse gids
zich kennelijk graag liet horen en de Nederlandse vertaling te wensen
overliet, gaven een aantal aanwezigen de moed op en wilden vertrekken.
Doch deze gevangenis was een echte, daar de gids de deur op slot had
gedaan. De sleutel bracht voor een aantal de uitkomst. Voordat er werd
vertrokken voor het diner, maakten een aantal van ons nog gebruik van
het zwembad (! Ook hier een zwembad !). Om 19.00 uur was iedereen in Le
Toucan aanwezig, waar genoten werd van een prima maaltijd, met de
mogelijkheid om er een flesje wijn bij te drinken naar goed Frans
gebruik. Na afloop van het diner werd te voet naar het hotel gegaan,
waarbij de meesten, na nog een pilsje bij de buren, het bed opzochten.
 |
|
23 november 2005
Deze dag begon
bijzonder slecht, daar tijdens het ontbijt Doetie Dijkstra naar het
hospitaal moest worden gebracht. Het resulteerde erin dat Doetie en
Geert later in de middag per afzonderlijke korjaal naar Albina werden
gebracht, waar een taxi gereed stond om hen naar het Eco Resort te
brengen, waarna ze donderdag vervroegd met de KLM afreisden naar
Nederland. Heel erg spijtig. Alle lof voor Peter en Pieter, die voor een
uitstekende opvang en begeleiding van Doetie en Geert hebben gezorgd. De
overigen waren tot 12.00 uur vrij en maakten er van gebruik om Albina,
de markt en het zwembad te bezoeken. Om 12.00 uur was er een lunch bij
Chez Titi in de vorm van baquette’s (zo’n 40 cm. lang) met tonijn,
ham/kaas en rauwkost. Daar de pont naar Albina pas om 17.00 uur vertrok,
had Peter een paar korjalen geregeld teneinde om 13.30 te kunnen
vertrekken. De eerste korjaal met een gloednieuwe motor weigerde echter,
waarna haastig vervangend vervoer werd geregeld om het tijdverlies te
beperken. Uiteindelijk was iedereen om 14.30 uur terug in Albina waar de
busjes klaar stonden voor de terugweg via Moengo, langs het huis van
Ronnie Brunswijk. Kort hierna werden we door de taxi van Doetie, Geert
en Pieter voorbij gereden, die hun watervoorraad bij één van de busjes
nog even aanvulden. Om 16.00 uur was er weer een korte stop bij
Stolkertsijver en kwamen we omstreeks 18.00 uur weer aan bij ons hotel,
waarbij de meesten lichtelijk geradbraakt waren als gevolg van de zeer
slechte toestand van de wegen.
24 november 2005
Dit was een vrije
dag met een facultatief programmapunt, namelijk een bezoek aan het
voormalig Prinses Beatrix kampement, de huidige Ayoko kazerne, het
Opleidings Centrum. Ayoko is de naam van een militair van Indiaanse
afkomst. Ongeveer de helft van de deelnemers maakte gebruik van deze
mogelijkheid. De overigen zochten de stad op en/of zochten rust en
koelte bij het zwembad van Torarica. Omstreeks 09.30 uur was het
vertrek, nadat Pieter eerst een getekende verklaring in de Memre Boekoe
kazerne moest halen (en die er ook nog voor moest betalen). De
verklaring van toegang was eigenlijk alleen voor de Militaire Cola
Kreek. Maar omdat Pieter volhield dat ze geen zwemspullen bij zich
hadden en het toch echt de bedoeling was om uitsluitend de kazerne te
bezoeken, werd er na lang nadenken door de betreffende kapitein
“Rondleiding” op de verklaring geschreven. Toen vertrok het busje dan
eindelijk naar de Ayoka kazerne. In het laatste gedeelte vanaf de hoogte
van de brandweer kazerne van het vliegveld, waar vroeger het eerste
aluminium vliegtuig lag, ging het weer over een weg met veel kuilen en
iedereen had weer het vertrouwde gevoel van vroeger in de drie tonner
van links naar rechts geslingerd te worden. Men werd er zeer hartelijk
ontvangen en rondgeleid door sergeant Jeffrey. Deze kazerne zag er het
beste uit van alle kazernes en veel was duidelijk herkenbaar, zoals de
slaapzalen, de keuken (waar Hans zijn domein terug zag), de eetzaal en
het wachtgebouw aan de ingang. Ook de Cola Kreek was aanwezig met zijn
spoorbrug. Bij de Cola Kreek had men wat gebouwtjes geplaatst (vier
palen en een puntdak), waar tegenwoordig cursus wordt gegeven. Na
afscheid te hebben genomen werd voor de lunch afgereisd naar Lelydorp.
Voorheen heette dit dorpje Kofidjompo (Kofi sprong weg, dat verwijst
naar de ontsnappingen van de slaven). Tijdens het gouverneurschap van
Ir. Cornelis Lely (1902 tot 1905) is een start gemaakt met de bouw van
de spoordijk die met een totale lengte van 173 kilometer liep van
Paramaribo naar de goudgebieden tussen de Boven-Surinamerivier en de
Boven-Marowijnerivier. Bij de aanleg van het stuwmeer verdween en groot
deel naar de bodem van het meer en eindigde de spoorlijn in Brownsweg.
Nu ligt de spoorlijn nog te roesten tussen Onverwacht en Brownsweg, via
Republiek, Zanderij, Berlijn, en Kwakugron. Bij Onverwacht werd nog even
gestopt om wat kiekjes van het roestende materieel te maken, waarna snel
Lelydorp werd bereikt en van de lunch werd genoten. Omstreeks 14.00 uur
was het busje weer terug bij het Eco Resort en gingen ook zij de stad in
of genieten van de rust en koelte bij Torarica. Voor de rest van de dag
was ieder vrij.
25 november 2005
Srefidensie, het
grote feest ter gelegenheid van 30 jaar onafhankelijkheid van Suriname.
Het was een enorme drukte in de stad en de meeste van ons hebben zich
daaraan toegevoegd. Gezellig druk, waarbij de djogo’s in grote aantallen
al vroeg open werden gemaakt. Nagenoeg iedereen heeft de parade gezien,
met o.a. een groep Nederlandse mariniers, Franse legionairs, vanuit het
Surinaamse leger de landmacht, de luchtmacht, de marine, mariniers een
corps bestaande uit dames, de M.P. en de politiemacht. Toen dit alles
voorbij trok in verzorgde uniformen, blinkende helmen en gepoetste
schoenen, moest ik terug denken aan de slecht onderhouden kazernes. Wat
een tegenstelling, doch daar zullen de genodigden wel niet geweest zijn.
Persoonlijk had ik het genoegen om een paar prominenten te zien en vanaf
zeer dichtbij te kunnen fotograferen. Allen met een achternaam die met
een “B” begint (de “B” van boef), te weten in chronologische volgorde:
de vrienden Desi Bouterse en Ronnie Brunswijk en tenslotte Jan Peter
Balkenende. De avond van de 24ste hadden enkelen van ons Jan
Peter gesproken bij ’t Vat en hadden hem aangesproken over de Tris. Dit
zei hem echter niets, tot frustratie van de Ex-Trissers. Terug naar de
parade. Deze werd afgesloten met een tocht rond het
Onafhankelijkheidsplein, van alle militairen, voertuigen en scouts. In
de achterste linies liep een ex-Trisser mee met de Surinaamse en
Nederlandse vlag, Bert Meuleman. Heel opvallend en zeer merkwaardig, doch
hij deed dit ongetwijfeld zonder enige toestemming. Tot besluit was er
een landing op het Onafhankelijkheidsplein van twee maal vijf
parachutisten van het Venezolaanse leger. Bij de eerste vijf ging het
volgens plan en nagenoeg op de middenstip. De tweede vijf kregen een
probleem als gevolg van een windstilte. Nummer één en twee haalden het
plein, waarbij de tweede voor wat paniek zorgde door bijna tussen de
toeschouwers te landen. Nummer drie kwam in een straat achter het plein
en de laatste twee hebben we niet meer gezien daar zij ver van het plein
afdreven. Het feestvertier ging door tot in de late uurtjes.
26 november 2005
In de voormiddag
werd het uitrusten van de feestelijkheden. Om 15.30 uur was het vertrek
uit het Eco Resort om omstreeks 16.00 uur in te schepen op de Lady Blue,
een zeer ruime en complete boot van eigenaresse Rieke. Onze kapitein was
Henry, kok Ganesh, en barmoeder Yvonne met hulp van John. Tevens was er
een professionele D.J. aanwezig: Glenn. De tocht met de boot op de
Surinamerivier was een verademing ten opzichte van het vervoer in de
busjes over de hobbel wegen. We werden verrast met een uitstekend warm
buffet, waarbij tot besluit twee enorme taarten konden worden
aangesneden. Eén taart met het Tris-logo en een tweede taart met het
logo van Sun & Forest. Jan en Bertien (paars drie voor de ingewijdenen),
waren de geestelijke ouders van deze boottocht en mochten het genoegen
proeven om de taarten aan te snijden. Het is bij een halve gebleven,
gezien de omvang van deze twee taarten. De tocht ging naar Overbridge,
een vakantiedorp, een stuk voorbij Paranam. Tijdens deze tocht genoten
we niet alleen van het buffet, doch ook van de muziek, onze dans en de
prachtige sterrenhemel. Zoals we op de tour gewend waren, ook hier waren
alle niet alcoholische drankjes gratis en moest er voor bier, rum en
whisky gedokt worden. Er zijn heel wat djogo’s, rum-cokes en
whisky-sprite’s doorheen gegaan, hetgeen aan de sfeer en de dansjes tot
en met een polonaise goed te merken was. Lionel ontpopte zich als een
heerlijke entertainer met play-backshows en dansjes. Omstreeks 00.30 uur
kwamen we aan te Overbridge en omstreek 01.30 uur lag iedereen in de
juiste hut. Daaraan voorafgaand vonden er nog wat verhuizingen plaats en
werden wat mensen van hun bed getild, moesten zich weer aankleden en
moesten verhuizen. Dat geheel kon echter de pret niet drukken.
27 november 2005
In Overbridge waren
we met twee echtparen in één huisje (woon- slaapkamer, open keukentje
douche/toilet en airco) ondergebracht en de “vrijgezellen” met twee,
drie of vier in een huisjes. Deze indeling was soepel en zonder
problemen tot stand gebracht. Helaas was niet iedereen gewend aan een
onverwachte snurker. Om 09.00 uur stond het ontbijt gereed, waarna om
10.00 uur werd vertrokken naar de Jodensavanna. De Afobakaweg wordt ook
wel een Wasuma genoemd. Dit betekent letterlijk wasvrouw, maar men
bedoelt er mee “Wasbord” Bij zo’n busrit denk je weer met weemoed terug
aan de Lady Blue. Onderweg passeerden we een Indianendorpje “Powaka” in
het savannezand. Het betrof Arowakken die van de visvangst leven.
Vervolgens moest de Surinamerivier worden overgestoken naar Pierre
Kondre. Het plan was om dat met beide busjes te doen, doch doordat er
wat militaire voertuigen en voertuigen van landsbosbeheer aankwamen, die
ons laconiek voorgingen, konden we naar de eerste boot fluiten. Afspraak
werd, we gaan met één busje en het gehele gezelschap met de volgende
boot over, hetgeen lukte. Vanaf Pierre Kondre naar de Jodensavanna was
het 10 minuten rijden, dus werd er gependeld. De Jodensavanna is één van
de eerste koloniale nederzettingen in Suriname. Halverwege de 17e
eeuw begonnen gevluchte joden uit Brazilië zich hier te vestigen. Een
prachtige ligging op heuvels aan de Surinamerivier. Er zijn nog
overblijfselen van een synagoge en twee Joodse begraafplaatsen. De
Jodensavanna is het hart van de Surinaamse economie geweest. Na een
bloeiperiode van ruim honderd jaar kwam er groot verval en trokken de
bewoners weg. Tijdens de tweede wereldoorlog werd er een
interneringskamp ingericht voor vermeende NSB-ers uit voormalig
Nederlands-Indië. Na het inkopen van een aantal verse ananassen kwamen
we om 14.30 uur weer aan de overkant en hadden we om 15.30 uur een
verlate lunch in Overbridge. Tot 20.00 uur waren we vrij en kon genoten
worden van een zwempartij in de Surinamerivier, achter de netten om de
piranha's tegen te houden. Tenslotte om 20.00 uur een maaltijdsoep, een
drankje en werden de bedden weer opgezocht.
28 november 2005
Na het ontbijt
vertrokken we om 10.00 uur richting Brownsberg. Naast Lionel was er
versterking voor de ondersteunings-groep door Erroll en Erna (de
kokkin). De Afobakaweg was geheel gehuld in een mist van stof. Na een
zeer korte stop bij de afslag naar Klaaskreek (één van de migratiedorpen
voor bewoners uit het gebied van het stuwmeer) arriveerden we omstreeks
12.00 uur bij het voormalige kampement. Naast de funderingen stond het
wachthuisje nog overeind en werd er een nieuw gebouw ingericht. Het plan
is om het kampement opnieuw in te richten als politiepost of militaire
post. Dit in verband met de criminaliteit (illegale Brazilianen) in deze
omgeving als gevolg van de goudwinning. De goudwinning is tevens een
plaag voor de plaatselijke bevolking. Kreken vervuilen door het gebruik
van kwik, waardoor de vissen sterven en het drinkwater soms van ver moet
worden gehaald. Van de twee ambtenaren op het kamp mochten we naar
hartelust fotograferen als we hen maar niet op de foto zouden zetten. Na
een bezoek van een klein uur vertrokken we richting Brownsberg, het
natuurpark op 112 km. ten zuiden van Paramaribo op de ruim 500 meter
hoge Mazaroniplateau. Vanuit Brownsweg kwamen we via een slingerweg van
9,5 km op het park. Hier logeerden we op een soortgelijke wijze als in
Overbridge. Er was echter gebrek aan water aan het eind van de lange
droge tijd waardoor beperkt gebruik gemaakt kon worden van de douches.
Hier vond er nog een ontmoeting plaats met Nederlandse militairen die de
marathon in Paramaribo hadden gelopen ter gelegenheid van het
onafhankelijkheidsfeest. Ook zij wisten niets van de Tris. Er werd
besloten om voor de lunch een wandeling te maken naar de Leo Val. Heel
snel na het vertrek kwamen we een paar white face monkeys tegen. Helaas
leverde de waterval weinig water op, doch de wandeling door het woud met
z’n vogels en vlinders was al de moeite waard. Op de terugweg werden we
begeleid door het gebrul van brulapen, zonder dat we ze konden spotten.
Om 16.30 uur was iedereen in het kamp retour en konden we om 17.00 uur
beginnen aan een verlate lunch. In goed overleg werd besloten het diner
die avond te schrappen en het te doen met wat hartigheidjes. In de
avonduren werd nog een sjoelwedstrijd gehouden om de titel Brownsberg
Tris Miss- of Mister-Shovelboard 2005. Er waren 22 deelnemers waarvan 8
dames en 14 heren. De hoogste score kreeg de Miss of Mister titel,
daarnaast was er een 1e en een poedelprijs in zowel de dames-
als de heren-poule. Uitslag heren: Poedel (14e) Gerard, 24
ptn; 13e Atze, 27 ptn; 11e/12e Ruud en
Rocky, 28 ptn; 10e Lionel, 29 ptn; 9e/8e
Kees en Ton, 30 ptn; 7e Herman, 35 ptn; 6e Pieter,
36 ptn; 5e Jan, 42 ptn; 4e Aad, 43 ptn; 3e
Harm, 46 ptn; 2e Lei, 49 ptn en winnaar bij de heren Erroll,
50 ptn. Uitslag dames: Poedel (8e) Annette, 11 ptn; 7e
Annemie, 15 ptn; 6e Josephien, 27 ptn; 5e Bertien,
29 ptn; 4e Merion, 32 ptn; 3e Elly 37 ptn; 2e
Tineke 53 ptn en daarmee winnaar bij de dames, daar de algemeen
winnaar uit de damespoule kwam. Brownsberg Tris Miss-Shovelboard 2005:
Wilma met 64 ptn. De prijsuitreiking zou de volgende dag volgen tijdens
het ontbijt Het tournooi was om 23.30 uur afgelopen, waarna ieder zijn
bed opzocht.
29 november 2005
Het ontbijt stond
klaar om 09.00 uur. Tijdens het ontbijt werden de vijf prijswinnaars van
het sjoelen bekend gemaakt en werden de prijzen en één bloem uitgereikt.
Het vertrek van Brownsberg stond op 10.00 uur doch als gevolg van het
watergebrek vroeg de vaat en het prepareren van de lunch veel tijd,
waardoor om 11.30 werd vertrokken naar Atyoni nabij Pokigron. De busjes
maakten om 13.15 uur een kleine stop bij de Poederberg, een berg met
gesteente dat magnesium-houdend is, waarna om 14.30 uur Atyoni werd
bereikt. Atyoni is de grensplaats tussen weg en water waar de korjalen
voor ons klaar lagen. Na een heerlijke lunch werd om 15.00 uur in drie
korjalen gestapt waarna om 16.00 uur Jaw Jaw Soela werd bereikt. Gezien
het lage water (6 meter lager dan het kon zijn) waren er echter wel
enkele hindernissen te nemen alvorens ons laatste kamp te bereiken.
Tijdens deze tocht werden we verrast door een echt tropisch buitje, kort
maar krachtig. Na het betrekken van onze hutten (weer met meerderen in
één hut) werd nog heerlijk in het stromende water van de
Midden-Surinamerivier geploeterd. De hutten waren volledig van
natuurlijk materiaal met een harde lemen vloer. Zeer fris en luchtig,
waarbij de geluiden van de dieren uit het woud als muziek in de oren
klonken. Om 20.00 uur werd genoten van het diner en de avond werd
afgesloten met een dans- en drum-avond door de lokale bevolking. Als je
de dames ziet dansen vraag je je af of ze wel botten in het achterwerk
hebben en of het niet uit elastisch materaal bestaat. Heel knap zoals
zij dat beheersen. En ook wij kwamen er niet onderuit om mee te dansen.
Omstreek 24.00 uur hadden de meesten hun bed en klamboe opgezocht. Dit
was de eerste en laatste keer dat een klamboe moest worden gebruikt.
30 november 2005
Om 08.00 uur werd
iedereen verwacht voor het ontbijt, waarna om 09.30 uur een
dorpswandeling door Jaw Jaw werd gehouden. Dit dorp wordt bewoond door
Saramakaner families. De bewoners waren zeer vriendelijk, doch het hen
fotograferen werd niet op prijs. Ondanks dat de bewoners katholiek zijn
houden ze er ook nog gewoontes op na uit hun vroegere cultuur. Zo kon je
er aantreffen een medicijnman met een offerplaats. Om 11.00 uur waren we
weer retour en konden we nog even genieten van het heerlijke water van
de Midden-Surinamerivier. Om 13.00 uur werden de korjalen weer opgezocht
en gingen we weer richting Atyoni om onze busjes op te zoeken. Een
laatste proef op het wasbord richting Paramaribo. Alvorens de bus in te
stappen werd er nog een lunch geserveerd en zagen we nog één van de
lifters uit Nickerie op weg naar Jaw Jaw, de enige lifter (de overigen
waren lifsters). Na het nodige laveerwerk tussen de kuilen door en een
ruime stop in Brownsweg kwamen we om 18.30 uur aan in het Eco Resort. De
dag werd om 21.30 uur besloten met een diner in dezelfde straat als het
Eco Resort, de Cornelis Jongbawstraat. Bij wijze van uitzondering waren
tijdens dit diner alle drankjes, ook de alcohol houdende voor rekening
van Sun & Forest. Helaas misten we tijdens dit diner Cees en Ton, die de
uitnodiging voor het diner hadden gemist. Omstreeks 23.30 uur en na wat
toespraakjes was het einde oefening, waarna een enkeling nog ’t Vat
opzocht alvorens het bed op te zoeken.

01 december 2005
De dag van het
vertrek was iedereen vrij. De meesten zochten de stad nog even op voor
wat laatste inkoopjes en/of het zwembad van Torarica. Om 16.00 uur
vertrokken we, met uitzondering van Cees en Ton (zij waren zo slim
geweest om nog een weekje rust te nemen), naar het vliegveld, nadat
Lionel en zijn team bedankt werden voor de uitstekende begeleiding. Op
de luchthaven aangekomen, kregen we een afscheidscadeau van moeder natuur
in de vorm van een enorme plensbui, doch het dak van de hal hield ons
droog. Helaas had het inchecken de nodige voeten in aarde, daar we als
groep werden ingecheckt. De grondsteward leek wel een leerling. Nadat
hij er meer dan een uur over deed en incheckkaarten ontbraken en andere
dubbel waren, kwam een collega te hulp door de bagage in te nemen. Wij
stonden als groep, zo’n beetje als de plaatsten in de hal. Het gevolg was
dat niet alle echtparen bij elkaar zaten, hetgeen in het vliegtuig vlot
werd opgelost. Om 21.15 uur, met enige vertraging, begonnen we aan de
vlucht over zo’n 7600 km.
02 december 2005
Ondanks de
vertraging kwamen we nagenoeg op schema aan. De vele controles die we op
Schiphol kregen, waren zeer tijdrovend met als gevolg dat de groep wat
uit elkaar raakte. Helaas. Tenslotte: Dank aan Pieter Nijdam voor het
verzorgen van het voor- en natraject. Dat is best een klus geweest. Dank
aan de organisatoren van Sun & Forest en in ’t bijzonder aan onze
voortreffelijke gids Lionel. Het was een trip om niet te vergeten en
niet te missen.
Ton Mooij,
(C-Cie 1964)
December 2005 |